16-01-10

14.Meer dan het oppervlakkige op café.

100_1427

14.Meer dan het oppervlakkige

Op zoek naar mezelf, de andere en een kamer, beland ik op een dag in een november als een oud, donker kasteel in de mist, in een herberg; na de oktobermaand van het jaar waarin alle beurzen naar beneden tuimelden.  Oktobermaanden zijn daar goed in. Dit had zich even goed in 1929 kunnen afspelen in dollaramerika,  oom Sam, de oude man met de strenge hoed, die heel de wereld nodig heeft; maar het gebeurde ergens middenin de afgezaagde Belgische driehoeksverhouding, Europa  dus, de oude eurovrouw die opnieuw verleidelijk wil zijn…en de tijd schreef alle dagen 2008 in ’s mensen agenda’s.

         Meer dan een kamer heeft een lichaam met een geest als de mijne soms niet nodig.  Een bed, een schrijfzetel en een tafel, een laptop en een lap erop. Een internetaansluiting om te zien wat er in de wereld buiten mijn nieuwe stad gebeurdt en wat interactie met mensen die daar dan op reageren. Alhoewel, die wereld met zijn economie en zijn gebeurtenissen, sociale slingerbewegingen en politieke domheid; ik heb er soms wel even genoeg van.  Mijn missie leek me voor een belangrijk stuk volbracht. Verder over de geschiedenis in al zijn filosofische en religieuse schakeringen schrijven, leek me geen optie. In alle mogelijke literaire stijlen had ik de huidige stand van de wetenschap al laten paren met dat bruikbare deel van de filosofie dat nog niet zoals door vele grote filosofen tot zuivere wiskunde was verkracht.  Je weet wel, die onzin in de zin van ‘hier staat een boom voor je neus’, maar ‘is dit wel een boom, het is hout’ ? 

Nee,  diegenen die zich aan de zin van het leven en een betere wereld  interesseren kan ik nog altijd naar mijn blog verwijzen.  Die blog, een beitel die uit het marmer van de onverschilligheid en domheid, dagelijks een beeld van zin in het leven probeerde te houwen. http://filosofischverzet.skynetblogs indien romans je ding niet zijn. Als je echt alternatieven en links naar alternatieven voor alle mogelijke rotzooi zoekt, ga je daar maar best eens langs.

 Zoals iedereen vind ik mijn alternatief net dat ietsje meer hebben omdat het met alle subjektieve, menselijke faktoren rekening houdt.  Revolutie hoeft voor mij niet als daar nog meer oorlog aan te pas komt. Objektief bekeken hebben de andere vreedzame alternatieven op hun manier dan weer een beetje meer gelijk, rekening houdend  met de capaciteiten van het systeem om mensen dom en in hun nefaste gewoonten te houden.  Daarom ook mijn voorwaardelijke steun aan hun binnen het huidige verkiezingssysteem passende taktieken.  Graag had ik liever eerst een voor elke regering bindend internationaal referendum rond een basisprogramma zien organiseren.  Hopelijk zijn internationale maatregelen voor gelijke lonen voor hetzelfde werk , plus een uniforme sociale zekerheid, universeel rechtvaardige taksen en reconversie van de wapenindustrie genoeg om het trieste lot van velen uit de klauwen van het casinokapitalisme te halen.  Wat die nog voor de wereld in petto heeft, Het Heelal mag het weten. Het zou wel eens kunnen dat we meer in de richting van wat nu nog maar een positieve utopie lijkt, evolueren moeten indien het blinde geloof en ongeloof in speculatief geld en goud verder richting totale rampspoed evolueert.

         De herberg had een kamer vrij.  Er stond waarachtig een kast in en een hoekje met een lavabo in mijn ‘heelal’, wat trouwens ook de naam was van het door één van de cafébaas gehuurde etablissement . ‘Het Heelal’ had geen eigenaars, alleen maar huurders.  Het Heelal was eigendom van de bazen van een middelgrote brouwerij.  Bazen zij in feite ook  huurders…ook zij vertrekken op een dag.  Net daar wou ik me voortaan wat meer mee gaan bezig houden.

         Al vlug noemde ik m’n buur en eigen cafébaas ‘ober’ en de spiritueel ingestelde man kon erom lachen.

De herberg van cafébaas Ober lag in de wijken rond de Zavel, navel van zowat alles wat er in het leven te ‘krijgen’ was . Midden deze buurt had je voor elk wat wils.  Eten, drinken, kopen , ter kerke of naar de eigenlijk trieste, maar plezierige meisjes gaan, noem maar op.  Mensen wonen er, kwamen er naar hun werk, zochten er naar cultuurbeleving of naar een plekje groen.  Van achter de venster waar ik nu schrijf, heb ik een panoramisch overzicht op een deel van dat alles wat ik zopas even beschreef.  De eerste sneeuw van november is vannacht gevallen en het al winters aandoende herfstlicht tovert zijn lichtshow voor de gegadigden die het willen zien, dwars op de natte, reeds bladerloze takken van de bomen.  Op de scheurkalender stond een weerspreuk over Sint Cecilia, want het was haar dag en het weer op die dag zou tekenend zijn voor de rest van de winter…dat beloofd met die sneeuw van vandaag.  We zullen het zeker weer overleven.  Als microscopische organismen, in  de donkerte hoekjes van de oceaan, op tienduizend meter onder het oppervlak,  dat kunnen,  dan wij ook wel zeker.  Ik vraag me af of dat alleen in de buurt van die warmwaterbronnen aldaar is.  Zal ik eens even moeten googelen…wie weet zijn ook wij daar als ééncelligen begonnen.  Dat zou meteen verklaren waarom schrijvers en niet-schrijvers nog altijd alle dagen op zoek zijn naar het meer dan ‘oppervlakkige’ in het leven.

         Ook diegenen die niet zo bezig zijn met hoe de wereld in mekaar steekt en wat er nu eindelijk de zinnen van zijn, weten van zichzelf nog niet dat het ook zoekers zijn.  Dat merkte ik gisteren nog aan de toog van Ober, een rijzige man met beminnelijke glimlach, die als geen ander de kunst van het luisteren en zwijgen, vooral zwijgen verstaat.  Al gauw merkte ik dat hij naar zijn klanten toe, of moet ik vrienden schrijven, over een delicaat invoelingsvermogen beschikte.  Hij kon ook gerust iedereen maar wat laten tateren of praten terwijl hij naar een, aan de algemene stemming van eenieder, of de individuele behoefte van een bepaald iemand, aangepast, muziekstuk zocht. Zijn herberg ’t Heelal, was een plekje in ’t andere heelal, waar ongeacht huidskleur of overtuiging , jong en oud, kunstminnend of sportief of wat dan ook, op regelmatige basis bijeenkwam. 

Een paar jaar terug  voordat ik er een kamer huurde, had ik het Heelal ook al wel bezocht en het was me opgevallen dat het niet alleen een café, maar ook een soort mini cultureel centrum was.  Aan de affiches en info in ’t lange café, kon je opmaken dat er zowel filmavonden, poëzienachten als optredens van een speciaal publiek van muziekkenners doorgingen.  Regelmatig hing er ook ander artistiek werk aan de muren van het Heelal.  Het heelal zelf had zijn sterren en planeten en stelsels, café het Heelal zijn mensen en hun banen rond mekaar.  Het was niet zo’n café waar iedereen zo maar een beetje voor zichzelf zat uit te staren in functie van een zielsloze economische activiteit.  In zichzelf gekeerden bleken er even op hun gemak als de meer extroverten, even boeiend ook.  Hier geen gokautomaten of dartstoestanden, maar hier en daar een boekje met plaatselijke of meer verwijderde gedichten en een hoekje met wat literatuur. 

Al kreeg het Heelal geen subsidies, het dreef op de geestdrift van eenieder die er al eens ter vervanging achter de tapkast stond of eenieder die zich vrijwillig achter één of ander initiatief zette.  Van de morgen was het Otto Rongo, medehuurder van het Heelal, die tapte.  Hij had de lange haren van iemand uit de jaren zestig, vorige eeuw en de soms stuurse blik van een indiaan die enkele eeuwen terug bezorgd over de prairie keek; toen hij de eerste blanken toekomen zag.  Otto en Ober kon je in ’t stad op hun stalen ros tegenkomen, de ene richting dagshift, de andere richting avondploeg.  Beide humoristische en alternatief ingestelde mensen met een heel grote dosis relativeringsvermogen.

 

 

’t geld waardeloos ? Vergadering in de stamkroeg !

            Laatst met de vrienden op ’t café, zijn we er eens van uitgegaan dat op een dag ‘geld’ absoluut waardeloos zou geworden zijn.  Natuurlijk er zou nog moeten gewerkt worden want er dient toch gegeten te worden.  Er werd wat afgelachen.  Stel je voor dat we allemaal de boeren wat gingen helpen…maar ja daar zou geen werk genoeg zijn want die zijn zo gemechaniseerd en bovendien zijn er maar een paar grote boeren per dorp meer overgebleven.  Bij de tuinders zou er misschien meer werk zijn.  Als we dan uiteindelijk ons voedsel in de winkels zouden halen, zouden er misschien teveel slokoppen zijn die teveel waren zomaar meenamen.  Wellicht zouden er tevelen onder ons zijn die niet hun deel van het werk wilden doen. Misschien zouden we dan toch in eeen eerste fase een vorm van niet-spekulatief wereldgeld moeten invoeren. 

            Gevraagd naar welk soort werk de aanwezigen dan wel zouden willen doen, viel op dat de meesten wel iets anders zouden doen.  We gingen ervan uit dat iedereen toegang zou hebben tot een vacaturedatabank van een aantal taken die je zou kunnen opnemen.  Vermits alle firma’s hun bestaansreden, ‘het maken van winst’ zouden verloren hebben ,zouden de werknemers er plots meer inspraak kunnen hebben.  We schreven ter plaatse een kompleet scenario voor een film waarin we de overgang naar een andere manier van produceren en samenleven zouden schetsen.

            Per soort van te produceren goederen zouden we één wereldbedrijf oprichten door alle databanken van bijvoorbeeld automakers te integreren. Er zouden natuurlijk maar een beperkt aantal auto’s meer gemaakt worden die aardolie gebruikten want die raakt toch op.  Omschakeling naar propere technologieën en openbaar vervoer zou hoog op onze verlanglijst staan.  Alleen de wapen-en munitiefabrieken zouden we niet meer opstarten en we zouden ze omschakelen naar de produktie van echt nuttige dingen.  Legers zouden voortaan ingezet worden om dijken te verhogen en om aan uitzonderlijke toestanden als aardbevingen en zo het hoofd te bieden…ipv ergens bommen gaan te droppen.  De bevolkingen van armoedige gebieden zouden voor het eerst in hun geschiedenis op dezelfde manier als in ‘t ‘Westen’ worden vergoed, waardoor ook hun boeren veel meer voedsel verbouwen konden.

            We kwamen ook overeen dat we voor de prijsberekening een systeem op poten konden zetten waarbij iedereen een bepaald loon kreeg om op een ecologisch verantwoorde manier een menswaardig leven mee te leiden.  Dit loon zou op een individuele rekening worden gestort en in verhouding staan met de totale kostprijs van alle geproduceerde goederen.  Bij wijze van voorbeeld neem nu dat er zes miljard mensen zijn en dat een internetaansluiting voor elke wooneenheid  pakweg zes miljard ‘euro’(laat ons nemen) kost, dan is die zes miljard euro zoveel maal een veelvoud van één wereldwijde werknemer in de telecommunicatiesektor als er wereldwijd werknemers in die sektor zijn.  De kostprijs van onze ‘telefoonrekening’ zou onder de vorm van een abonnementensysteem automatisch van onze rekening afgehaald worden, een systeem dat we bij het openbaar vervoer ook zouden toepassen.  Energiekosten zouden ook zo kunnen worden berekend, maar dan met een individuele meerprijs voor hen die heel veel water, gas,mazout, zonneënergie, fusieënergie…zouden gebruiken.  Vermits er toch geen eigenaars van oliefirma’s en dergelijke meer zouden bestaan zouden we ons geen zorgen meer moeten maken over de prijs van de grondstoffen zelf en zou alleen het werk om hen te ontginnen moeten meeverrekend worden.

            Diegenen onder ons die een huis huurden waren natuurlijk tevreden want indien de verhuurder geen kinderen had aan wie hij een woonst kon wegschenken mocht de huurder er gratis blijven inwonen daar de waarde van het huis in het oude geld ‘nihil’ was.  Ook de bouwvakker onder ons  was tevreden, daar hij door het feit dat bouwleningen, vlak voor de finale crash van het oude geld bijna niet meer te krijgen waren bijna geen werk meer had.

            We kwamen ook overeen om plaatselijke gemeenteraadsverkiezingen te houden over wie per gemeente de leiding kreeg over de ‘samenlevingsbeheer’-departementen : onderwijs, cultuur,sport, pers, gezondheid, bankwezen , sociale zekerheid,notariaat en politie (de enige nog overgebleven bewapende dienst) en om dat allemaal te coördineren een soort burgemeester. Om die nationaal en internationaal te laten samenwerken zouden we internationale verkiezingen via het internet houden om ons programma goed te laten keuren.  Nadien zou er via die gemeenteraadsverkiezingen per projekt (onderwijs, cultuur, bankwezen…)een provincieraad, een nationale raad, een continentale raad en een wereldraad per projekt gevormd worden. Partijlijsten zouden we door projektlijsten vervangen daar de meeste partijen toch maar met het uiteenvallen van het land bezig geweest waren in plaats van naar een wereld als eenheid toe te werken.

Voor het beheer in de grote bedrijven zelf, zouden we één(geen twee) sociale raden kiezen, zodanig dat elke afdeling van het bedrijf erin vertegenwoordigd was (van ingenieurs tot mechaniekers).  De oprichters van kleine middelgrote en zelfstandige bedrijven en de boerenbedrijven  zouden net als de hardst werkende werknemers in alle bedrijven een vooraf in de kostprijs der goederen verrekende bonus krijgen.  En terwijl we daar toch zo goed bezig waren, besloten we dan maar van de pensioenen van zelfstandigen en werknemers gelijk te schakelen en naar het niveau van een gemiddeld loon op te waarderen.  “Wie gaat al die kosten van de ‘samenlevingsdepartementen’ dan allemaal betalen”, riep er daar opeens iemand.  We hebben er een beetje over gebakkeleid en besloten,  vermits geld voortaan als een administratief en niet-spekulatief iets gebruikt werd, dat we de werknemers in die openbare sektoren in één moeite met het schrappen van àlle belastingen ook een met de andere lonen evenredig loon konden geven.  De meesten onder ons hadden er aanvankelijk geen moeite mee dat een dokter of ingenieur of een advokaat iets meer dan de rest zouden verdienen, en later op de avond was iedereen akkoord om ook de studenten een gemiddeld loon uit te betalen. 

            Iemand vroeg zich ook nog af of hij niet voor pastoor zou kunnen fungeren met het slinkend aantal roepingen, we hebben hem daarvoor dus naar het Vatikaan verwezen.  Een andere gaf zich op als relatiebemiddellaar, zich bogend op zijn rijke staat aan ervaringen en de wijsheid die hij inmiddels had bereikd.  Over de valabiliteit van de diploma’s in die sektor was er even een hevige discussie, maar we geraakten er wel uit daar in ’t café ‘den Halven Orval’.  Op ’t eind leek het leven ons veel meer genietbaar, minder stresserend, kwalitatief meer tijd biedend om ons niet alleen met het produktieproces maar vooral met cultuur en opvoeding gaan bezig te houden.  ‘Zou het dan toch kunnen’, zo vroegen we ons af ,’dat de zin van de geschiedenis was van op een meer verfijnde en minder absurde manier met mekaar om te gaan’ ?  Personeelsadministraties zouden voortaan veel makkelijker kunnen aan de slag gaan, met veel minder oeverloze wetgevingen. Zinvol werk zou zeker aan een opmars beginnen nu iedereen minder marktgebonden werk zoeken kon.  Meer sociale gelijkheid zou zeker ook minder misdaad betekenen.  Het vak filosofie kreeg eindelijk ook zijn plaats in het basisonderwijs.  Door op een andere manier met mekaar en de maatschappij om te gaan, zo besloot de scenarist van de film die we over dat ales gingen maken, zou er meer ruimte vrijkomen om onze emotionele wrijvingen op te lossen.  ‘En’…voegde de cafébaas eraan toe…’tijd is beweging’.    Meer uitleg kunnen de cafévrienden vinden op

http://bloggen.be/consciense2008

Ze kwamen na die bewuste stamkroegvergadering nog eens, toevallig natuurlijk samen om het onderwerp verder uit te werken.  'Begeerte had hen aangeraakt' zoals het in de Internationale staat. Naar aanleiding van een uitnodiging van de die avond ruimschoots met bonnetjes trakterende stadsdichter W.T., kwamen een deel van de debateurs van de stamkroegvergadering deel I weer in conclaaf bij mekaar en gezien de uitzonderlijke economische toestand en politiek benarder wordende wereldsituatie, riepen ze de Republiek Orschot uit. Groot Orschot nog wel. De grondwet kon min of meer afgeleid worden uit de standpunten van de voorbereidende stichtingsvergadering, behandeld onder deel I. hierboven.

Veel aandacht ging deze keer uit naar de regeringsvorming en de verdeling der mandaten. De enige voorbereidende actie tot het uitroepen van de republiek, had er in bestaan van op de dag van de Vlaams-Euroopese verkiezingen vorige week een ludieke tegenaktie te organiseren, namelijk, de verkiezing van diegenen die de beste tomatensaus kon maken. Deze verkiezingen waren  voor het eerst in de Orschotse Geschiedenis een ernstig concurrent voor de staatsverkiezingsmachine.

Wat betreft de keuze voor het ambt van Cultuur, hét project bij uitstek voor de op dat vlak zeer bedrijvige gemeente, viel de keuze van het centraal comité van de nieuwe republiek op J.V., die in zijn openingsrede prompt een budget voor een op een nieuwe leest geschooid conservatorium aankondigde.  De functie van politie en tevens gemeenteverdediging werd toegekend aan D.H. vanwege zijn suksesvolle campagne voor het opsporen van gestolen voertuigen.  Opmerkelijk vernieuwend in de raad, bleken de voorstellen van de Germanist M.L. te zijn die als bevoegde voor verkeer en spirituele aangelegenheden voor de gelegenheid de titel 'rode kardinaal' kreeg.  Het kersverse raadslid bepleitte verder een deelname aan het Eurosongfestival en hoopte als oud voorzitter van de vereniging België-Rusland op veel stemmen uit de Oost Europese landen. Een zaaltje  voor de organisatie van het eurosongfestival, na een mogelijke overwinnig van Orschot, werd ook al gevonden. Verder wees hij op de mogelijkheid van slechts auto's uit  in de toekomst door de automobielarbeiders uit wanhoop gesocialiseerde fabrieken te importeren. Voorlopig besloot men gezamenlijk alle nog rijdende Zastava',s Lada's en Skoda's op te kopen teneinde de moordende concurrentie in de automobielbranche een loer te draaien. In afwachting van de anti-cumul regeling voor ministers, kondigde M.L. ook als tijdelijk verantwoordelijke voor sport een naamsverandering voor de voetbalploeg aan : 'Dynamo 'Orschot nu.

Een lid van de boerenvereniging, met een spandoek van 'wij werken niet meer voor een appel en een ei' op zijn erf, eiste van de kersverse dirigent van het project landbouw dat het tot een gemeenschappelijke samenwerking tussen alle bijna failliete en failliete boeren zou komen...met steun van de makrobedrijven. Ook de verantwoordelijke voor de audivisuele sector JL, kondigde een resem alternatieve plannen aan,net in een periode dat de enige alternatieve Orschotse filmclub de boeken wou toedoen. De onderverantwoordelijke voor cultuur, MM bedankte de zeer ludiek wordende vergadering voor het in haar gestelde vertrouwen en onderhandelde al meteen van bij de afkondiging van de republiek Orschot met de kersverse verantwoordelijke van Horeca MH over een integratie van het bibliotheekwezen in de plaatselijke privé Horeca zaken.

Even was er een interpelatie van iemand van de grootste Orschotse fabriek, die een evenredige afvaardiging van de arbeiders in de raad der nieuwbakken republiek voorstelde.  Als minister voor buitenlandse zaken kreeg O.C. de beschikking over een oude mobilhome (en tevens kantoor en diplomatieke ruimte) om bij hoogdringendheid een aantal buitenlandse reizen te maken. (het regelen van de afscheiding van de provinciale instanties, een reis naar Poetin in Rusland om te bekomen dat het gas vooral niet zou worden afgesloten, een reis naar Evere om het Orschots ontslag uit de NAVO in te dienen enzomeer)/

De vergadering werd bekrachtigd door het verkiezen van de president en tevens premier van de nieuwe republiek Y.J.   die internationale erkenning tot zijn eerste prioroteit uitriep. Hij riep tevens de jarige stadsdichter W.T. op het podium teneinde een volkslied te declameren en de vlag van de republiek voor te stellen, waarop er dan met bons als lokaal betalingsmiddel (het voorstel van de Roebel en de Jack Up werd afgeschoten) nog een glas gedronken werd; waarna het ook makkelijker werd om meteen ook maar een aantal vrijheden in de taboesfeer af te kondigen. Teneinde een zekere discipline te waarborgen werd het sluitingsuur van cafés door Horecabaas en verantwoordelijke voor de volksgezondheid MH op 2 uur vastgelegd.  Wijsheid zegevierde over de hele lijn die avond. Ontroering alom ook toen dichter-schilder WT de aanwezigen op zijn nieuwste bundel trakteerde.

20:28 Gepost door blogkunstenaar in sfeer | Permalink | Commentaren (0) | Tags: meer dan het oppervlakkige op cafe |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.