30-12-09

9.Na-oorlogse novellen + theatermonoloog Kiezen voorMensela

100_1555

Een school anno ongeveer 1973. 

            In de les Frans heeft de leraar z'n dagje niet.  Hij is niet te spreken over de schriften die hij opvraagt.   Geen enkel schrift waar hij geen negatieve opmerking over maakt.  Tot hij bij de laatste bank komt.

Hij neemt men schrift en kijkt het na.  Geen wonder dat hij tevreden is, literatuur, in welke taal ook, interesseert mij en dan doe je er ook iets voor.  Zijn prijzende woorden gaan me wel iets te ver...ik begin me een beetje té voorgetrokken te voelen.  Geen nood, hier haalt m'n intuitie me wel uit.  Naast de datum moesten we in de kantlijn elke dag de initialen H.M.H. schrijven.  Waar die letters voor stonden, stondt voluit in grote letters geschreven boven het grote podium in de centrale zaal van de school :

'Hij moet heerschen' stond er.  Mij deed het een beetje denken aan hoe tijdens de oorlog sommigen de heilgroet maakten...dus vroeg ik de leraar Frans doodgemoedereerd of dat nu echt nodig was dat we dat elke dag moesten schrijven.

Hij barstte in een driftbui uit : "Dan is er eens ene wiens schrift in orde is en dan dit".

Hij stuurde me kwaad de klas uit en ik moest naar de perfekt van de school.

Ik deed daar m'n verhaal en nam de gelegenheid te baat om het over de grote kollektie aan koncentratiekampboeken van de in de oorlog bijna gedeporteerde man te hebben.

Destijds waren er velen lid van het koningsgezinde verzet geweest.  Een brede beweging met zowel een deel boeren als katholieke arbeiders die zich eigenlijk meestal onbewust richtte op het  autoritaire anti-parlementaire van de houding van de oorlogskoning.  Aan de touwtjes trokken lieden die in feite na de oorlog  een autoritair conservatief regime aan de macht wilden brengen.  De dupe van hun streven waren die gewone boeren en arbeiders en mensen uit andere lagen van de bevolking die de pers van hun

beweging moesten helpen verspreiden of de collaborateurs hier en daar spaken in de wielen moesten steken.  Daar mochten ze dan ook niet te ver in gaan want de top van de koningsgezinde beweging wedde eigenlijk op twee paarden.  Er was toen ook het onafhankelijkheidsfront waaronder de partizanen die heel aktief in 't verzet waren, soms te aktief...met nodeloos uitgelokte repressailles tot gevolg.  Ze vergaderden bij m'n opa's buurman, maar hij en zijn buurman waren er geen lid van, ze wilden echt neutraal blijven en gewoon piloten en werkweigeraars verstoppen.  Een boerderij waarvan vermoed werd dat men er via een kontakt hogerhand aan bepaalde opeissingen ontsnapt was werd daarom alleen al bijna overvallen.  Ten onrechte dachten misschien een paar mensen dat m'n opa en z'n buur er voor iets  tussen zaten.  Vandaar misschien de later verspreidde absurde beschuldigingen over de na een verhoor ondertekende pagina's met namen van dorpsbewoners...dat later in een paar boeken over het verzet heel onterrecht overgenomen werd.

 Ach,wat een ellende die oorlogen. 

            De recentste is altijd een gevolg van de vorige. Hadden de oorlogmoede arbeiders en soldaten in Duitsland op 't einde en na de eerste wereldoorlog hun revolutie in macht kunnen omzetten, dan hadden de paramilitairen nooit jaren later kunnen uitgroeien tot de stoottroepen waarvan het nazisme zich aanvankelijk  bedienen kon.    Als jongeman maakte m'n grootvader de eerste wereldoorlog mee, als vijftiger zat hij midden de tweede...en eigenlijk wou hij gewoon boeren en z'n produkten verhandelen, een goed mens tussen mensen zijn, iets wat de meeste onder ons toch willen.  Die 'vrede' heeft hij dus serieus onderuitgehaald gezien.            

            In 't onderwijs dat ik genoot, werden oorlogen altijd alleen gezien als iets van 'goeien' en 'slechten', niet als het resultaat van sociale spanningen.  Een Staat die een andere aanvalt, dat deugd natuurlijk niet...maar dat heeft toch meer te maken met het ongebreideld winstbejag van de top van de bezittende klasse in die Staat dan met de

                                                                      

zogezegde 'slechte' mensen die de aanvallende Staat bewonen zouden.  Als de eigen pers en het onderwijs dan nog in het teken staan van de verheerlijking van 'het eigen volk' in plaats van van het humanisme...kan het in een land natuurlijk vlugger mislopen.

            Generatie na generatie proberen ouderen hun ervaringen rond alles wat scheef loopt en beter kan, door te geven.  Wat de niet-zakelijke relaties tussen mensen betreft, is dat al een hele dobber soms...het gaat makkelijker zodra je snapt dat we met z'n allen samen in een soort groeiproces naar onszelf leren uiten zitten.     Vaak durven we ons niet uiten en moeten we de dominantie van enkele mensen rondom ons leren doorbreken, door die dominantie eerst en vooral in vraag te stellen.  Zo is het ook met sociale en politieke relaties...ofwel zit je in een regime of een bedrijf waarvan je de hierarchie erkend omdat je er wel bij vaart, ofwel val je uit de boot en moet je daar iets aan doen...niet zoals zovelen door de rechterzijde van het politieke spektrum te versterken (hoe rechtser hoe meer pro- topklasse en ego-gerichter), maar door tot een aangepaste analyse van het linkse politieke veld te komen.

Probleem bij uitstuk is dat de wereld een eenheid is en alle toestanden mekaar op korte of lange termijn beïnvloeden.  Zo komt het dat ook diegenen die niet uit de welvaartsboot vallen zich moeten interesseren voor hen die het niet voor de wind gaat.

Hoe kan je zoiets aktief en geörganiseerd doen ?  Door wat je niet zint aan te klagen.

Je moet eerst wél weten of hetgeen je als 'onzinnig' aanklacht of dat  voor de meesten wel 'onzinnig' is.  Het kan in de jeugdbeweging, in boerenmiddens, in je straat of bedrijf of waar dan ook.  Zo raken de meest gewone, ongevaarlijke ongemakken opgelost.

Gewoonlijk is het zo dat, omdat we niet over onze eigen voordelen heen kunnen kijken we niet voldoende solidariteit met anderen ontwikkellen kunnen.  Als we de armoede wereldwijd kunnen uitschakelen door de leidende ekonomische en de politieke toplaag te dwingen van van hun ekonomisch en bijgevolg militair oorlogsdenken af te stappen...kunnen we alle toekomstige soorten oorlogen verhinderen.

In een op kennis en geluk gerichtte wereld waar niet naar ongebreidelde welvaart wordt gestreefd, maar waar we het met z'n allen goed hebben en niet als overstresste loonslaven door het leven moeten gaan, zal er meer tijd voor  'inzicht'  in onszelf en de wereld, inzicht tussen  mensen dus, komen.  Geen enkele 'toplaag' kan het zich veroorloven een oorlog te beginnen als hun 'onderdanen' als protest daartegen het werk neerleggen.  Het miljoenenprotest tegen de 21ste-eeuwse oorlog in Irak, internationaal werd er betoogd, hield de oorlog niet tegen. Van wandelingen hebben de toplagen geen schrik.   Alleen algemene stakingen tot de oorlogsplannen van het aanvallend land zouden worden ingetrokken geweest zijn, hadden die oorlog kunnen stoppen.

In hoeverre kunnen partijen en bonden achter deze stellingnamen gebracht worden ?  Door druk van hun leden zijn er openingen naar stellingnamen en aktie mogelijk.

Als de toplaag niet wil plooien, zullen we ze zelf moeten vervangen.

            In de tijd dat ik noch bij de landelijke jeugdbeweging was, betoogden we tegen de nieuwe straaljagers van het leger, tegen de achteruitgang van de kleine boeren, tegen de aanleg van teveel snelwegen, tegen te grote gemeenten, tegen jeugwerkloosheid, tegen onderontwikkeling en tegen oorlog.  Waar we dus vóór waren, was vrij duidelijk...toch konden we het nooit in één programma naar buitenuit toe promoten. 

Er waren natuurlijk toen ook al die partijen en partijtjes waarvan de inhoudelijke kwaliteit van hun werk en programma niet rechtstreeks aan  het aantal leden dat ze hadden of aan hun stemmenaantal, af te meten was.  Ofwel verzekerden ze de grootste bezitters van de ekonomie een veel te overdreven deel van de koek, ofwel eisten ze voor de producenten aan de basis zelf een deel waardoor ze niet meer 'concurrentiëel' zouden zijn.  Niemand eistte een wereldwijd produktiesysteem dat onder dezelfde loonsvoorwaarden produceren moest.  Het iedereen tegen mekaar opzetten bleef en blijft zolang ik al leef de stelregel.

Uit schrik voor de verkiezingen bespaart men ook al heel die tijd vooral op de inkomsten van zij die het al niet te breed hebben...toch weer een groeiende minderheid, zelfs in onze welvarende kontreien dezer dagen. 

            Zo'n vijfentwintig jaar geleden schreef ik een tekst om naar aanleiding van een mikrogebeurtenis, namelijk gemeenteraadsverkiezingen de mensen meer bewust te maken van hun makro-omgeving.

             "De uitdrukking 'vandaag is de eerste dag waarmee de toekomst begint', geldt zeker voor dagen waarop verkiezingen, voornamelijk 'parlementaire' dan, gehouden worden.  Teneinde deze bewering te staven,  nodig ik U uit om met het geschreven woord als contactmiddel eens even na te denken over de maatschappij waarin we leven.  Welke zijn de algemene grondbeginselen van een goed funktionerende samenleving ? 

De fundamenten die we voor een voor iedereen goed funktionerend systeem nodig hebben, zijn rechtvaardigheid en menselijkheid.  Daarom moeten we reeds op gemeentelijk vlak de juiste standpunten innemen, teneinde ze op een hoger nivo te kunnen doordrukken.  We zouden moeten komen tot een maatschappij die de ontplooiingsmogelijkheden van de mens niet beknot.  Zowel als iedereen (na een lange onvoltooide strijd) recht heeft op voeding,kleding, huisvesting,energie, communikatie, transport... zo zou ook iedereen moeten kunnen genieten van goed onderwijs, zinvol werk en creatieve ontspanning om onszelf te ontplooien.  Er moet NU iets veranderen in onze betrokkenheid tot de vraagstukken die ons hede ten dage confronteren.

Anders zullen we het in het jaar 2000 nog altijd vanzelfsprekend vinden dat 1/5 van de Westerse wereld werkloos zal zijn of nepjobs zal hebben en dat 1/3 van de wereldbevolking ondervoed of werkloos zal zijn."

            "Het politiek klimaat om hogervermelde gedachten te verwezenlijken mag  :

-niet nationalistisch gericht zijn : dit omdat een overdreven  Vlaamse, Waalse, Brusselse, Belgische...houding tot doelbewuste diskriminaties leidt.  Indelingen volgens taal, ras, land, streek, geloof, (of ook nog oud, jong, man, vrouw...)zijn alleen maar bedoeld om de mensen opzettelijk verdeeld te houden ten gunste van abstrakte idealen of in het voordeel van de toplaag van de politieke en ekonomische wereld.

Telkens de sociaal-demokratie verrechtst, verrechtst ook zijn kiezerspubliek.

-Het politiek klimaat mag ook niet totalitair kollektivistisch zijn : omdat de individuele mens soepel de kans moet krijgen om via kleinschalige initiatieven ook zijn ekonomische inbreng te doen." .

Wat bijna drie decennia en een privatiseringsgolf later nog steeds niet uitsluit dat de grote ekonomische sektoren ten gunste van het algemeen belang zouden moeten worden beheerd...geen massaontslagen om het aandeel op één dag 10percent te zien stijgen,...de opbrengst van de grondstoffen zou ten gunste van het sociale gebruikt moeten worden, een systeem van faire belastingen zou moeten worden ingesteld...allemaal dingen waar de sociaal-demokratie zich van verwijdert terwijl ze zich aan de neo-liberale globalisatie aanpast en de linkerzijde een antwoord zoekt.

-"Het politiek klimaat mag dus ook niet-liberalistisch gericht zijn : omdat een ongekontroleerde wildgroeiconcurrentie op termijn altijd tot een ekonomische en sociale puinhoop leidt, wat de wereldekonomie maar blijft bewijzen.

-Het politieke denken mag ok niet eenzijdig konfessioneel gericht zijn, omdat godsdienst een individuele zaak is die maar al te vaak voor politieke doeleinden misbruikt wordt". 'Konfessionele middens worden ook vaak door het rechtse en natioalistische denken beïnvloed. Ook via de filosofie en de wetenschap is het bestaan van hogere waarden of het eeuwigheidsbeginsel aantoonbaar, zou ik er nu, 25 jaar later kunnen aantoevoegen...wat ik door menig essay al schriftelijk proberen aantonen heb 

"Daarom zou men, indien men met zichzelf en met zijn gemeenschap eerlijk wil blijven, zich best niet bewegen in partijen die zich nationalistisch en neoliberaal oriënteren".

            "De meeste mensen hebben geen interesse voor politiek.  Eigenlijk wil iedereen eenvoudige en gelijkvormige regelingen.  We zitten gevangen in het steeds met minder mensen meer produceren- systeem dat uiteindelijk tot ekonomische oorlogsvoering leidt, tot steeds meer stress en naijver.  Anderen worden dan weer verplicht zich te vervelen of kunnen geen gezin starten of onderhouden.  De techniek zou ten dienste van de mensen moeten staan...dan is pas echte vrijheid en vooruitgang mogelijk".

            "De werknemers,de kleine middenstander en de boeren en migranten zijn al jaren de dupe van ons falend grootkapitalistisch systeem...in of buiten ons land.

Indien men de regels van het systeem mondiaal aan het Europees sociale zekerheidssysteem zou aanpassen en overal dezelfde lonen voor hetzelfde werk zou betalen, zou een eerste belangrijke stap naar armoedebestrijding en het voorkomen van oorlogen genomen zijn.  Indien men dan ook nog wereldwijd per soort van goederen alle aandelen in één groep zou integreren, zouden er veel onnodige spekulatie en absurde concurrentieoorlogen overbodig worden.  Zo zou iedereen in een funktionele in plaats van een spekulatieve ekonomie tewerkgesteld kunnen worden...het spekulatieve aspekt van de wet van vraag en aanbod zou net als alle andere wildwassen van het liberalisme door een gepast internationaal overheidsingrijpen worden uitgeschakeld".

  Zin

            Ik wandel naar de Notenberg. Enorme rust.

De rust zet zich op me over.  Geen onrust vanwege politieke situaties.  Geen gedoe om emotionele negativiteit.  Geen verstrikking in overreageren van anderen. 

Geen lichamelijke noden.  Geen praktisch te regelen dingen.  Toch zullen ze terugkomen.  Dan pas zal ik ze weer aanpakken...weer op een rechtstreekse manier tussen mensen.  Dit is de onrechtstreekse dus.  Alleen door je soms niet teveel zorgen te maken raak je aan de meeste problemen uit. 

            Als je iets wil weten is het soms beter het niet te weten want je moet altijd de ervaringen door die je het doen begrijpen...en dat kan aanvankelijk serieus tegenvallen.

            Oorlogen blijven maar voortduren, niet alleen omwille van ekonomische tegenstellingen en machtsverhoudingen, maar ook omwille van filosofischachterhaalde tegenstellingen over het ontstaan en vergaan van alles.  Het woord 'religie' leidt nog al te vaak tot een verrechtsing van het politieke denken.  Daarom dat ik met een aantal tussenstappen via andere teksten uiteindelijk de volgende filosofische uitgangspunten ontwikkelde.

 

 Er zijn geen foto's van.

Alleen beelden en herinneringen in onze hoofden.

Waarden waaraan we hechten.

Omdat alles een zin en een bedoeling had en heeft.

Omdat alles altijd is zoals het op een bepaald moment kan zijn.

 

            Ongeveer 1943.  Een slanke zwartharige jongeman rijdt per zware fiets met petrollamp doorheen veldwegen van zijn dorp naar het dorp van zijn blonde lief een fietsuur verder.

Zijn dorp zou een jaar later omsingeld worden door meestal collaborateurs en nazi fascisten die een dorp van weduwen zouden achterlaten.  Een verdwaald stukje van een soort bom zou haar raken.

Hij had met zijn broers ook bij Cockerill in Seraing geen werk gevonden, maar wilde naar Kongo emigreren met zijn, na de werkuren op het landbouwersbedrijf van zijn vader behaalde diploma in exotische landbouw.  Zij had hem overal ter wereld willen volgen.

            Toch kozen ze na een zestal jaar verkering voor het fruitkweken en het verhandelen van hun produkten en die van andere boeren.  De uit Engeland overgewaaide laagstamplantages vervingen de hoogstam, de veestapel van hun ouders maakte meer plaats voor handel.  De kar met paard naar de markt in Leuven;( wie kan het zich nu nog inbeelden), werd op een dag vervangen door een automobiel waar nog een stuk hout in het chasis verwerkt was.  Dan kochten ze samen met hun broer en schoonbroer  een Magiruskamion waarmee ze een plaats op de binnenlandse markten van Mechelen veroverden.  Begin jaren zestig was het dan tijd voor de handel met het land dat door de mensen van voor hun generatie nog 'Pruisen' genoemd werd.

Die' Pruisissche' mensen hun grote politiekers hadden een deel van hun volk al tweemaal op de rest van Europa afgestuurd, maar ons pa en ma en compagnie bewezen dat het beter is met fruit naar ergens te gaan dan met wapens.

            We weten het nog goed.  Ons ma vanaf juni alle dagen om vijf uur op om de meer dan honderd families boeren en mensen die na en voor hun werk iets wilden bijverdienen te ontvangen; hun aardbeienleveringen volgens reeksen in boekjes met carbon te noteren. Sommige leveringen met extra punten 'sterretjes', andere daarom niet minderwaardig.  De oogst stopte niet voor oktober door was en het leveren ging de hele winter door toen zijzelf en andere fruitkwekers hun frigo's begonnen bouwen.

Eén kamion per dag bleek in de piekmaanden niet meer genoeg om alles naar binnen -en buitenland verscheept te krijgen.  De aardbeien waren nog niet af of de rode bessen kwamen er al aan.  Stekelbessen en kersen kondigden dan het hoogtepunt van de zomer aan.  Dan staken de eerste vroege appelsoorten hun kop steeds duidelijker op, de James Grieve, Stark, de Tydeman en dan de pruimen en de Cox Orange ; de zure Jac le Bel , de Golden; de Boscop en de Winterbanan en de tien soorten peren en de annekdotes over de oude stencilmachine voor de etiketten, waarover ik het wel een andere keer zal hebben.  Kortom, iedereen was altijd bezig, iets dat ook onze pa in zijn latere leven zo moeilijk afgeleerd kreeg; omdat , als hij niet op de baan of de veiling of thuis tussen de kisten of papieren zat; hij ook nog op allerlei mogelijke manieren tussen de bomen en zelfs tussen de ‘koei en de schapen’ van de oudjes in Stok te vinden was.  We moesten wel keihard leren werken, anders had hij het misschien niet overleefd.  Naarmate het bedrijf groeide nam hij een aantal mensen in dienst.  Mensen waar ik ooit al  eens iets over geschreven heb ; Frans en Tuur mijnwerkers die blij waren boven de grond te kunnen werken, Hagelandse plattelandsvrouwen als Clemence en Sieke en anderen, of de jongste van 'Louis van Sisses.' Jarenlang waren zij als famillie aan huis en de middagmaaltijden waren dan altijd een vrolijke bedoening.  Eerst maakte ons grootmoe 'Lin' nog het eten, toen ze vier jaar ziek was deed ons ma dat er ook nog maar weer bij.  Het was niet alleen een bedrijf waarvan de bedrijfleiders moesten zorgen driemaal per week op de binnenlandse groothandelsmarkt te staan met eigen en geleverd of op veilingen gekocht fruit; er moesten niet alleen een aantal eigen plantages worden onderhouden en in het hoogseizoen tot zesmaal per dag naar het buitenland gereden...ook de oudere generatie van de famillie werd de laatste jaren van hun leven waardig naar hun aardse einde begeleid.   Ons ma heeft zoals wij wel ver alle stielen gedaan.  Had ze zoals  haar oudste kleindochter met de auto leren leren rijden, dan hadden we het haar  misschien wel niet kwalijk genomen dat we ze nooit meer hadden weergezien.  Maar ja, iedereen moet zijn eigen uitdagingen aannemen …en iedereen maakt voor zijn eigen op tijd de balans ervan op.

          ‘Waar is de tijd naartoe’ zegt men zo dikwijls, is hij niet gewoon samengebald in dit materiele en genetische heden ?  De houten onderleggers voor de honderden aardbeienkistenstapels die dagelijks met steekkarren tot bij de kamions werden gebracht en dan met de hand geladen werden.  Ik was nog jong en stak meer keren drie en vier dan twee kisten tegelijk omhoog. ‘’Ge gaat uw ‘was’ breken’’; zeiden Tuur en Frans van Schunnebroek me altijd.   Later reden we met de karren de nu tot invalidenlift omgebouwde laadbrug omhoog tot op laadbakhoogte. In Mechelen trokken we tussen de rook van de diesels om vier uur  ’s morgens al karren met twintig kisten peren van twintig kilo naar de kamions van Lemaire uit Bastogne en Hostin uit Virton en ‘diehe anti-takscontroleurs’ gezinde roodblozende dikke Marcel uit Arlon of gewoon  de Frans van Boortmeerbeek.   In Keulen bij Birkenheimer, in  Dusseldorf bij Wittenberg, in Duisburg bij frau Hoffman, in Koblenz tot in ergens een Daffabriek toen de kamion in pan viel, overal kwamen we dezelfde mensen als hier tegen…ze zeggen en doen het gewoon op een andere manier, maar het gaat om hetzelfde.  Over het enige echte theater dat het werkelijke leven is.

Ondertussen en tegelijk werden er boomgaarden gesnoeid en gerooid; snoeihout bijeengekeerd en met een soort vorkmachine zonder naam uit de rijen gestoten en opgestookt.

Na de winters wanneer het nieuwe leven op de takken weer uitbrak; moest er weer gemaaid en gesproeid worden want de klant wilde ‘mooi’ fruit zonder ‘plekken’ en maakte een onderscheid tussen dik en klein fruit.  Het was eerst in de tijd van onze jongste zus en haar man dat onze pa met Onze-Lieve-Heersbeestjes en zo begon te experimenteren; dik tegen de goesting van de chemieindustrie en onder toezicht van een juffrouw vh ministerie van tuinbouw geloof ik, maar daarvoor zal ik weer eens op ons ma haar langetermijngeheugen voor mensen en families moeten beroep doen.

Zijn broer en neef, ontlastte onze pa meer en meer als camioneur en de introduktie van clark en paletten maakte handlangers zoals ondermeer  ik of mijn neven die meereisden om alles met de hand te laden en te lossen meer en meer overbodig. Merkwaardig was wel, dat alhoewel er in de frigo's niet meer zo met de hand moest gestapeld worden, het aantal werkuren wegens de voortdurende schaalvergroting niet daalde.  Machines om zes kisten appellen driemaal op zes andere kisten te zetten werden vervangen door de clark; waar zelf al een apart hoofdstuk over te schrijven valt; kamions werden groter, traktoren verouderd of versleten…zoals onzen eerste die we nog moesten ingangpompen.  We mogen echt dankbaar zijn, denk ik soms dat we in een tijd tussen het oude en nieuwe zijn opgebracht…omdat je alles verschillende facetten van het leven dan misschien beter naar waarde kunt schatten. Maar misschien is deze tijd dan ook weer een overgang .

            Al van in de tijd dat m'n oudste zus nog naar school ging en de mensen zondagsvoormiddag's aanschoven om het geld voor  hun fruit af te halen; sprong zij in de boekhouding bij...tot en met het behalen van een avondschooldiplom A1. 

Ook haar man sprong haar zo nodig bij.

Waren wij allemaal kontent dat wij met al die paperassen niet moesten bezig zijn.

            Naarmate de groothandelsdistributie meer en meer door de grootwarenhuizen zelf opgeslorpt werd en de ketens zelf hun fruit op de veilingen kochten en men in Duitsland meer eigen fruit ging telen verschoven ook de verhoudingen op de markten.

Kinderen trouwden en bouwden toen door allerlei ekonomische  en subjektieve omstandigheden  meer dan nu en gingen hun eigen weg, met of zonder mekaar doorheen het zich wijzigende landschap van de wereld met z'n oude en nieuwe opvattingen . Het is nu weer aan de  zes kleinkinderen om uit de ervaringen van de vorige generaties de te leren en hun eigen weg te gaan.

 Ondermeer de samenhorigheid van de jarige bejaarden mag hier model voor staan.

            Laat ons met al onze moderniteit het hoofdstuk dat aan de kleinkinderen voorafging nooit vergeten…dat kan zelfs niet denk ik, want we zullen er de rest van onze levens nog op tal van manieren aan terugdenken.    Geen wet, geen afscheid, geen afstand, geen dood kan ons scheiden.  Laat de machine de mens maar voor een stuk vervangen, hem als mens vervangen kan 'het', de 'machine', toch niet.  Laat ons het werk dat we doen, niet alleen doen voor het geld, maar omdat we het graag doen...zoals alle personen waarover ik sprak , en anderen...het graag deden.

 Laat ons de mensen die we graag hebben in al hun onvolmaaktheid waarderen...want alleen in het dagelijkse leven als geheel; tesamen zijn we volmaakt. Of je nu bomasoep maakt of als oude wijze man, ondanks je lichamelijke beperkingen het zachte in jezelf nog kunt uitstralen.  Of je fruit kweekt of de jongeren laat sporten of alle soorten jobs aankan of auto’s herstelt of programma’s schrijft.  Of je mensen gezond wil leren eten  of het half land van koelte of warmte voorziet en in je vrije tijd bouwt .  Of je telefoonnummers van waar dan ook opzoekt of denkt te moeten schrijven.  Of je nu  studeert en je ouders en mensen in een kliniek of een school helpt... . Laat ons niet oordelen over anderen, maar ons verwonderen over anderen en de wegen die zij bewandelen.  De ene heeft zijn vrouw of man of werk nodig, de andere kan niet zonder filosoferen over werkelijk alles. 

 Zijn we niet allen moedige nakomelingen,   schepselen van de eeuwige kracht van het goede...die we op allerlei verschillende manieren proberen doorgeven tegen al het negatieve in.  

Niet iedereen legt het leven in veel woorden uit.  Gelukkig maar.

Het gaat om de daden,gevoelens en gedachten ,de levens die zijn en worden geleefd.

Wij zijn een puzzel van iedereen die doorheen generaties heen tijdloos door werd gegeven.  Zelfs wijzelf weten niet altijd waarom.

 

De Lijkstoet

            Van achter de ruiten van de kleuterklas , zag de knaap een door een paard getrokken lijkwagen voor het schooltjesspeelplein richting kerkhof voorbijtrekken. 

Een groep donkergeklede volgers bengelde d’erachteraan.

Als je op de tippen van je teentjes stond ,kon je zien dat de kist open gelaten was.

Die opgestreken gordijnachtige witte zoom van de zwarte kist…het leek alsof de onzichtbare dode in een rijdend bed zou liggen.

Zou men de kist dichtschroeven, zodat de vijzen zich in stilte in het hout zouden eten of zou men de nagels voor de dekplaat van de kist gewoon met luidruchtig hamergeweld door het hout rammen ?  

Hij probeerde zich zo'n tafereel voor te stellen.

            Voorstellingsvermogen en fantasie had hij genoeg.  Hij groeide immers op temidden van alle mogelijke dingen en wezens die boeren, fruitkwekers en handelaars toen nodig hadden om uit de voeten te kunnen.

Hij had zelf immers al geprobeerd van zijn eerste nagel in hout te doen verzinken.  Hij had zelf al dode dieren  in dozen begraven.  Hij vond zijn al dan niet gevederde vrienden toch liefst nadat de wormen al hun werk al helemaal hadden gedaan…en half werk deden die in de rotstinkende wereld vretende minihyena’s niet.  Naarwaar die griezelige wriemelaars achteraf verdwenen was hem een raadsel.  Als ze uit eieren van vliegen tevoorschijn kwamen, zouden ze stukken van afgestorven levende materie door de lucht laten zoemen misschien.

Hij nam tijdens mijn éénmansuitvaarten dan kort eerbiedwaardig afscheid van iets van hen dat er toch al niet meer in was, maar alleen nog maar even in hem leek voort te bestaan om vijf minuten later ;  op enkele uitzonderingen na tot op de dag van dit schrijven ; ergens in z’n hersencelarchieven te blijven rusten.

            Als kind kijk je nog vanop een grote afstand naar wat er in de grote mensenwereld gebeurt,  je kent nog niet het detail van de belangen en rivaliteiten die zich achter alles en iedereen verschuilen.

Men probeert je zo vroeg mogelijk te leren werken en voed je op met allerhande gangbare spijzen voor de buik en het hoofd.  

De ronde karamel

            Beginjaren zesde decenium, einde tweede millenium, winter.

De achtjarige knaap rijdt met z'n zelfgeverfde oude kinderfiets richting kerk.  In z'n mond een ronde bol, (of was 't een karamel ?), die hij van zijn grootmoeder kreeg.  Een warmmollige vrolijke vrouw die hem al eens spek met eieren maakte omdat hij altijd zo vroeg voor die mis opmoest.

Op hoogte gekomen van het stuk weiland waar hij een vijftiental jaren later een huis zou zetten; zakte de bol zomaar in z'n keelgat, maar het verkeerde misschien.  Dapper bleef hij doormalen, het weiland waar hij vele jaren later nog in andere soorten van ademnood zou komen, liet hij achter zich, de kerk kwam in 't zicht.

            Vijf minuten later zat ie de mis te dienen.  Ergens bleef die bol hangen en iets begon meer en meer te klemmen.  Hij kreeg het warmer en warmer en moest juist rinkelen met zo'n kerkelijk ringedingdinges voor d'een of d'ander mystiek gebeuren...toen hij overal sterretjes zag.  Het volgend ogenblik was men hem water aan 't laten drinken in de aankleedruimte van de kerk.  Zo'n aankleedruimte had een aparte naam en klonk als 'sakrestijn'...een soort in onbruik geraakt woord.  De knaap wist het nog niet; maar zou zijn leven wijden aan alles wat niet in een soort vergeetput verdwijnen mag.  Bepaald geen makkelijke taak als je geboren bent in het midden van de eeuw waarin nog nooit op zo'n korte tijd zoveel veranderde.  Dat houten sorteerbakken voor patatten of koeistallen voor vier beesten verdwenen, bleek niet tegen te houden, maar niet onoverkomelijk, want wie de grootschalige landbouw maar niks vond, kon het nog altijd kleiner proberen als hij of zij tenminste veel van al dat moderne ontberen kon.  Goeie gewoonten planten zichzelf toch voort, zelfs als daar eerst dertig jaar antibiotikakuren en hormonengespuit op dieren moet tussenliggen.

            Wat was er dan uit dat verleden dat de knaap wilde redden voor de toekomst en waarmee hij het heden wilde begrijpen ?

            De knaap was niet alleen geinteresseerd in wat men nu eigenlijk met 'god' bedoelde of waarom er in z'n geboortedorp zoveel oorlogsweduwen waren, maar ook in simpele uitspraken van grote mensen, woorden en situaties die hij niet begreep.  Bijvoorbeeld dat verhaal over die bepaalde voor hem onbekende familie waar de man z'n vrouw verbood van met blote armen rond te lopen.  Hij was nog maar een knaap, maar toch zou hij dat alles eens op een dag grondig uitgespit hebben; want als je als kind echt iets diep van binnen wenst, heb je meer kans dat zo'n wensen scheuten krijgen, dan wanneer je jezelf door omstandigheden daar te oud voor voelt.  Dat hij om pijn en dergelijke te begrijpen zelf de pijn in moest wist hij toen (spijtig genoeg?) nog niet.  In hoeverre waren dingen die gebeuren onontbeerlijk en afwendbaar ?

 

De wijsheid in pacht, zonder erover hebben nagedacht

            Even terug naar de kleutertijd.  Sommige mensen kunnen liegen en bedriegen alsof ze gewoon een bijrolletje in een gangsterfilm spelen.  Onze knaap, niet.  Hij vatte het leven heel ernstig op.  Het leven was immers een geschenk.  Iets dat je van God en je ouders en zo verder gekregen had.

Iets vol geheimen en dingen die je diende te eerbiedigen.  Iets dat niet zomaar vanzelf kwam, maar waarvoor men zich op alle mogelijke manieren inzetten moest.  Ook iets dat bij gebrek aan goede wil, via een straf, naargelang het vergrijp...'bijgestuurd' werd.

            Al van toen hij de eerste keer de borst kreeg, was het voor iedereen, behalve hemzelf, duidelijk welke levensfilosofie hij aannemen zou : 'het leven was er, het werd je aangeboden...alles wat je nog hoefde te doen...was je goede wil te laten zien...én te zuigen.  Zoals ook de vrouw het zaad van de man opzuigt om vrucht te kunnen dragen.

Zijn karakter ontwikkelde zich in de richting van teveel goede wil en te grote stoute schoenen.  Hij ontdekte  dat er naast melk  nog andere dingen in het leven waren.

 Al van in z'n kleutertijd werd hij door het katholieke kerkapparaat opgemerkt en uitgepikt om een belangrijke rol in allerlei rituelen te gaan spelen.  Het was een hele struisgebouwde non met sandalen; maat 45 (?), die hem 'ontdekte'.  De dag na de nacht dat Sinterklaas was langsgeweest wou hij maar wat graag Indiaan zijn.  Dat trok hem aan.  Hij tooide zich met de verenkroon die de man met de witte baard waarschijnlijk via een inzamelingsaktie van d'een of d'andere soort paters buitgemaakt, of minder avontuurlijk gezegd, 'opgehaald' had; en begon in het kleuterklasje rond te hollen.  Kreten jubelend op z'n Indiaans; à la cowboyfilms van op de TV bij de overburen, de famillie Oversteens, die als eersten in het dorp een beeldhuis hadden.  Niet dat tabaksgigant Belgatabak veel betaalde, maar André had na zijn uren ook nog 'poten aan zijn lijf' en een thuiswerkende vrouw in die specifiek kleinschalige tuinbouw van vooral toen.

Op het platteland kan dat tellen (en telen).   Maar terug naar de knaap dus.

Door toedoen van de overgrote dosis energie die hem toen al kenmerkte, kwakte dus de mooiste vaas aan van de kleuterklas aan diggelen.

Hij zou geweten hebben dat het zijn fout wel weer eens was.  De non, met de mannelijk aandoende naam, die anders zo lief lachen kon, trapte verwoed in de richting van zijn kleuterkont.  Hij rende voor z'n leven. 

Kon hij het helpen dat dat in 't zwart ingekapselde mens de kleuterstoeltjes zo dicht bij de kasten met breekbare dingen erop zette ?

Ja : "vooruit gij 'zen duvel', kom hier kleine rappe pallieter...wanneer ga je nu eens leren stilzitten...onbeschofte zoon van ne marchanderende fruitboer".  Had hij toen twintig jaar ouder geweest, dan had hij misschien het volgende geantwoord : "Hoe is het mogelijk dat de opvoeding van kinderen toevertrouwd wordt aan vrouwen die er geen willen krijgen".  Of nee, dat zou hij dan alleen maar gedacht hebben, want zo'n uitspraak zou het meer verdienstelijke werk van veel van die vrouwen onrecht hebben aangedaan.

            Al van toen af, lag zijn lot al vast.  Deze rebel moest misdienaar worden.  De zuster met de aartsengelachtige naam gaaf de beslissende tip aan haar platonische liefde, eerwaarde heer Norbert; pas 'ingehaald' priester van de nieuwe lichting in zwarte maatpakken geklede zieleoversten, die de oude lichting zwartrokken kwam vervangen.  Hun filosofie was er geen van 'geniet maar van het leven'...alhoewel dat henzelf toch wel duidelijk lag.  Geen gezinszorgen, een vast inkomen.  Aftrekbare posten zoals wijn en werksters misschien ?  Hun ingesteldheid was er eentje die duidelijk verried dat zij dachten dat zij alles beter wisten.  Velen geloofden dat.  De knaap aanvankelijk ook.  Bezorgde de Roomse kerk onder de vleugels van de jonge dynamische managers Aartsengelnon en Norbert hem niet zijn eerste inkomen : een deeltje van het kleingeld dat bij de enkele trouwpartijen in het kerkelijke mandje viel.

            De enige manier om als kinderen van plattelandsmensen die met de boerenstiel te maken hebben, aan het gedeelte 'teveel' van werken te ontsnappen, was ofwel te zeggen dat je teveel huiswerk had, ofwel zeggen dat je iets van de pastoor moest ronddragen of zo.  Niet dat hij en kornuiten niet graag werkten...maar de kinderen van die arbeiders die de boerenaktiviteiten financieel niet meer nodig hadden, konden de hele week sjotten, ravotten... (of zich vervelen ?) . 

 

Het houten-bakken paradijs

            Wij, de klein mannen van de boerderijtjes,, hadden weer eens een huis van houten bakken gebouwd.  Kompleet met vensters en al.  Als je bij ons binnenkeek zag je de keukentafel, ook al van bakken, en het gras en de paardenbloemen die de groenten moesten voorstellen.  De TV, die nog maar pas opgang maakte, was dan weer een houten kist zonder bodem die op een bakkenverhoog op haar kant stond.  Wij maakten onze nieuwsberichten zelf.  Als één van de jongens of meisjes dan achter de bodemloze bak kroop, kon je het wereldnieuws overlopen.  Ofwel pleegden we een stuk plagiaat op wat we op de radio hoorden : "Vandaag om 17 uur is president Kennedy aan z'n verwondingen overleden", ofwel brachten we het plaatselijke nieuws dat we in de krant hadden gelezen : "Onze door de voorbije oorlog geteisterde gemeente heeft vanaf de recente verkiezingen de jongste burgemeester van heel Belgie".  Op ons best waren we echter als we zelf improviseerden : "Het kalf van boer Pieeh z'n rosse koei, trekt geweldig op het 'bakkes' van Jeppe van de Witte...".

Deze eerste en laatste dialect TV-uitzendingen, hadden qua klank soms veel meer weg van het Zweeds, dan van de Algemeen beschaafde, Nederlandse taal, en zullen waarschijnlijk altijd uniek blijven, daar de regionale TV-zenders van nu (eigenlijk maar best), ook in 't ABN uitzenden.  Dialekten hebben wel een klankkleur en oerbinding en betekenis die je zomaar niet vervangt.

            Maar goed dat wij dat jaar nog veel kunnen spelen hebben, want het jaar daarop konden sommigen onder ons al lichte volle bakken fruit dragen en werden we in allerlei landelijke processen ingeschakeld...wat ons veel bijbracht en tof kon zijn als het allemaal niet teveel werd, want er moest steeds meer en meer worden geproduceerd 'om te kunnen overleven' 'zogezeid'.  Ach ja, ...en bovendien was het wel ergens onze eigen schuld...daar we allemaal wel wat wilden bewijzen tegenover ouderen en tegenover mekaar.

            Wat wisten wij eigenlijk toen van 't leven ?  De verre voorvader van grootvader was waarschijnlijk een 'grotvader' daar hij in spelonken leefde.

Eens om de zoveel jaren was er wel ergens een oorlog en dat zou naar 't schijnt altijd blijven duren, want het was altijd zo geweest. 

De pa van onze pa, die af en toe eens in ons bakkenhuis kwam kijken, beloofde ons dat hij zijn boomgaard met hoogstammen tot een paradijs met vijver en zo zou maken, maar voor ons was dat al.  Grootva heeft ook de tijd niet kunnen stilzetten...en ook de andere grootva's uit de buurt niet.

De grotschaligheid rukte op en beroofde de dieren van de vrijheid om gezond te leven.  Hoogstammen werden gegeerd openhaardvoedsel, terwijl de kachelverkoop terugliep en de mijnen 'gereorganiseerd' werden.

Het hardfruit zou voortaan makkelijker op laagstam gewonnen worden en in steeds grotere en grotere vries-en luchtledige ruimten worden bewaard.

Hetgeen onze-lieve-heersbeestjes en andere geleedpotigen al jaren deden : het neerslaan van witte en rode spinnenepidemies, schurft, ...zou voortaan worden overgenomen door een alsmaar gigantisch wordende verdelgingsindustrie die zowel rijke verdelers als waarschijlijk hier en daar zieke boeren voortbracht.  Eigenlijk een stuk de schuld van de consument, die fruit met rare plekjes niet moest hebben...wat was de mens toch kieskeurig geworden.  Ziektes werden meer en meer door antibiotica genezen...maar ook die te bestrijden beestjes zouden jaren later versterkt uit de strijd komen.  Wat zal er van het huidig gepruts met genen te verwachten zijn ?  Waarschijnlijk alleen dat waar het hele opzet om te doen is :  hogere winstcijfers.

            Paarden en kasseien zouden worden vervangen door beton en asfalt en immer zwaarder wordend vervoer.  De simpele beestenhokken werden vleesfabrieken.  De romantische boerenschuren hangaars.  De bij mekaar gespaarde centen om het boerderijtje uit te breiden werden dure bankleningen waar de meeste boeren zich krom voor werkten.  Ook in de fabrieken werd het werkritme alsmaar opgedreven...en dit probleem zou de volgende veertig jaar niet in het programma van onze meest gemediatiseerde politieke partijen aangekaart worden.  Hongersnood en vernietiging van voedsel pasten perfekt samen in de wereld die wij erfden.

De grootspekulanten en hun vazallen trekken overal aan de touwtjes.

Wij wisten echter niet beter dan dat president Kennedy een vriendelijke man was; een 'eerlijke', die doodgeschoten werd...de film over de moord (J.F.), zou dertig jaar later duidelijk maken dat het systeem desnoods zijn eigen slippendragers vermoord.  Wij wisten niet beter dan dat de jongste burgemeester van Belgie; onze sympathieke buur met z'n onafhankelijke

lijst, na de fusies ook door de grotere lijsten zou worden opgegeten...om uiteindelijk misschien uit afkeer van de grotebelangenpolitiek terug met z'n lijst 'gemeentebelangen' op te komen.  Het zou niet in ons hoofd hebben opgekomen dat de mensen eerst beter voor een algemeen programma vanopenbaar nut zouden kunnen kiezen en daarna voor bekwane mensen op lijsten per projekt in plaats van per partij.  De term 'openbaar nut' zou veertig jaar later tot bijna helemaal synoniem met de 'belangen van het grootkapitaal'worden.

           

De inplanting van melancholische illusies

            Eerst de grote God de vader, dan de zoon en vervolgens de heilige geest.  "Laat ons zeggen grootvader, zoon en kleinzoon", dacht de knaap in de godsdienstles.  Bompa als diegene die in het slechtste geval het gevoel heeft van z'n strijd verloren te hebben.  De zoon die maar nauwelijks de frustraties van z'n vader ontworstelt is.  De kleinzoon als de nieuwe hoop die eindelijk heel zijn voorgeschiedenis op een rijtje krijgt; conclusies trekt, en een ander, gelouterd vader en grootvader zijn kan.

            De objectieve levensdraden.  De strijd om 't bestaan.  Grootvader, eind vorige eeuw geboren, teenager bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog.  De grote machthebbers slaagden erin van het werkvolk van voornamelijk Europese landen mekaar te doen afslachten en haten.

Wiens 'strijd' om het bestaan was dat eigenlijk ?  Het was de strijd van diegenen wiens geld niet meer genoeg opbracht op de beurzen.

Hun vertegenwoordigers in eigenlijk hun Staat wilden van hun Staat de leidende ekonomische macht maken.  Diegenen die melancholisch dachten dat ze hun leven voor hun vaderland gaven; stierven in feite voor de geldwaanzin van de Grootgeldheren. 

            Grootvaders vader werkte nog voor een grootgrondbezitter voordat hij op z'n eigen lapjes grond kon beginnen.  Het was de tijd van de 5, de 10 en de 14 kinderen per gezin.  De tijd ook dat de uitbuiting en de 'ontwikkeling' van de verre, meestal overzeese gebieden tot in de kleinste parochie 'gesteund' werd; zonder dat het merendeel van de boerkes wist welke industriele groepen ze eigenlijk steunden en in welke mate ze bezig waren met het leven van die andere, overzeese boerkes te ontwrichten.

Hoe zouden ze het ook geweten hebben, werken en voortdurend uitbreiden of verdwijnen en honger lijden , was hun deel.  Om de geschiedenis te leren interpreteren was er geen tijd : de pastoors, de baronnen, de fabrieksbazen en al hun politiek personeel hadden toch het eerste en het laatste woord;  en niet alleen omdat zij het waren die betaalden en betaald werden; maar ook omdat zij het nog altijd voor het zeggen hadden; zelfs na de invoering van het algemeen stemrecht :...de ultieme burgerlijk demokratische illusie van medezeggenschap over wie het uitbuitingsproces leiden mocht.

            Vader kwam eraan...juist toen de jaren twintig al een beetje op gang gekomen waren.  De Russische revolutie werd door 14 buitenlandse machten zwaar belegerd en de  Duitse  revolutie, mede als reaktie op de slachtpartij van de eerste wereldoorlog en allerlei onbering; was nog maar net bloedig neergeslagen of de burgerij tilde het fascisme langzaamaan in een positie vanwaaruit het de rol van de in krisisjaren opgebruikte burgerlijke demokratie kon gaan verdringen.  De ene illusie als oplossing voor de andere gebruiken, bleek de remedie om te voorkomen dat de werkers de macht zouden grijpen.  De verpaupering deed weer haar werk, de arbeidersklasse, fysiek en organisatorisch verslagen , liet zich weer vangen en trok weer tegen de buurlanden ten strijde in plaats van de macht in eigen land te grijpen en de oude draken naar de 'vuilnisbak van de geschiedenis' te verwijzen.  Deze keer wren het niet de opstandige arbeiders-soldaten die met hun revolutionaire dreiging het einde van de oorlog hadden ingeluid.  Nee, het ene imperialistische beest had gewoon het andere verslagen; de oorlogsindustrie had haar centen binnen en er was alweer een plan klaar om geld te verdienen met de wederopbouw.  De voornaamste hoofdoorlogsmisdadigers van 't ene beest werden bestraft of ingelijfd in de spionagediensten van het andere beest; en de plannen van sommige politieke strategen om als twee beesten tesamen door te stoten naar het oosten...VOORLOPIG OPGEBORGEN.  De vader vond geen werk in het Waalse industriebekken en, nog maar net ontsnapt aan het lot van een kleine honderd door concentratiekampen gedode dorpsgenoten, diende hij zich dooe keihard werken een plaats in de fruitteelt en de handel te veroveren.  Zijn plannen om in de Kongo te gaan werken had hij na de koloniale school in Brussel, definitief opgeborgen.

            De kleinzoon kwam...midden jaren vijftig.  Zijn moeder had na een granaatinslag een eigrote krater in haar bovendijvlees overgehouden...een paar centimeter naar links...en onze knaap was nooit geboren.

Een jong, zwaarbloedend meisje, nipt van een Vietnam - of Irakachtige of... oorlogsdood gered.  The 'golden sixties' kwamen eraan.  De bruto nationale produkten begonnen weer te stijgen, in 't Westen meer dan in een deel van het Oosten en in schril contrast met het zuiden.  Niets zou de vooruitgang nog kunnen tegenhouden :  overproduktie ? onverkoopbare stocks ? ...nooit van gehoord.  Met zo min mogelijk mensen produceren werd de nieuwe geloofsbelijdenis.  De overbuiting in de zogezegde exkolonies werd geperfektioneerd via  colaborerende elites, en methoden die men in het Westen niet meer durft te gebruiken. 

            De kleinzoon had aanvankelijk nog niet door dat dit alles niet met wat gewoon 'broederlijk delen' op te lossen was.  Politiek...wat was dat, niemand die een echte uitleg had; soms leek het op het verschil tussen een aantal kranten; soms bij de dorpsverkiezingen op het verschil tussen een aantal min of meer sympathieke figuren.

            Ook de kleinzoon zou een gezin stichten en moest z'n boterham gaan verdienen.  Hij had wel graag op 't land blijven werken, maar die kapitalen daarvoor nodig en die commerce daarrond waren er teveel aan.

Zwaar werk als sjouwer van fruitkisten lag hem, maar hij wou meer tijd om het leven te bestuderen...en niet alleen op de manier die de school hem had bijgebracht.  Het leven zou hem alles leren wat hij nodig had...bijvoorbeeld het ...reizen per trein.

 

Het observeerspel

            Op 't perron van d'aloude provinciestad stonden, kamen en vertrokken honderden ochtendlijke kostwinners.  Ritmisch, door tamelijk nauwkeurige tijdsintervallen gescheiden; stapten de stuk voor stuk, naamoze, boeiende, zwijgzame gezichten in en uit.  Zij die stonden en naar overal rondkeken, speelden het observeerspel...of keken hun korte of lange persorganen in.  Het observeerspel had slechts één gulden regel.  't Leek verboden een bepaald iemand die vooraan in 't gezichtsveld van een ander kwam, daar langer dan twee sekonden in te houden.  Tijdens dit mikromoment diende je precies best zo snel mogelijk het hoofd af te wenden.  Indien iemand iemand anders langer dan die lilliputlimiet bekeek, kon je duidelijk zien dat één van de betrokken gezichtsvelden niet door de andere waargenomen kon worden.  De individuen die het waagden van de spelcode buitensporig te overtreden werden veelal met afkeurende blikken op hun baraars, openlijk voyeurisme gewezen.  Net ofdat je hun vrouw of man of henzelf als man of vrouw, te lang in de ogen zat te kijken.

            Eenmaal in de trein, bereikte het anonieme sfeertje zijn hoogtepunt.

De recht tegenover mekaar geplooide wezens sliepen, of staken hun hoofden en blikken tussen de nog door beelden en blikken te vertalen symbolen van de aan hun smaak en kunnen aangepaste opiniemakers.

Die uitgelezen afstandsdoders bevestigden waarschijnlijk wat ze over de wereld dachten of waar ze meenden zeker over te zijn.  Iedereen was zijn eigen voer zo gewoon, dat er niet één met verwondering, verbazing of verontwaardiging op de stijl of de inhoud van een bepaald artikel reageerde.  De lezers en slapers waren hopeloos verzoend met diegenen die warmtehoudende draden aan mekaar probeerden te breien door een gigantisch netwerk van knoopjes te linken.  Zo slaagde men er zo onopvallend mogelijk in om het observeerspel zo ontwijkend mogelijk te spelen.  Een tweede, zilveren gedragsregel hing als een onhoorbare klemtoon in de wagons : de ietwat te lange anonieme blikken mochten bijna nooit door uitgesproken taal bezegeld worden.  Zij die mekaar treinshalve kenden en bijna dagelijks ontmoeten, waren veelal gauw uitgepraat.  Vooral bij grote wagonstiltes viel het hen kennelijk zwaar om met twee of drie een wagonkabaret weg te geven.  Tussen mekaar bekende personen met totaal verschillende interessesferen, zag je al gauw dat één van de partijen zijn toevlucht gedeeltelijk in een kreativiteit van zijn keuze zocht.  Uit het venster staren, proberen te lezen, pogen te slapen of liefst ongemerkt observeren  wie er dan vandaag wel zat.

            Alleen de kaarters en de mensen die echt van een, om 't even welk, boeiend onderwerp knabbelden kwamen bovenop een soort algemene, spontane aandacht te zitten.  Deze laatste groep én de toeristische treingebruikers scoorden qua enthoesiasme 't hoogst.  Diegenen die niet behendig op mekaars golf zaten, of niet wilden of konden zitten; hadden

dan toch nog één zichtbaar ding gemeen met de anderen.  In één wagon op twee zat het treinvolk met al zijn verwachingen, achtergronden en zorgen...in een door verbranding van verdorde plantaardigen verspreidde mist.  In het andere gedeelte van de treinboxen, kon je de lucht dan weer niet snijden.  De lieden van de met duurder meubilair uitgerustte treingedeelten, hadden wel meer ruimte dan diegenen die met vijftien of dertig in de zitloze tussenafdelinkjes opgestapeld stonden...toch straalden ze ergens een moeilijk te omschrijven beperktheid uit.  Een ingebouwde rem verhinderde sommigen onder hen waarschijnlijk om vanuit het met de tweedeklassers gemeenschappelijke, kollektieve verleden; aan een waardebepaling van het heden gaan te doen.  Verschillende kleine graadjes bezit, gezag en gedrag (of de ambities daarvoor) , scheidden de twee treiningezetenen en iedere groep op zich, onderling, vertoonde waarschijnlijk dezelfde symptonen.  Men zou zich kunnen afvragen waar de treinkonducteur 't liefst zijn ronde deed.  Welwetend dat je het niet te veralgemenen antwoord, nietzozeer in een politiek-ideologische, dan wel in een zielsuithoek van de betrokkene zou moeten gaan zoeken.

Misschien gelukkig dat  de psychologische wetten al die dingen haast automatisch voor ons koordineren en korrigeren zodat onze intuitie en verbeelding soms kunnen genieten van al die soorten van observeren.  

            Om kort te gaan, op het initiatief tot beginnen spreken rustte precies een hypotheek.  Een hypotheek die bij het demonstreren van contactnood, wel eens verhoogd zou kunnen worden.  Omdat je nooit wist in welke mate spreken wel eens genant zou kunnen zijn, hoefde het natuurlijk niet zo nodig.  De anonieme geluidloze schuttingen slopen, wekte wel de blikken en de geesten, maar vermocht zelden dat er eventueel een aantal kommunikatiespeelkaarten geschud...en uitgedeeld werden.  Daar zaten ze dan zo dus.  Gijdend samen.  ZE, het duizendtal, dat, op 't eerste zicht, niets aan mekaar had, en wilde hebben.  Op één trein uit de duizend, lagen ze, veilig van mekaar afgeschermd, al dan niet wakker, ...te dommelen.

            Er waren er onder hen, die van de landelijke gebieden kwamen.

Er waren er die in kleine en grote steden woonden.  Er waren er die zelden zochten wat ze vonden en vonden wat ze zochten.  Er waren er die niet meer zochten.  Er waren er die niet wisten wat ze zochten.  Er waren er voor wie niet zoeken heel gemakkelijk was.  Er waren er die alle dagen in dezelfde details verloren liepen.  Er waren de ontgoochelden die, teveel ineens of te onhandig gezocht hadden.  Er waren er die, gelukkig genoeg, niet zo zeer meer hoefden te zoeken, maar vooral innerlijk genoten.

Er waren er die gelukkig nooit zouden zoeken.  Er waren er die teveel en te weinig of niet het juiste tot zich namen, vast, vloeibaar of zielsmatig.

Hun groei altijd corresponderend  met alle omstandigheden in acht genomen.  Hun eigen groei en afgang versnellend of vertragend zoals het komen en gaan van ziekten.  Op weg naar werk of drank of vrouwen enz...

            Voor de meesten was zoeken ergens als te moeilijk en nergens naartoeleidend ingebakken : hun motto : 'leve het konkrete, praktische leven...en weg met abstrakties, analyses en de taal als heiligdom'.

Van hun geestdrift af te lezen, zaten velen precies levenslang aan een, hetzij zinloze of overbodige, hetzij een te veeleisende funktie vast.  Of een nuttige funktie, maar binnen een slecht georganiseerde struktuur.  Overbetaald of onderbetaald, zinloos of niet...iedereen was een funktioneel lid van de naar de 21ste eeuw opschuivende 20ste eeuw.

            Alles draaide rond het funktioneel zijn.  Zich teveel afvragen waarom, voor wie en wat men eigenlijk funktioneel zat te zijn, was veel te gewaagd om met andere, misschien minder sociaal bewustzijnslozen, over te spreken.  Enfin, dan maar gezwegen.    

 

De nieuwe baronnen

            De grootvader van onze inmiddels volgroeide knaap had de oude baronnen nog gekend.  Ze waren met de klerus en de kleruspartij of de zogezegde 'liberalen' vergroeid en verwachten in die tijd nog een soort eerbetoon van hun 'minderen'.  Een overgrootvader van de knaap had nog op een kleine hoeve gewerkt die aan 't kasteel toebehoorde.  Op de laatste dag dat hij voor de baron werkte; zei deze hem dat de mest niet dik genoeg op de akkers gegoten was.  Hij had de baron daarop met z'n klikken en klakken in de zeik gegooid en hem gevraagd of "de mest er nu dik genoeg oplag, mijnheer de baron".  De baron had zijn knecht en diens kruiwagen zelfs niet kunnen zien vertrekken van de stront in z'n ogen.

            Een paar generaties later, zijn de nieuwe baronnen de machtige partijpotentaten.  Voor het bekomen van tijdelijke of vaste jobs of om uit het sociale doolhof wegwijs te geraken, is een steeds groter deel van de maatschappij van hen afhankelijk.  De belangrijkste politieke daad die de grootste groep van nieuwe lijfeigenen stellen, is het kleurloos blijven. 

Dit zolang mogelijk volhouden, heeft het voordeel dat je, naargelang de politieke omstandigheden, op om het even welk politiek paard kan wedden.  Nog anderen, de schatplichtigen, proberen het door zich in één van de klassieke partijen verdienstelijk te maken...al hebben die aktiviteiten inhoudelijk weinig met politiek in de geschiedkundige betekenis van het woord te maken (pensenkermissen; naai-en snit...).  Deze inzet is veelal meer een weloverwogen spekulatieve carrièrezet dan idealisme : veelal meer een soort ongeschreven code dat je dankbaar mag zijn dat je via één van de politieke zuilen en hun mutualiteiten, scholen of staatsjobs werk hebt.  Zelfs in de privésector heb je dikwijls 'voorspraak' nodig om aan werk te geraken.  Wie komt er over al die grenzen heen tegen zijn eigen broodheren in, eisen dat werk een recht zou moeten zijn ?

Velen aanvaarden de haast instinktmatig aangevoelde nepnoodzaak om het gesofistikeerde verdeel-en heersspel gaande te houden.

Je aanpassen aan de heersende machtsverhoudingen lijkt heel natuurlijk te zijn...maar de natuur zelf zit veel subtieler en menselijker in mekaar dan we denken.  Net zoals men veelal vroeger de macht van een geestelijke niet in vraag mocht stellen, zo dierf men ook nauwelijks te tornen aan de macht van vaak louter op arrivisme berekende intelektuelen.

            De politiekers die we hebben en het politiek systeem dat we hebben zijn diegenen en is datgene die en dat we met z'n allen tesamen genomen, verdienen, omdat deze een produkt van ons gezamenlijk bewustzijn zijn.

            Het werd de hoogste tijd dat onze knaap zijn politiek militantisme in redevoeringen om ging zetten.  Elke rede vertegenwoordigde een bepaalde periode in zijn eigen ontwikkelingsproces dat onlosmakelijk aan de totalteit van de wereld rondom hem verbonden leek.

Hij schreef uit noodzaak om de romdom hem heersende afvlakking en berusting en het gebrek aan enthoesiasme tegen te gaan.

Uit noodzaak omdat er nog altijd te weinig symptomen van een daadwerkelijke lotsverbondenheid tussen de verschillende groepen van werkvolk bestond; omdat hij zich geen bijenkorf kon voorstellen met bijen met en zonder toelating om te werken;en met bijen die niet moesten werken en met honingpotten beloond werden...die niet tevreden waren met de kleine hoeveelheden stuifmeel achter hun poten.  Hij schreef omdat men zonder een gepaste, overkoepelend ingestelde mentaliteit, niet tot een rechtvaardige en sociale organisatie kan komen...ook niet als je toegeeft op de theorieen die je uit de praktijk hebt geput...en gezeefd en nog eens gezeefd.  Hij schreef omdat als in een maatschappij de groepen op het geheel primeren, dat je dan een soort kanker krijgt, net zoals in bepaalde cellen van organen kanker begint als het deel geen rekening meer houdt met het geheel. Hoe noemt men trouwens een beperkt gedeelte dat een groot geheel al herhaaldelijk heeft uitgeroeid : kanker of oorlogsimperialisme ?   Hij schreef omdat je door tegenstellingen aan de oppervlakte te krijgen men nog iets bijleren kan.  Hij schreef om door het kollektieve verleden versplinterde groepen een werkzaam gemeenschappelijk alternatief kunnen aan te bieden.  Verleden, heden, toekomst...een toekomst die, onopvallend een onderdeel van het verleden en het heden leek te zijn.  Word de geschiedenis immers niet bepaald door de omstandigheden waarin mensen leven en de stimulansen van hen die daarover nadenken ?

 

Aan iedereen

Die het leven hongerig liefhebben blijft.  Die weet dat er niets zonder gekende of nog onbekende vormen van energie kan bestaan.

Die weet dat leegte niet bestaat, maar dat je ze in je leven wel oproepen en scheppen of overkomen kan.  Die zich niet door de heersende ideologie laten overwoekeren heeft.  Die in het bestaan allerhande soorten bewustmakende en levensnoodzakelijke evoluties naar meer zin ontdekt.

Die weet dat het nieuwe en het oerlijke, alhoewel verschillend van uiterlijk en inhoud nog altijd één willen zijn.  Die denkt dat de dood slechts gedeeltelijke onbereikbaarheid is.  Die vanuit diverse tastbare werkelijkheden zoals allerhande soorten wetenschappelijke kennis en diepgaand geanalyseerde gevoelens, reeds de kunst van het intuitieve innerlijke observeren beheerst.  Die vanuit de kracht van deze innerkommunikatie probeert te kommunikeren.  Die de waan en de echtheid, het kaf en het koren, al onderscheiden kan.  Die weet dat ook de eenvoudigen van geest je kunnen vooruitstuwen en dat eenvoud de sleutel tot het begrijpen van het complexe is.  Die  de 'aanraking' en het 'betoverende'  in het lezen en uitspreken en vergelijken van woorden ervaart.  Die de samenhang van de gebeurtenissen in z'n leven als wisselwerking met de totale eenheid van alles kan zien...en daardoor zijn individueel en kollektief bewustzijn verhoogt.  Die weet dat het denken over z'n eigen leefwereld onlosmakelijk verbonden is met het denken over de wereld en het heelal in z'n totaliteit.  Die, misschien onderbroken, maar immer konstant aan de kwaliteit van de communicatie rondom zich werkt.

Die begrijpt dat al het vorige in een nieuwe manier van met mekaar en zichzelf omgaan zal resulteren.  Die beseft dat het beheersen van de dynamiek achter het persoonlijke samenleven van mensen; van de kleinste kernen tot de algehele wereldmaatschappij; dat dit alles al op zich een nieuwe vorm van kunst is... een kunst die van een gezonde innercommuniatie vertrekt.  Die weet dat het individuele en kollektieve kennen tot een hogere mate van bewustzijn leidt...en dat dit bewustzijn de wegen naar het kwantitatief en kwalitatief betere opent.  Die weet dat bepaalde juridische en morele wetten naargelang de omstandigheden zowel veiligheid als bedreiging kunnen zijn.  Die weet dat alles zich uiteindelijk toch ontwikkeld in de richting van wat het optimaal zijn kan.

Die weet dat gedachten en strukturen die het nefaste deel va het oude willen in leven houden op kleine en grote schaal schade aanrichten .

Die beseft dat sommigen die dit alles nog niet goed verwoorden kunnen, soms meer bereiken en soms meer uitstralen dan zij die dit alles snappen en uitleggen kunnen.  Die met dit alles begaan wil zijn...omdat je er uiteindelijk niet meer los van geraken wil.  Die de ware inhoud van het woord vrijheid snapt.  Die vanuit zichzelf en anderen tot volle rijping komen wil.  Die op positieve en negatieve manier tot het opbouwen van mijn begrijpen heeft bijgedragen, van de holbewoner tot en met mijn huidige buur.  Die weet dat geld alleen niet gelukkig maakt.

Die weet dat we met het woord 'God' eigenlijk de bovendierlijke eigenschappen in onszelf bedoelen.  Die weet dat alles wat bestaat zowel natuur en cultuur tegelijk is...en dat er niets anders kan bestaan.

Kortom : Graag leven, net als samenleven is de grootste kunst...innerkommunikatie is de nieuwste kunst.  

theatermonoloog 'kiezen voor Mensela'               

GEACHTE MEDEMAATSCHAPPIJER

_______________________________

 Het stuk ‘Kiezen voor Mensela’ (Mensela = gemeenschappelijke verblijfplaats, aarde) is een ietwat filosofisch sociaal bewogen werk met zeer ruime inhoud.

Opgebouwd rond een theatermonoloog die gaat over de onmacht van het individu tengenover oorlog , honger, armoede, vervuiling, krisis en andere soorten van onderontwikkeling…zoals stress, werkeloosheid, commerciekultuur, platte journalistiek…mondt de monoloog uit in een zoektocht naar de mens en zijn innerlijke en intermenselijke relaties.  Kan ons subjektieve zijn onze objektieve bestaansvoorwaarden beinvloeden ?

Het gaat hier om kunst uit het echte leven gegrepen : Real Art.

Inzicht verkrijgen in dat grote toneelstuk waar we tenslotte toch allemaal tegelijk in spelen, zo’n inzicht betekent intens gaan beginnen nadenken over hoe we ons, misschien tot het praktische, alledaagse beperkte bewustzijn uit kunnen bouwen.  Als je op zoek gaat naar de werkelijkheid, tracht dan binnen de werkeljkheid te blijven, zonder erdoor ontmoedigd te geraken.

            ‘Inzicht verkrijgen in’…is de belangrijkste voorwaarde  om vanuit jezelf aan een samenleving op ontwikkelder niveau kunnen mee te werken.  Een samenleving die zich organisatorisch aan de noden van de gehele wereldbevolking aanpast.

            Dat betekent dat je je eigen tegen allerhande vooroordelen begint te wapenen.  Met als drijfveer van te willen bewijzen dat het willen weten en de in objektieve journalistiek vertaalde waarheid het uiteindelijk op de ongebreidelde bezitsdrang der machtswellustelingen zullen halen.

            Geeft de taal en ons denkvermogen ons niet de mogelijkheid om met behulp van een aantal wetenschappen de geschiedenis van alles en nog wat als één onafscheidelijk deel te analyseren ?  We gebruiken onze ogen volledig om te zien, waarom zouden wij onze taal maar half gebruiken ?

 ‘Hoop’ is ook een levensnoodzakelijk iets, maar het kan niet zonder geloof…geloof in datgene wat je gaan hopen bent.

Je moet goed weten op welke bedoelingen en machtsverhoudingen jouw geloof en hoop gebouwd zijn…dat wisten onder andere de nazistemmers niet…en ook nu nog neemt men de mensen bij de neus.

Of het nu om hoop in een mens, hoop op een systeem of hoop in een idee gaat (hoop op rechtvaardigheid, solidariteit of in welk een kracht dan ook)…hoop is belangrijk.   Hoop is ‘uitzicht’ hebben op…omdat je erin gelooft.  Zonder geloof kan je niet hopen, leerde men ons ; da’s wel juist , maar het blijft gevaarlijk om je op halve waarheden of op dingen die buiten de werkelijkheid staan te orienteren

            Al diegenen die ons voorafgingen zochten naar antwoorden nog voor de kultuur hen die gaf en misschien kon het oudste deel onder hen op een benijdenswaardige manier tevreden zijn met wat de natuur hen bood.   Eén ding is zeker : wat zij ons ooit eens ononderbroken doorgaven, dat is wat wij nu biologisch zijn. 

Als onze geest louter materieel te verklaren is, dan is ook hun geest in een welbepaalde, stoffelijke, genetische betekenis

…niet dood…en proberen zij ons nog altijd die eenvoud van het

natuurlijke en lichamelijke aan te leren.

De spiritualiteit lijkt een energievorm te zijn die aan de materie gebonden is, lijkt soms alleen in het NU mogelijk en soms lijkt het erop dat wij na dit leven verhuizen naar de krachtvelden van al die abstrakte deugden die wij in ‘t leven soms ter versterking aanroepen, zonder ons aan woorden zoals ‘God’ of ‘tijd’ te laten vangen.  Het biologische en spirituele…zijn één met ‘t verleden ;reizend doorheen de tijd .

            De rest van ons, onze leefwereld, onze gewoonten , onze kultuur, hetgeen ik hier nu zeg, hebben we natuurlijk ook voor een stuk van hen ,…maar vooral dat kunnen wij van karakter doen veranderen.  Door lezen, studeren, bespreken, organiseren, alternatieven voorop te zetten, te weigeren, te strijden…enzm.

 Echter… is het nadenken over ‘oorsprong&worden’ misschien zo zwaar dat we gelukkiglijk achter andere bezigheden, idealen of gewoontes wegvluchten kunnen  ?

De materie verwekte het leven,  wij verwekten ‘god’ en wij weten als eersten dat ‘leven’ kan ontstaan door het te wensen.

Deze magie kent misschien geen grenzen, maar laat ons realistisch blijven.  Godgelovigen zeggen dat de schepping , het wensen dus, voor de feiten kwam.  Aan de andere kant van de gedachtenlijn staan de materialisten, niet in de dagdagelijkse, maar in de filosofische betekenis.  Materialisten, niet in de zin van ‘alleen eten en drinken en vogelen’, niet in de zin van ‘het kan niet op’ of ‘om ter meest en nooit genoeg’ of ‘alles voor mij en niks voor een ander’ niet in de zin van ‘nooit kontent’.

Dat zijn verwrongen betekenissen die ,in het andere, van het wensidee vertrekkende kamp, als geestelijke verweerwapens bedoeld waren…en zijn.  Materialisten zien meetbare krachten als oorsprong van hun zijn.  Bij hen is de volgorde gewoon omgekeerd : één materie, twee idee (de hersenen als produkt van evolutie, de hersenen als hoogst ontwikkelde materie, …of toch niet ?  Wordt soms onze geest geboren als onze ziel ‘heengaat’…

Daar zullen we het later nog wel over hebben.  Letterlijk en figuurlijk dan.  We kunnen alleen eigenlijk vaststellen dat ‘zijn’ ‘zijn’ is, aan bijna altijd meetbare krachten gebonden, maar…

Hoe meet je gevoelens…en vanwaar komen je symbolische dromen ?  Laat toch maar wat mysterie over zal je zeggen.

Fysische en chemische wetten hadden hun eigen scenarioschrijver : de drang tot overleven, de aantrekking en afstoting.

Laat al die filosofische dingen ons niet scheiden.

Interessanter dan het zich innerlijk en onderling over die tegenstellingen het hoofd breken is…ontdekken dat de geschiedenis niet in de eerste plaats bepaald wordt door de stimulansen van zij die erover nadenken,  dan wel door de omstandigheden waarin men leeft.

            Vrienden, kameraden, broeders en zusters, desnoods landgenoten ; de mens ; hoe belangrijk en allesbepalend hij zich ook vindt, denkt nog veel te weinig als groep of groter geheel.

Als je de dingen objektief en sociaal bekijkt, zonder overal je persoonlijke vooroordelen op bepaalde personen, instellingen en hun daden direkt in een ‘goed’ of ‘slecht’-kwotering om te gieten ;

Als je achter alles een ‘juiste’ of ‘in die of die omstandigheden tot mislukking gedoemde ‘ontwikkeling naar…’ leert herkennen ; dan ben je op  weg om te kunnen beginnen begrijpen dat de groei van het individuele aan de uitbreiding en verfijning van het kollektieve vastzit…en omgekeerd.

            Hoe hoger de ontwikkelingsgraad en de kwaliteit van het kollektieve, des te groter de individuele koek en de individuele mogelijkheden.  Wanneer bijvoorbeeld meer mensen het belang van een goed draaiende werkersbeweging en de kracht van solidariteit zouden begrijpen, dan zou heel veel mogelijk worden.

Heel veel van wat nu onmogelijk lijkt.

            Te weinigen vragen zich af hoe het komt dat ze zonder werk zitten of waarom er zijn die kreveren en anderen die hun boterbergen of wijnplassen moeten vernietigen…of waarom dat d’enen de wapens maken om er d’anderen weer mee kapot te kunnen laten maken…enz.

            Ze vragen het hun te weinig af, het wordt hen wel eens gezegd, maar het blijft niet bij omdat het allemaal misschien te geleerd klinkt, en vooral omdat het nergens in een groter geheel lijkt te passen.  Aan de basis weet men goed genoeg, ieder in z’n eigen dat men een ander geen werk of geen brood ontgunt.

En de meesten onder ons zijn milieubewust.

Maar dat dingen zoals werkeloosheid, honger, oorlog en milieuverloedering niet alleen met goeie wil, maar met onaangepaste, voorbijgestreefde strukturen en winsthonger te maken hebben…ne keer da je da weet…wat begin je er dan tegen ?  Er is schijnbaar geen tegenmacht aanwezig om die dingen positief te beinvloeden.  En daarom praten we weer eens over ‘t weer…wat natuurlijk ook belangrijk is ; want de zon, het licht…zijn zo belangrijk voor de mens als de manier waarop en door wie de samenlevingen georganiseerd worden voor ons gezamenlijk welzijn van belang is. Niet ?

            Waar hield men ons totnogtoe mee bezig ? Wat zouden wij ons moeten bekommeren om het eten met gouden rijstlepels, als je weet dat er hier bij ons voedsel tekort is en produktiekapacitiet vernietigd wordt.  Moeten wij onze kinderen er op wijzen dat hen een eeuwige straf te wachten staat als ze de paus van Rome niet volgen…of moeten we hen er niet eerder op wijzen dat ze het leven voor hun nageslacht leefbaar moeten houden ?  Wat heeft er nu voorrang : de toenadering , het vertrouwen en de organisatie tussen hen die werken of werkeloos zijn bevorderen en weer iets gezamenlijks in de stadsstraten doen ontstaan…of tegen mekaar blijven propageren dat je er toch niets kunt aan doen ?

Dat is je blindstaren op de problemen zonder naar de mogelijkheden te zien.   Ik vraag het nog eens : wat heeft voorrang :met welk water men mag dopen of water brengen daar waar er geen is ?  Ne pastoor heeft iets gemeen met nen arbeider de dag van vandaag :  het merendeel van de arbeiders heeft ook ‘anonieme’ bazen.  Daarom misschien even deze kleine Kritische ode aan het bijbelboek :

                                                                           

            Jullie allen, atheisten, theisten of weet ik veel :

Alle tisten stopt het twisten, wordt liever artiesten ;

Want wie heeft er nu gelijk over en baat bij het uur of het wie of wat van ontstaan en vergaan …en bij het zeker weten dat het

Vergaan ook hoort bij ‘t bestaan en verder gaan …met de oude bagage die verslijt , maar indien je gedijt zal je worden verblijdt

            Aan god gehechten en zij die zonder zo’n idee of gevoel op hun manier ook gelovig kunnen zijn : zoek naar een bruikbare rede ; want het eeuwige is er voorlopig toch al ; het sluimert in ons allen

            Godsgelovenden denken uitverkoren te zijn.

Hoeveel onder hen en hoeveel anderen weten dat alles in één beweging samenvloeit, doorvloeit, niet hoeft dood te bloeden ?

Hoeveel weten er dat het hersenlijke en het geestelijke vaak intenser dan voelen smaakt ?

            Er was, er is, er zou genoeg kunnen zijn.

Ekonomisch sterken wilden, willen, zullen alltijd meer willen.

Er was, er is er zal altijd het tot zichzelf beperkte bewustzijn van eigen vergankelijkheid blijven.  Moeten wij daarom blijven werken als mieren, zonder ons ook daarin te verdiepen ?

            Wie leidt de strijdt om ‘t bezit van geld, van grootgrond, van werk, van voeding en oorlogstuigen ?

De sterken, de bezittenden dringen zich ‘t makkelijkst op.  D’ afhankelijken organiseren is moeilijker.

Zij moeten blijven kiezen voor mekaar.  Want zelfs de minst beklagenswaardige onder hen die ‘t uiterlijk goed maken, is slachtoffer van de strijd om de sterkste winstsystemen. 

            Hebzucht en doodsbesef baarden doodslag binnen d’eigen soort…daarom mochten zij van die boom niet eten…omdat kennis zich makkelijk door lepe ‘ik-zucht’ manipuleren laat.

       Ondertussen werken d’afhankelijken aan het kollektieve bewuste…van vredesmensen over antirascisten en antifascisten,ecologisten, verdeelde linksen tot en met de mensen van het artsen zonder grenzen oplapwerk en vele anderen allemaal in hun vakjes zonder gezamenlijk programma.

Misschien is er achter het kollektieve bewuste wel niks meer…of denk je dat het idee en het gevoel los van de stof bestaan ?

            De waanzin van angsten, moorden, de tegenstelling tussen eindig door gulzig opslorpen en oneindig doorgeven .

Het afstotelijke van het hebben van teveel ten koste van een ander…los je niet alleen op door te geven, maar door te sleutelen aan  de grote bezitsstrukturen.

De aangeleerde schaamte voor naaktheid van lijf en echte feiten.  De drang om je misschien van kleinsafaan te vaak met de vinger gewezen initiatief dan maar voor altijd op te bergen.

Het lichtzinnige van het geloof in een gemakkelijkere antimaterie…daar waar sommigen hun beurt niet voor afwachten     ...om er te geraken…terwijl ze er in feite al zijn.

Weten ze dan niet dat het allemaal zeker ‘hier’ te doen is ?

Wie zal hen altijd andere dingen blijven voorhouden ?

De mens, die naar de wortels van de boom der kennis groef, werd als Mozes of één van de honderden andere schrijvende zoekers.  Darwin’s Adam’s en Eva’s, voorwaardelijk onsterfelijk…

…leven nog altijd…smullen hun beperkte oneindigheid te verstrooid op…staan

                                       niet stil, denken weinig samen ;                                     …nemen niet in acht…de macht van het samen handelen

…om op termijn alleen het waardevolle over te houden

…mekaar waarden doorgeven helpt het kollektieve vooruit

Het dreigen met hen uit wat hun paradijs zou kunnen zijn, te jagen, helpt nu niet meer…het dreigen met totale vernietiging is de werkelijkheid.  Herhaaldelijk bedriegelijke beterschap beloven, herhaaldelijk slaan, doen beven, doen ondergaan, de zogezegde minsten domhouden…dat kan nooit ten bate van het totale gaan…altijd die commerciele ontspanning, OK, maar niet als nieuwe opium voor het volk.  Al beloofde Hij, door dreigers uitgevonden de aarde nooit meer te verwoesten, de kans zit er in ‘t punt nu…eerst voor ‘t eerst dik in.

Men bouwde een stad, een toren, uiterlijke tekenen om zich gemeenschappelijk te voelen, je kan d’er haast niet buiten.      Het onzichtbare hoofdpersonage der oude bijbelse drijversdreigers, brachten in het oude boek de spraak in verwarring.  Dreigers willen verwarring onder hun onderdanen.  Jammer dat soms, dat bijna altijd, alleen af en toe dreigen helpt.

D’uitstraling van de zich orienterende onderdrukten en hun naar onbaatzuchtigheid strevende helpers’ voorbeeldige kracht, werkend aan een nieuwe aanpak, aan een wereldtaal ; maar wat ben je met een taal in steden en dorpen samen…maar toch gescheiden van elkaar ?  Hoe minder misverstanden, hoe minder systemen, hoe minder tegenstrijdige schijnbelangen.

 

Talen hoeven niet te verdwijnen als je met één taal tussen alle mensen werken kan : de taal van  samen plannen en bespreken, de taal van eerlijk verdelen.

Uit het werk van miljoenen slaven die gehoorzaamden aan honderdduizenden dienaren, die aan duizenden bazenknechten en honderden bazen en tientallen heersers klitten ; groeide het positieve inzicht der eenvoudigsten.  Eerst als er teveel druppels overgelopen zijn en de vonk ontvlamt zal de bezitsvraag vanuit de al of niet rijpe of georganiseerde basis worden gesteld.    

Als de interakties tussen een stresserende ekonomie en sociale inspiratie botsen en als hier en daar , ook ginder en altijd wel ergens persoonlijke vrijheid en durf in kollektieve akties worden omgezet…is geen bezit op termijn zo groot dat het uitbuit.   

Als bevolkingsexplosie niet als een rascistisch argument, maar als iets kontroleerbaars blijkt.

Als uitroeiing om het verschil in bezit en stand en oorlogen om dat allemaal te laten voortduren, overbodig zullen zijn.

Als werk een recht zal zijn.

Als bezit alleeen op klank , kleur , geur , je huis en toebehoren en kleine ondernemingen toepasselijk wordt.

Pas dan zal alle tot dan toe gebruikte sociale inspiratie zijn bekroning hebben gevonden.

Kinderen bevoordelen ten opzichte van anderen, komt het dreigen en scheuren tegoed…heeft de arme jeugd geen recht op eten en weten ?  In de oudste, ‘goedbedoelde’ dreigersroman is rijk zijn een in huwelijksaanzoeken gebruikte zegen.

In de nieuwe, nog beter bedoelde testamenten, die al wat minder drakonisch dreigen…is rijk zijn eerder een handikap.

De goedgepraatte bezitsdrang der OudTestamentische dwazen, zou zelfs menig twintigsteeeuwse ZuidVietnamees verbazen.  Palestijnen en Joden, destijds kinderen van hetzelfde moederlijf, de enen minder machtig, de oudste die de jongste dient, stop met mekaar te willen verscheuren in naam van de eigen elite of de eigen godsdienst of de eigen nationaliteit…mensen hebben geen nationaliteit en zijn zelf hun tempel wel.  Autonomie begint tussen de werkers aller landen, tussen de buitenmensen of zij die graag tussen dichte bouwsels verblijven, tussen hen die een  menselijke rechtvaardigheid willen.  

            Schrijvers met een kollektief verantwoordelijkheidsaanvoelen beschreven het voortdurend lessen trekken.  De armere wereld verloor zijn rechten aan de nog altijd door dreigers bij hun en hier geleide wereld.

De dag dat die wereld tot macht komt, schudt die wereld het hen door hun en onze superklasse bezorgde wereldjuk van z’n nek…aktieve solidariteit zal het dan ook hier van uitbuiting en gemakzucht moeten winnen.  Het is wel een mooi leven, maar daarom nog geen mooie wereld…en daar zullen we waat aan doen. We zijn er in feite al eeuwenlang mee bezig.

Het kan nog een hele poos duren, maar afgeraken zal het werk dat zich nu al zolang zonder veel volkstoezicht voltrekt.

Steeds vertrekkend vanuit een nieuw stadium, steeds tegen het valse vragen in :  je bent welkom in alle ploegen die die tijd aan ‘t voorbereiden zijn.

De door de eeuwen heen doorgegeven vormen van waan allerhande, nestelen zich nog altijd op de achtergrond van onze dagelijkse ervaringen met anderen.  Een waanidee, een ‘’t is zo en ‘t zal nooit veranderen’gedrag, is zo sterk dat eenmaal het zich in gewoonten ingenesteld heeft, het nog moeilijk aflegbaar is.

‘Het geslacht op aarde behouden…een grootschalige kollektieve bedoening in het oude deel der verzamelde verhalen, aanvankelijk een nationalistisch iets…de individuele tips en de internationale aanzetten zaten tussen de belevenissen en de woorden van vier evangelisten die veel van ene Jezus wisten.

Zij die met het godsidee blijven vechten, en zich een onlichamelijke geest willen toemeten, zijn verstrooid en verdeeld geraakt, ook al heersen ze nog over deze wereld.

Zij die met de rationaliteit vochten en vechten ook.

In allerhande kleuren hun onderverdelingen hebben zij alleen interesse voor het gelijk van de groepen geaardheden die hen steunen.  Rationaliteit is er om soepel te beheersen, niet om te tiraniseren of te verdelen.  Verdelen ? 

Aan de ene kant in blauwe uitbuiters van het individualisme, en in roze en rode en rodere of groene methoden om de individualiteit in het gezamenlijke te integreren.

Verdeeld raken tussen tafels , stoelen , pennen , theorie zonder naar de mensen uit de praktijk te luisteren.

Eender waar systemen en mensen die belangrijke sleutels tot geluk belemmeren, moeten er ook mensen opstaan die die blokkages aanklagen en die mensen met woorden in een greep durven nemen…daar waar die mensen als pionnen de vrijheid van anderen verwateren doen.

Wat is men met een overvloed van intellekt, als het gebruikt wordt om nieuwe elites te vormen ?

Wat is de zin van handelen in onleefbare steden en gebombardeerde dorpen ?

Weg met lompheid, bruut verbaal en ander geweld, met lauwe flauwe kul, weg met op leugens gebaseerde fopspenen.

Wanneer het tij zal keren en het sterkste volk het zwakste niet meer onderdrukken zal, wanneer de slaven zelf drijvende kracht worden, tegen hun drijvers in :  onderdrukten, in hun nieuwe kiemen zelf geen onderdrukkers meer, zullen hun les bij elke nieuwe ervaring beter begrijpen, hun ongevoeligheid voor de door een bepaalde welvaart verzachte geschiedeniszweep naast zich leggen…iedereen zal pas echt in een nieuwe verscheidenheid delen kunnen…als de pansterbestuurders en de jachtpiloten niet meer meedoen willen…dan…  .

Nochtans…als dagen met arbeid zijn gevuld, luistert men niet meer naar reders of geschreven rede…maar trapt men in de subtiele vallen van de moderne slavernij.

Om waarheid te kunnen verharden, werden en worden miljoenen ervaringen uitgezift.  Om de rede op het sadisme te laten primeren…planning op verkwisting,  overleggen op hakken…om het nuttig gebruik van overschotten in de plaats van het weggooien ervan te stellen…doe je zo niet…dan doodt je de hongerigen…ook al zie je ze niet.

De rede raakt achterop door valse praat en bebberige instinkten , door boulevardpersverslaving.

Een kollektiviteit in beweging rekent best niet teveel op onbezonnen  agressiviteit, vooral op vastberaden leiders, naar eendracht strevende grote bewegingen, solidariteit en kollektiever wordende doelstellingen.

Een kollektiviteit in beweging…dat begint met individuen…dat valt niet uit de lucht en wacht niet eerst op iemand anders.  Goed uitgewerkte en vanuit verantwoordelijkheid opgevolgde afspraken, blijken telkens een garantie voor steeds opnieuw te halen doelen.

Weinig gewoon zijn en dan ineens te veel krijgen, gevolgd door schrokken, uit vrees om niets meer te hebben, brengt op termijn de eerlijkheid tot zwijgen.  Dan lokt de roep van ‘t laten omkopen, de kortste weg naar een bedwelmend teveel, breekt de moed en voedt het onderbewuste in zijn sluipende aanvallen op de kollektieve rede.

Er is geen uitverkoren volk.  Alleen telkens de oppervlakkige verschillen van stam tot stam.  Er is geen uitverkoren mens, alleen telkens die andere uit te bouwen ‘gaven’,andere levensopdrachten.

Eén internationaal ruimdenkend, strikt sociaal- ISME,

Aan geen ras, grens, taal, volk of grootkapitaal gebonden…waar iedereen rustig zijn eigen verscheidenheid aan manna vindt…waar aan het woord ‘kollaboranten van de macht’ geen smet meer kleeft, omdat die macht niet meer terug naar donkere periodes kan en mag.

Als volksaard niet over enge grenzen heenkijken kan en zich onwetenschappelijk achter stoerdoen , zogezegde godsdienst en dwaze zuiverheidsidealen verschuilt, komt met de krisis de kwel van verdrukking weer opzetten.

Men vergeet zo graag echt nobele waarden.  Men leent geld aan de gemeenschap en durft mateloos rente vragen.  Men helpt alleen diegenen die de eigen groep baat kunnen bijbrengen.

Bewust voor stemmenverlies sluit men zich in kwade zaken bij de navelstaarders aan.   Ze verdraaien waarheden en lanceren sensationele, minder sensationele of gewoon valse geruchten.

Ze bouwen een klassejustitie voor de zwarte ridders va, rond de Nijvelse nevelen…of voor de bescherming van de grote geldgabbers.  Ei zo na kneden ze met hun geld onze mening.

Wij hebben erediensten en vedettenkultus, bijna geen politieke vergaderingen ; buiten diegene waar het essentiele meestal onbesproken blijft, noit gestemd wordt.

Samengekomen op onze erediensten en vergaderingen, onmondig, geisoleerd, hopend op het aards of hemels gouden kalf…zien we de ezel in onszelf niet.   Op onze samenkomsten, met uit werkmiddens ontsproten doelen, laat men sommigen toe van ons in blok voor jaknikkertjes van de MISleidende bovenste klasse laten door te gaan.  Men ziet niet het belang dat het openbare voor het persoonlijke leven betekenen kan.  Men lijkt altijd voor een opstand beducht, men volgt de voorschriften van degelijk vergaderen niet.  

Teveel bezitsdrang allerhande, te weinig kansen op geborgenheid voor kinderen.  Teveel narcistische reflexen die ons in ons gezinnetje opsluiten.  Te wantrouwen hebberige mensen.  Teveel ruzie en sleur.  Te weinig doen aan te weinig voldoening.  Teveel verwaandheid, bezit en ontevredenheid, vertrekt van ‘nooit genoeg’ en ‘altijd minder dan een ander’.  Teveel onervarendheid om met het onderste deel van de liefde om te gaan als het allemaal zo moeilijk lijkt.

Noem mij hier terstond driehonderd redenen om in de medemens ontgoocheld te raken.  Als je ze vanuit objektieve, op het positieve gerichtte invalshoeken bekijkt, blijf je niet mopperen en zagen over ‘hij doet dit en zij doen dat en…’

 Maar toch.  Waar er veel in naam van iets objektief goeds bijeen zijn, komen er desondanks veel, toch meer en meer bereidwilligen in hun midden.  De goochelaars in valse bekwaamheid,  zij die anderen minderwaardigheid voorschuiven, snoeren mondigheid en kunnen zonder replieken met hun gepast gehanteerde ondeskundigheid, blijven bewijzen dat ze nog niet aan vervanging toe zijn.  Nooit zwijgen wanneer je vindt dat je iets afkeuren moet, de momenten waarop je dat kunt zijn immers nog veel te schaars.  Vanaf nu zijn volwassenen meer dan ooit kollektief verantwoordelijk voor oorlogen, epidemieen en werkeloosheid die hun kinderen op wereldschaal overkomen.

En toch…ondanks sommige duidelijke, nooit door de machtigen uitgelegde tekenen, gelooft een stuk van ‘t volk niet met inzicht in de macht van rede en verantwoordelijkheid.

Ze kunnen er niet in geloven, ze krijgen er de kansen niet toe ; zo bouwt men zich een harnas van gedachtenloze gemakzucht, …want anders sleurt de paniek, de stroom van de pijn van het nietvolledig zijn, sommigen onder ons mee.

Het kollektieve asociale kan voorkomen worden door leiders doelmatig te kontroleren en ter verantwoording te roepen…door jezelf ook voor medeverantwoordelijk te houden.

Het asociale werkt nefast, de twijfel straft zichzelf totdat je alles hebt uitgezift en het voornaamste overhoudt.

Indien niet gegrond, is klagen giftig.  Klagen kan alleen met de bedoeling aandacht voor positieve veranderingen te vragen.

Verandering, niet om met schijnbaar sleur geworden goede gewoontes te breken, niet om enge belangen zo vlug mogelijk in vervulling zien te gaan.

Laat de superde-luxeverlangens van de klasse-aan-de-top niet toe dat ze de klasse-aan-de-dop meesleurt in haar gevechten om hun konkurrenten zelfs militair weer mee te helpen verscheuren.  Op momenten, tijdens jaren dat de meesten het alweer vergeten zijn…steekt, ‘uit het oog verloren’ het stinkend oorlogsbeest weer de kop op vanachter zijn bedriegelijke maskers.  Hoeveel doden moeten er nog vallen vooraleer de Zuid-Amerikaanse en ander nazis zijn uitgeraast en hun rechtse gelden opgedroogd ? 

Wie maakt er vandaag echt gebruik van feiten en bronnen en studies over het nog in recente vorm aanwezige verleden ?

Hoe vaak ervaren wij ons leven als een persoonlijk en gezamenlijk innemen van standpunten in sociale organisaties.

Zijn wij er ons van bewust dat het politieke, sociale en ekonomische bepaalde voor de maatschappij als geheel bepaalde negatieve wetten volgt ?  Voor wie zijn wij zwijgzaam  en spaarzaam met onze mening ?  Zien wij nog de waarheden achter armoe en glitter ?  Vanwaar komt die maatschappij bij ons en in andere gebieden ?  Naar welke maatschappij willen wij samen evolueren ?  Want niets staat stil.   We moeten de geschiedenis leren zien als ontwikkellingen die in het sociale  hun bekroning zoeken en vinden.  Welke mechanismen veroorzaken nog steeds oorlog, milieuvervuiling, onderontwikkeling, bewapening, honger, uitbuiting, verpaupering, analfabetisme…en  commerciele kulturele overheersing ?

Wat zouden christelijke en socialistische en nog andere werkers al 100 jaar lang niet kunnen bereiken hebben indien ze niet gescheiden gehouden waren ?  Indien ze meer internationale toenadering hadden gezocht.  Indien ze de superklasse die hen hun werk ontnam of onderbetaalde schaakmat hadden gezet i.p.v.voor hen gaan te vechten ?  Hebben wij niet teveel vertrouwen in een soort hemelse goeie gang van zaken ?  In de uiterlijke kunstmatige glans van alles en iedereen die ons mee in het zog van het grootGapitaal zuigen ?  Ons verfijnen kunnen we alleen als we de menselijke domheid blijven bestuderen.  Leven we niet in een samenleving waarin we mekaar meer op de hielen moeten zitten dan dat we mekaar kunnen helpen    Hoe kan dat veranderen    Alleszins niet zonder een gepaste, op het overkoepelende ingestelde mentaliteit en organisatie.           Alleszins niet door ons op onze vele verschilletjes in bezit , graad en gezag vast te pinnen.  Alleszins niet zolang er op het initiatief tot beginnen spreken precies een hypotheek rust. 

Eeen groep mensen over een belangrijk iets uit hun schelp krijgen is veel moeilijker dan alles in z’n gemoedelijke koffiezetplooien te laten liggen.  Moeilijker dan alles een opgedrongen gang te laten gaan.  Hoe komt het dat onze vrije tijd niet voor een stuk een lees-denk en vormingstijd is ?

Naar welke soort maatschappij wil de leidende klasse toe ?

Naar een gouden-kalfsyndroom voor een elite, gedragen door miljoenen die zulks ieder voor zich willen bereiken ?

Iemand met super-de-luxe dromen gelooft niet dat het kapitalisme eigenlijk een veel middellen verkwistende lintworm is.

En over wat er met het socialisme aan de hand is, en in welkstadium dat zich momenteel bevindt…daar hoor je in welk stadium dat zich momenteel bevindt…daar hoor je natuurlijk niet teveel positiefs over.  Bovendien plagen wij onszelf teveel met een aantal vooroordelen die onze eigen sociale en psychologische onvrede moeten wegcijferen.  Vooroordelen en zich laten domineren door alles en iedereen komen soms ook beter uit voor persoonlijk willen hebben dan om gezamenlijk te willen zijn.

Vooroordelen zijn niet alleen een gevolg van passiviteit en berusting omdat alles toch zo complex in mekaar zit, maar ook een gevolg van alle negativiteit en emoties die we door moeten.  Waarom zouden we onze kollega’s als konkurrenten beschouwen ? Vooroordelen zijn een gevolg van een gebrek aan kennis en bewustzijnsgraad,  nodig om het geheel der toestanden en gebeurtenissen te kunnen blijven overschouwen.  Vooroordelen zijn er om de enge voordelen te kunnen behouden.

Slechts door een linkse ontleding van situaties, een op de belangen van de werkers (arbeiders, bedienden, boeren , zelfstandigen, KMO’s)gerichtte uitgangspositie, krijgen vooroordelen geen kans meer.  Pas dan wordt kennis strijdbaarder dan vooroordeel.

Kinderen, jullie nieuwe dragers van het leven, jullie zijn niet gebaat met een vervalste geschiedenis.  Hoe kunnen jullie je echt goed in ‘t heden voelen , als dat heden jullie niet wordt uitgelegd als een stap naar een te richten toekomst toe ?

Gaan jullie je ook laten verdelen ?  Of zullen jullie de oneindige voordelen van zich achter objektieve bronnen aaneen te sluiten inzien ?   Wijsheid, hoe zwaar ook aan moeilijke omstandigheden gebonden, blijkt achteraf eerst een vooruitgang te zijn.  Wijsheid kan eerst beginnen , daar waar men door ervaring hernieuwd doorzicht hebben blijft.  Waarom moet lijden altijd eerst voor de wijsheid, de mankheid van strukturen aantonen ?  Rechtvaardigheid, geboren uit de kracht om het onbeholpene de wereld uit te helpen…moet stillaan vlugger vooruitgang boeken…mag niet meer achteruitgaan.

Temidden van al het ongelukkige , nieuwe levenskansen scheppen, tweemaal beter af zijn, eenmaal materieel, eenmaal psychologisch.  Beseffend dat  deze inzichten in de eerste plaats kollektieve erfenissen zijn ; erfenissen die ik tracht onder woorden te brengen , dank ik jullie voor jullie aandacht…en wens ik jullie veel kracht om  op deze inzichten blijven verder te bouwen.

http://bloggen.be/conscience2008

 

de redenen waarom de mensheid zijn lot met de waarde vh geld verbindt

            Deze redenen zijn niet alleen van objektieve aard; waar ik mee bedoel; verbonden aan de objektieve bestudering van de geschiedenis als wetenschap; met name het verband tussen de verschuiving van sociale verhoudingen van mensen en maatschappijen temidden hun evolutie van landbouwgemeenschap naar industriele samenleving.

            Ook velerlei subjektieve redenen liggen aan de basis van het feit dat geldverhoudingen zoals loonarbeid en handel (warenproduktie) , de dag van vandaag anno 2002 nog immer bestaan.  De kapitalistische zweep dreef de materiële vooruitgang verder en verder maar de prijs die ervoor betaald wordt vertaald zich nog immer in oorlog en armoede en voor een stuk ook in intellektuele en kulturele leegte. 

            Met subjektieve redenen bedoel ik in feite alle negatieve emoties en alle soorten materiele levensomstandigheden die de mens gevangen houden in zijn isolement als individu en loonslaaf, al die honderden oorzaken die hem beletten van  op basis van klassesolidariteit tot een eenheid van handelen en denken te komen. 

            Ook de valse verdeling tussen allerlei godsdiensten en andere levensbeschouwingen komt de mens in ’t algemeen filosofisch maar niet te boven en dompelt hem in een soort nihilistische leegte.  Zaken zoals de man-vrouw-relatie en de zin van het leven of het mysterie van eventueel leven na de dood brengen hem in eindeloze verwarring.  Verwarring die vaak alleen met het materiele en simplistisch populistische en niet met het intelektuele opgevuld wordt.

            Een konkrete beschrijving van m’n leefwereld kan dit misschien illustreren.

 

Een telekommunikatiefirma te lande

            Waar zal ik mijn verhaal laten vertrekken ?  Met een oud-directeur die zowel in de eerste als tweede wereldoorlog verzetstrijder was en in januari 1944 doodgeschoten werd ?  Of vertrekkend van mijn eerste buro-ervaringen ? Hoe ik daar geraakte ? 

            Hopelijk komt er ooit een samenleving die iedereen werk en inkomen kan verschaffen...zonder dat je konstant moet bezig zijn met de zoektocht naar werk...als naar een schaars voedsel.  Een samenleving waar de vrije tijd ten andere belangrijker dan stresserend produceren zal zijn. Trouwens, de verhandeling waarmee ik in 1979 in Gent als 32ste op 9000 deelnemers eindigde, ging over het thema 'vrije tijd'. 

Stel je voor, al die duizenden afgestudeerden of mensen die wilden promoveren, die over een paar zittingen gespreid voor enkele schaarse honderden jobs konkureerden.

Het was niet voldoende dat je op school een diploma had gehaald, nee overal, zowel in de private sector als in de publieke kwamen er nog een soort afvalllingswedstrijden aan te pas. Allen wilden 'correspondent' (het equivalent van 'opsteller'bij de ministeries)  worden.  De jobs waren zeer begeerd vanwege hun vaste statuut. Zo'n statuut was een overblijfsel van de sociale strijd en de toegevingen die de Staten uit schrik voor de sociale bewegingen deed.  Zo konden de konservatieve burgerlijke partijen aan een soort politieke 'klantenbinding' doen.

Ik had al wel gemerkt dat het  examen voor een job bij een naburig gemeentebestuur waar ik aan meedeed alleen schriftelijk een sukses voor me was.  Er volgde geen mondeling examen.  Van zodra er echter iemand aangeduid moest worden, had je schijnbaar politieke steun nodig.  Dat ik bereid was om te verhuizen hielp zelfs niet.  Iemand die achter mij gerangschikt stond kreeg de job.  Ik bevond me in dezelfde situatie als miljarden anderen met mij.  Je bent pas getrouwd en wil een huis huren of bouwen en een gezin stichten en zoekt een inkomen.  Daar wij aan 't bouwen waren en het familiebedrijf door makroekonomische omstandigheden niet  alle broers en zusters en neven en nichten aan een inkomen helpen kon, vond ik het raadzaam het spel van de wereld van de machtigen te ondergaan en zei ja toen een simpele militant, gemeenteraadslid van een andere gemeente me zijn 'steun' en die van het 'sociaal-democratisch’apparaat aanbood.  Zo zat ik dus een tijdje erna op mijn eerste 'mondeling' examen.

Als eindwerk voor mijn humaniora had ik het thema 'Japan' genomen omdat ik er een boek over had gelezen.  Dus voor dat onderdeel van het examen wist ik meer dan de jury die uit een directeur-generaal en nog een drietal mensen bestond.  Later vernam ik dat die directeur veel rond de oorlogsmiserie van het dorp vanwaar ik kwam wist.

Had hij misschien ook Waltere Dewee nog gekend ?  Toenertijd had ik nog geen ervaring met het feit dat directeurs een bepaalde kleur als politieke achtergrond hadden.  Diegenen die nu, anno 2002 beweren dat dit nu niet of veel minder het geval is, denken best eens dubbel na.  De managers die zich de dag van vandaag niet tot een politieke kleur bekennen, hangen in veel gevalen allemaal de supervrijemarktideologie aan...uiterlijk altans, ze hebben weinig keuze, en wat maakt hen dat...'neutralen' zeker ?   Sommige vakbondsbonzen en de kleine kringen rond hen profiteerden ook van de overgang van het oude Staatsbedrijf naar het reeds halfgeprivatiseerde Belgacom.  Zo werd een roze topman grote baas op de Human Resources (de oude personeelsdienst).  Toen hij later bij een andere maatschappij nog meer wilde verdienen door daar mee aan het banensnoeien te werken, snoeide men hem uiteindelijk zelf.  Zo'n mechanisme van 'doe niet aan een ander wat je zelf niet graag hebt',  in een wereld van 'wie kent wie' zorgt soms toch al eens voor een klein beetje symbolische rechtvaardigheid. 

            Terug naar toen.  Ik kon dus aan  beginnen, op het hoofdbestuur, departement Public Relations.  Doch, wat bleek ?  Eerst een scholing van drie maanden en dan een schriftelijk en een mondeling examen.  Ik slaagde voor het schriftelijke examen en in afwachting van het mondelinge werkte ik na mijn dagtaak druk voort aan de bouw van ons huis.  Ik begreep eerst echt niet waarom ik voor het mondelinge examen zakte.

 In de wandelgangen van de Paleizenstraat waren er al wel mensen die al eens een taboe dierven doorbreken en me vroegen of ik al bij een vakbond aangesloten was.  Bleek dat dat voor een mondeling examen wel belangrijk kon zijn.

Ah zo.  Ik sloot me na het schriftelijke herkansingsexamen, waar ik weer door was,bij een  vakbond aan.  Achteraf werd me duidelijk dat van iedere, toen represantieve vakbond er één belangrijke figuur in de jury zat.  Beide grijzende heren, zowel de kameraad als de 'broeder' behandelden me een beetje vanuit de hoogte; zo'n beetje sadistisch, we gaan die hier eens een beetje pesten die jonge gast.  "Hoezoe...je interesses zijn de Public Relations  en de Informatica...wat weet gij daar nu over jong...zever niet."  Bon...na die symbolische slagen slaagde ik er toch in te 'slagen'.  Later werd me een bepaalde uitspraak van een blauwe sektiechef tijdens onze scholing duidelijk.  "Je moet niet voor die examens studeren, men zal er jullie wel doorlaten", zie die kerel.  Later begreep ik waarom.  Zijn kleur zat niet in de toenmalige regering en de klas waar hij voor onderwees zat vol oranje en roze partijbeschermelingen.  Dus feitelijk kon het hem niks bommen dat we er zouden doorraken en amuseerde hij zich subtiel met zand in de machine van de konkurrenten te strooien.  Van zodra zijn vakbond represantief werd zou hij zich, af te meten aan zijn latere promoties, ook met  het zich specialiseren in koehandeltjes tussen partijen en bonden bezig houden.  Met als toppunt van sarcasme dat de toppen van de bonden zeer bedreven leken te zijn om ons gewone leden of afgevaardigden en anderen via bepaalde, ‘gebruikte’ delegees tegen mekaar op te zetten.  Als er al eens van boven georchestreerd gestaakt werd en er werd iets gewonnen dan was dat altijd niet dankzij de andere vakbonden...want die en die hadden bij het overleg maar dat of dat voorgesteld.  Als er al eens een algemene staking kwam was dat bijna altijd omdat de ene of de andere kleur weer in de regering wou.  Namen van individuen en partijen en gebeurtenissen...je kan ze zelf natrekken in annekdoten en geschiedenisboeken.  Hoe meer ik merkte dat iemands persoonlijke leven door een hoop stomme mechanismen bepaald werd, hoe meer ik me voor de geschiedenis intereseren ging.  Hadden wij, zelfstandigen en werkers de leidende klassen die wij door ons gebrek aan politiek bewustzijn verdienden...of waren die leidende klassen gewoon de lakeien van die bezittende klasse die niet voor een inkomen hoefde te werken ?  Wanneer ging die bezittende klasse ons en het deel van de wereld dat er pas erg aan toe was eens op een normale manier in welzijn en welvaart laten delen zonder aan het eigen groepsbelang en subgroepsbelang te denken ? Was zo'n uitgangspunt eigenlijk wel haalbaar zonder gans het systeem in vraag te stellen ? …en je eigen baan te verliezen en te ‘marginaliseren’ ?

            Het was in die tijd in Brussel dat de oude wijken aan het noordstation nog maar

enkele jaren na vergeefs verzet platgelegd werden om een stuk van Brussel in een meer New York-achtig landschap om te toveren.  Jaren hebben er bouwgronden die als speelterreinen konden dienen, braak bijgelegen.  De kleine rechtse kringen rond een saucissenkoning die later premier werd en wiens entourage later in veel schandalen vernoemd werd en tot op vandaag gerechtelijk beschermd wordt, besliste over hoe, wat, waar, wanneer, met wie en hoeveel.  Het was die periode in ons aller geschiedenis waar de eerste zaden voor roze balletten en Nijvelse bendes of zelfs wraakroepende kinderhandel… wortel schoten.

            Mijn eerste bureauervaringen. Als je het werk in een familliebedrijf gewoon bent, weet je waar je aan toe bent.  Of je nu fruitkisten in vrachtwagens stapelde of de fruitplantage onderhield  of opruimde of de boekhouding deed of naar de groothandelsmarkten en veilingen reed of de dieren verzorgde...je had altijd werk en wist dat je als een team vanzelfsprekend op mekaar rekenen kon.  Je had genoeg aan de buitenlucht en het werk dat rechtstreeks, zonder te veel omwegen, nuttig was.   Je hoefde je niet te vervelen en de stress was nog te doen.

Zoniet in een steeds kleiner deel van de oude staatsstrukturen en in de overgestresseerde privésektor.

Wijze leidingevenden in een bedrijf zijn stipt en objektief en zorgen voor discipline en geen te grote werkdruk. 

De staatsstrukturen en privémanagers gunnen hun echter weinig kans daartoe.  Privémanagers bij de Staat gunnen zichzelf wel riante ontslagpremies…waar zelfs de politiekers en de supervoetballers jaloers zouden kunnen van worden.  Wij moeten dat allemaal maar aanzien en geen afkeer van de politiek krijgen.  Amaai .

Maar terug naar den buro. Aan de verscheidenheid van de karakters en hun positieve en negatieve eigenschappen , lag het niet dat het geheel van onze taken op een te burokratische manier aan mekaar geweven werd.  Die te logge struktuur van teveel leidinggevende tussenposten heeft het vroegere staatsbedrijf  gedeeltelijk aan het technologisch vernieuwde, maar sociaal verarmde Belgacom doorgegeven.  Op de manier waarop het management nu met de voortdurende herstruktureringen bezig is, kost hun job nog wel een dag hun kop.  De klant werd een goedkopere telecommunikatie voorgeschoteld, maar betaalt nu veel meer dan weleer.  Bedankt oh zaligmakende konkurrenten...die zich toch allemaal zo gretig bij het grootste monopolie inkopen willen. 

Wat een absurde wereld...we hadden een monopolie en werken nu terug in de richting van een monopolie, maar dan één waar de winsten naar de beleggers versluisd worden.  Toppunt van absurditeit : de leiding van de bonden die al vijftien jaren om de haverklap in hun pamfletten de verdediging van de openbare diensten promoten en zich nu in woelige vergaderingen; nu alles toch bijna zo ver is; als voorstanders van de 'onafwendbare' liberalisering bekennen.  Zij, in onze sektor haast voor het leven benoemd, hun weddes door het bedrijf betaald.   Hun bestaansreden was en is het zich nestelen in hun door de staat en privéeigenaren toegelaten cocon van zo weinig mogelijk doen...ten koste van al de mensen die het eigenlijke werk moeten doen.  Hebben wij ons dermate aan de levensstijl van de upperclass gespiegeld, dat wij door onze politieke inaktiviteit echt zo'n leiders voortbrengen ?

Blijven wij echt stresserende werkomstandigheden en absurde toestanden en de wereldwijde onrechten aanvaarden om een geweldige materiele levensstandaard kunnen aan te houden ?  Hoe lang kan ons enig sociaal streven nog zijn van een zo goed mogelijke ontslagregeling af te dwingen voor de enen en mekaar om werk te bekonkureren voor de anderen.  Diegenen die het ritme volhouden, de ‘ sterke schakels ‘van vandaag zijn meer en meer de depressies en familiale moeilijkheden van morgen.  Een geheimzinnige kracht, de kracht van de gulzigheid ten bate van de geldmagnaten stuwt dit proces naar overproduktie naar ongekende tegenstellingen   Wachten we met z'n allen op  het overkookpunt waarvan we de nieuwe oorlogen en armoedebubbels vanuit onze welvaart al wel zien opborellen ?  Volgen we weer meer en meer het nu ‘beschaafd’ gebrachte rechtse gedachtengoed (al of niet links verpakt) of leren we van de lessen van de echt linkse mensen en groepen ?  Maar vooral : wanneer gaan we beseffen dat we ook zonder de door het kapitalisme en de staten opgelegde discipline zelf eerlijk produceren en verdelen kunnen ?  Wanneer gaan we de juiste taktieken vinden om ons eigen 'gewonemensenprogramma' internationaal ter stemming voor te leggen en daarna internationaal verkiezingen voor de dirigenten van onze verschillende projekten te houden.  Voorlopig is dit een utopie, maar de toestanden en gebeurtenissen die deze woelige wereld nog voor de boeg heeft, zullen diegenen die alleen nog de klassieke partijverkiezingen en vakbondswegen willen bewandelen en diegenen die de pers van de machthebbers en hun methoden napraten en navolgen ;ofwel tot een machtsgreep in hun oude strukturen of een breken met de oude strukturen dwingen. 

            Decennialang bestookt de moderne media ons met allerlei verschrikkelijke toestanden zonder een logische verklaring ervoor te geven.  Ze willen echt de machtigen der aarde niet choqueren of ze liggen misschien zelf buiten.  Buitengezet door hun minister of privémanager.

Al hebben enigszins progressieve kranten soms de verdienste om bepaalde wanpraktijken aan te tonen, veel ruimte voor een politiek alternatief  buiten dit systeem wordt nog niet ingenomen door de linksere berichtgeving van de ideologisch verdeelde uiterste linkerzijde van het apparaat.

Die linkerzijde borduurt dan nog voort op al het oude dat door de rechterzijde in stand gehouden wordt.  In concreto betekent dit in ons dagelijkse leven een aantal simpele dingen.

            Als je ziek bent moet je een door een papierenberg om alles in orde te krijgen.  

            Recht op werk is er alleen voor wie flexibel en stressbestendig is.

            Op uitkeringen wordt bijna altijd bespaard. 

            Huurprijzen zijn alles behalve sociaal.

            Staatsbedrijven en openbaar bezit  worden uitverkocht…het heeft zelfs geen zin er nog op te richten of in stand te houden…in een internationale context zouden ze toch niet kunnen konkureren.  Daarom moet alle grootschalige produktie en dienstverlening eerst per projekt in één organisatorische groep; internationaal worden ondergebracht.

            De inning van belastingen is veel te complex.  Zowel op gemeentelijk als op nationaal of internationaal vlak.              Voor elke openbare dienstverlening kan er gewoon een bepaald percentage van het loon aan de bron afgehouden worden…voor iedereen gelijk.  Zo zou eventueel iedereen in feite ‘gratis’ kunnen reizen, telefoneren, onderwijs genieten, … Je kan dit systeem uitbreiden met nog veel meer.  De staat zou dan via de lonen die door de banken betaald worden rechtstreeks aan inning en uitbetaling kunnen doen. 

            Het onderwijs besteed te weinig aandacht aan filosofie en psychologie en geschiedenis…en kan daarom ook geen duidelijke motivatie aan de jeugd doorgeven.

            De spekulatie laat enorme bedragen in rook verdwijnen en schept torenhoge inkomens voor hen die het niet meer nodig hebben.

            Wereldwijd zijn investeringen in landbouw, onderwijs wonigbouw, infrastruktuur en ekonomie in arme gebieden nodig en toch slagen de kapitalistische investeerders er niet in om NODEN EEN OPLOSSING TE BIEDEN.  Waarom zouden ze ?  Hun geld brengt toch genoeg op via verzekeringen en andere beleggingen.  En als niets meer opbrengt kreeren ze via de klassieke politiek maar meer markt voor de wapenekonomie, drugs  enz…

            Zij die het voorbijgestreefde van het systeem doorhebben en hier en daar plaatselijk, nationaal en toch ook al internationaal initiatieven nemen; zij die dus tegenwerk bieden, worden teveel door het gebrek aan het bewustzijn en durf van anderen  gedwongen  van zich bij de macht van de geldmaatschappij neer te leggen.  Ze organiseren een fuif en betalen taks om muziek te mogen spelen.  Ze hebben een hekel aan reklame en toch zijn er geen radio of TV-zenders met alleen maar reklame voor die die er niet genoeg van kunnen krijgen.  Ze zijn levenslang op zoek naar een job en inkomen, en worden van de ware zingeving die het leven te bieden heeft afgehouden.  Vandaar de vlucht in pepmiddellen van velen.

            Wij hebben genoeg van overbodig werk en fake jobs.

Net zoals diegenen wier emotionele problemen door het leven in dit grotegeldsysteem nog versterkt worden dreigen ook zij fatalistisch te worden.

Hoogtijd voor filosofische en politieke herbronning dus.

 

We nodigen  jullie allen uit om hieraan deel te nemen.  Een sein volstaat

We zijn het aan onszelf en iedereen verplicht van een halt toe te roepen aan oorlogen en armoede; aan stresstoestanden en sluitingen à la Sabena, Renault, Fiat, Ford…

Laat ons onszelf verenigen en alle absurde toestanden afbouwen.

            Iedereen die werkloos of werkend, studerend of gepensioneerd, meer wil bezig zijn dan met zijn eigen totaalsituatie alleen; kan ons hiervoor kontakteren. 

Via studie en dialoog willen we een nieuwe werkmenskultuur laten geboren worden.

Heb je een goede pen of kan je componeren of schilderen....of heb je een pak ervaringen waar je geen weg mee weet…kom maar af…dan kunnen we het samen over jouw ervaringen en deze en andere teksten en de onderwerpen in de bijlagen bovenaan hebben.  Zoals de volgende mail die ik aan Italiaanse call-center-mensen stuurde :

            From 13 CCENTERS 3 CLOSE. The operators move to other cc; farther away from home .  Only the once closing striked for 3 days. I myself on a national meeting of the red social democrat union was told that if I did continue to defend the not-closure of any callcenter he  (the national president) would phone security to have me thrown out of the unionbuilding in  Brussels place Fontainas. Six months earlier the building we worked in who was property of the State was sold...so we had to get out. The union never reacts and plays the same game as managment. The only thing they did was obtaining 7O percent from their wage when people starting from 49 YEARS OLD accepted to stay at home. Ten years ago the Belgacom telecomcomp from belgium counted 26000 workforce First 6000 WENT Now another 4000 I'm 46 AND as a supervisor I will have to look for another job in my own company...but I think there aren't any? So I will have to travel from one place in Belgium to another to fill the gaps like in an interimburo. Positive news is that recently the callcentermanagers hired 14 interims for two weeks, thinking of giving them another contract for some months more afterwards. These peolpe,with universitydiploma's all refused after two weeks...they had never seen such workingconditions before./8!!!!!

The whole world should refuse to work as a wage slafe...it will be the only sulotion in the end.  But the world is based on the fear of the individual to lose his job. It is this fear that I want to find a way of overcoming it on a large scale

Give our regards to the italian workers. 

We understand each others misery. At Belgacom only official leaflets are alowed

WHile striking they interviewed me for the radio. Next morning at the picked line the local

secretary of the red union said in public to me that if I did not watched what I said the firm would throw me out and that the union would not defend me. The strikers could not believe this was really happening to me and I got their support. But the next day the national unions had signed the deal   http://bloggen.be/conscience2008

samenlevingstoestanden

DE MENS EN ZIJN BESTEMMING

            ...kan je als een filosofisch en sociaal epos onder de loep nemen,

het is een indrukwekkend en boeiend individueel en kollektief verhaal

            ...ieder van ons speelt er haar of zijn rol in

            ...het is een verhaal van lotgenoten en gelijke belangen gekruid met opponenten en tegenstellingen

            ...het boeiende en mooie van deze story is dat plus min nodig heeft en omgekeerd,

net zoals in de liefde en de electriciteit

            ...het is het  verhaal van de subjektieve zingeving die door het cocon van het objectieve bestaan aan

het breken is...al eeuwig lang...wij kunnen dit proces niet stoppen, wij zijn een schakel in het dagelijkse

real-art drama-blijspel dat mensen ondanks alles dwingt van binnen een aantal omstandigheden samen te werken

            ...als de geregeerden morren is dat soms gedeeltelijk omdat ze emotioneel nog niet rijp zijn voor hun alternatief,

gedeeltelijk omdat ze er organisatorisch van afgehouden worden

            ...zolang niet ieder van ons vanuit z'n geweten of sociale instelling bereid is om onbaatzuchtig zijn deel

van het werk te doen...zolang zullen geld en regeerders nodig blijven...regeerders alleszins altijd

            ...ooit komt er misschien een eeuw waarin bekwame regeerders  niet meer zullen gehinderd worden door de

regeerders van de spekulatiezweep die de hele show voorlopig 'on the road houdt'

            Om  met een passende gedachte af te sluiten nog dit : of je nu gelooft in een godsdienstig geestenrijk na dit leven of in reinkarnatie of in het geestelijk onvernietigbare van de materie zelf of in de genetica of what so ever...

als we een forse vierkantswortel op ons positief denken zetten kunnen we ons in een verre toekomst misschien voorstellen dat dezelfde personages van nu begrijpend zullen glimlachen met de dagelijkse spanningen van nu

            Ik wens allen zonder onderscheid van funktie dat ze dagelijks mogen ervaren welk een filosofische rijkdom er achter mensen en aktiviteiten schuilt.  Konkreet gezien betekent dit gewoon ook kapabel blijven om in het detail en geheel van wat we dagelijks doen, te blijven beseffen dat je een mens een dienst bewijzen kunt...het hoogste goed op aarde.

            Ieder is een deel  van de puzzel, of je nu in Brazilië in een carnavaloptocht loopt of met de vuilkar meerijdt of...  .

 

HAGELANDLAND

            De mist hangt over 't Hageland, een geostreek van de regio Vlaanderen, die samen met nog twee andere regio's de staat Belgie vormt.  Een viertal steden en een negentiental grote landelijke gemeente vallen onder de Hagelandse noemer.

Vanuit het oosten doorbeukt autobaanbeton de aarde en de welvende borsten van het landschapslichaam.  Een enorm metaalmonster van lawaai, verkracht er iedere ochtend het gloren in de richting van Brussel, hoofdstad de werzuchtige Belgen.  Welke hunner werken zijn echt nuttig ?  Werken ze om de armoede en eenzaamheid te vermijden of om met hun auto's te kunnen rijden ? 

            Het landschapslichaam koestert een helerlei reeks inplantingen van gegroepeerde huizen in allerlei stijlen.  Bouwsels, gemaakt door wekershanden, gezellig tegen mekaar leunend of kreunend in sommige stadsdelen.  Boerderijen en met groen omgeven woningen in het open landschap.  Gehuurd of op twintig jaar en meer afbetaald aan een dikverdienende bank, hij woont er vanuit de lucht bekeken, veelal naar wens, de Hagelandmens.  Vanuit de lucht bekeken hoor je wel zijn woorden niet en zie je niet wat het licht achter zijn ogen betekent.

            Hagelanders spreken in ieder dorp een eigen variatie op één  van hun vier grote dialekten, al namen vooral de jongere generaties de uniforme nederlandse taal op een paar decennia over.  De Vlamingen voegden er een zuidelijke warmte aan toe.

Sinds bijna altijd al was deze streek het slagveld waar de grote naties van Europa hun bezettingsdriften hadden gekoeld.  Misschien was Brussel nu als hoofdstad van de Eurolanders wel een soort morele troostprijs daarvoor.  De Eurolanders vochten militair niet meer tegen mekaar, hun politieke leiders hadden de naoorlogse , potentieel revolutionaire gevaren wel begrepen.  Daarom hadden ze hun werkvolkeren met allerlei sociale zekerheden hun eigen maatschappijomvorming doen vergeten.

            De leiders van het bovenste deel van het noordelijke Amerikakontinent, de 'USers' daarentegen, ontpopten zich in de twee eerste jaren van het derde milenium, nag altijd als de grootste militaire strategen.  Hoe weinig belang ze aan inhoudelijke verkiezingen hechten bleek nog lakoniek toen bleek dat ze bij de presidentsverkiezingen nog altijd met ponskaarten werkten.  Alhoewel de leidende klassen der Eurolanders hun eigen imperialistische agenda hadden; hield het oude kontinent zijn nazaten in de 'USerswereld' nog even tegen om weer direkt bloederig de Irakezen gaan te bestoken.  Het begin van het derde milenium werd zichtbaar niet waar de gewone mens op gehoopt had. 

            De Latino's van het zuidelijke Amerikakontinent bleven met grootkapitaalsteun vervolgd en vermoord of onderdrukt.  De Afroos van het kontinent waar de mensheid zijn wortels heeft, worden geteisterd door de lakeien van hun voornamelijk Westerse en Arabische leermeesters, die mekaar en de inwoners veel militaire en andere rottigeid aandoen.  Al een halve eeuw en langer beloofde het rijkere deel van de wereld hulp...die alleen kwam als die uitbuiting en afhankelijkheid verzekerd bleef.

De leidende klassen van de Arabieren probeerden via het demagogisch gebruik van de religie ook zijn armen om de tuin te leiden, net zoals dat in de oude Westerse werel eeuwenlang het geval was geweest.  De Chinezen deden het met water in hun would-be rode wijn te doen materieel beter dan de Indiers wier leiders nog aan een aantal oude kwalen leden : kastevorming en nationale en religieuse tegenstellingen.

            De enige echte 'pseudonatie' , de 'Verenigde Naties', is daarom nog teveel een speelbal van al die gewichtige Staten en blokken die met alle middellen om de verovering van zoveel mogelijk vrije markt vochten.

            Totnutoe werd het wereldbeeld van de mens beheerst door zijn methode om ekonomisch te overleven.  De mens, ook de Hagelandmens, diende zich te onderwerpen aan het slaaf zijn of later als lijfeigene of boer aan het gezag van de adel en hun staat.  De onafhankelijke boeren vervoegden meer en meer het leger loonslaven van banken, fabrieken en handelsmastodonten.   Zelfs een deel van de hele grote zelfstandige boeren zijn in feite echt loonslaven geworden.

            De filosofie moest wachten op de ontwikkelling van de wetenschappen alvorens zij de religie een gepast antwoord op een deel van de levensvragen bieden kon.  Ondanks de door vrijzinnigen en religieusen algemeen aanvaarde morele spelregel dat men zijn naaste niet mag schaden; bleef een belangrijk deel van de zin van het leven, namelijk datgene met betrekking tot de dood en het eeuwig leven, voor politieke verdeeldheid onder de werkende bevolking zorgen. 

Afgezien van wat psychologische spekulaties en onbewijsbare hypothesen blijft het ervaren van de uiteindelijke zin van het 'eeuwigheidsvraagstuk' gelukkig een persoonlijke levensbeschouwelijke opdracht, een soms pijnlijke zoektocht waarvan men de betekenis ervan slechts soms op heldere, vaak niet beschrijfbare manier 'innerlijk' ervaren kan.  Iemand die ook daar zijn hele leven lang via het dagelijkse leven en het woord en de pen mee bezig was, schreef er vanuit het Belgische Hageland over.

 

 

21:13 Gepost door blogkunstenaar in kortverhaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: na-oorlogse novellen-theatermonoloog |  Facebook |

26-12-09

8. Oorlogsnovelle.

DSCN0326

voorwoord

            Toestanden zitten over het algemeen anders in mekaar dan er oppervlakkig over wordt geschreven en verteld.  Mensen zitten over het algemeen anders in mekaar dan ze van zichzelf denken.  Alleen ervaringen opdoen en leren observeren, luisteren en praten kan ons helpen.

            Onafhankelijkeid is alleen mogelijk als men het algemeen belang van de hele wereld op sociaal en ekologisch gebied vooropstelt en breekt met alle taktieken die daar tegenin gaan.  Feiten in een breder kader kunnen zetten, insinuaties ontkrachten, daar komt het op aan.  Pas dan kan krijgen een echt alternatief en de mogelijke wegen naar nieuwe, vooruitstrevende methoden om het sociale en ekologische te bevorderen een kans.  Dan krijgen ook de blauwe lijnen die onze persoonlijke relaties verbinden meer ruimte.  Als je alle kleurschakeringen van de rode lijnen die ons politieke en sociale leven verbinden onder de geschiedkundige loep neemt, merk je dat die aan een heroriëntering van hun programma en methoden toe zijn...willen ze niet nog eens terrein aan rechts en uiterst-rechts verliezen. 

 De ontmoeting van twee toekomstige ouders op Rhode Kermis

          Zoals elk ontmoeten geschiedde het kruisen hunner wegen enerzijds onder de door de wereldgeschiedenis geschapen voorwaarden én onder de begeleiding van de wetten van de aantrekkingskracht der wegen die zielen met mekaar omgaan doen. 

We schrijven juni-juli 1943.

Het was weer rond de tijd van de jaarlijkse kermis in het gehucht Rhode, waar, zoals in de andere gehuchten nog een meerderheid van de bevolking de kost met boeren verdiende.  De meeste boeren hadden een klein boerderijtje met een paar koeien enzomeer en verdienden, zelfs in oorlogstijd geen fortuinen, zoals al eens geschreven wordt.  Het gros van hen en hun afstammelingen zou na de wereldoorlog de rangen van de loonafhankelijken gaan vervoegen.  Een gehucht was toendertijd nog zoiets als een deelgemeente nu.  De tijd van vóór de TV, toen ieder dorp minstens twee cafees per gehucht telde.  Oorlogstijd, ook in België.  Toen reeds hadden sommige extreem rechtse Vlamingen het niet zo hoog op met twee gemeenschappen die erin slaagden één natie te vormen.  In de tweede grootste stad van Antwerpen orakelde rond die tijd een Vlaamse, toen noch 'Vlaamsche' priester tegen het voornamelijk als goddeloos afgeschilderde communisme.  Een man van God was hij duidelijk niet en hij moet nattigheid gevoeld hebben toen hij iets zei over "Vlaanderen sterf en verrijs weer".  Het Vlaanderen zoals hij dat zag was aan zijn doodsreutels begonnen...geen enkel gehucht, geen enkel dorp, géén regio, géén land kan alleen bestaan.  

            Na de ellende die de in soldatenpakken gestopte Duitse en Russische werkmensen in Stalingrad in januari hadden uitgestaan, betekende de slag bij Koersk het einde van de plannen van de naar de buitenwereld als arbeiderspartij gepresenteerde fanclub van de toenmalige Duitse wapenproducenten.  In Italië werd er een fascist die zich voor de misleiding van het volk eerst misleidend als 'socialist' probeerde te vermommen... opgehangen.  Had de bewapeningsekonomie aanvankelijk de Duitse werkgelegenheid driest vooruit geholpen, nu werd de recessie van de jaren dertig er ondermeer in de USA door opgelost.  Toppunt van debiliteit van zo'n wapenekonomiesysteem ,waren die lieden die in tijden van naöorlogse werkloosheidspieken meenden iets als "ne goeien oorlog, dat hebben we vandoen" te moeten  uitkotsen.  Ze zijn wel goed bediend geweest in de jaren na de tweede wereldoorlog, met Vietnam voorop...dan zijn de zogezegde goddelozen en de zogezegde communisten veel braver geweest...maar dat wist ik als ongeboren zoon van mijn ouders op de kermis in Rode nog niet. 

                                                                      

 

            Het moet nogal een tijd geweest zijn, besef ik nu eens te meer in 2006, 62 jaar later

 als prille vijftiger.  Het oorlogsverzet kwam van gewetensvolle mensen zoals m'n grootouders die 'onwettelijk'-verklaarde personen een schuiloord boden.  Of ze nu gewoon wilden verderboeren en niet voor de oorlogsindustrie wilden werken of als overzees piloot uit zo goed als opgejaagd wild waren...geholpen werden ze.  Het was de tijd dat je moest kunnen zwijgen als een graf en hopen in het beste van binnenin de mens...en uit je doppen kijken dat je door geen enkele strekking van het verzet gedomineerd werd...of dat de collaboratie niets in de gaten kreeg.   Nu, nu we niet meer moeten zwijgen, zwijgen er tevelen en schrijven er te weinigen over al die streken in de wereld die nog een hel op aarde zijn...en waar m'n z'n leven nog waagt als men z'n nek voor een verbetering van toestanden uitsteekt.

            De toekomstige ouders hadden geen idee van de verschrikkingen die de oorlog hen nog zou brengen.  Ze zaten samen gezellig een pintje te drinken in een cafeetje. 

Zij was nog maar pas hersteld van een granaatscherf die haar dijbeenvlees vanboven had doorboord.  Hij was niet in 't leger gemoeten omdat hij, misschien ook ziek van al die oorlogsellende, dat jaar voor één van z'n longen vocht.  Met de foto's van zijn long in de hand slaagde zijn broer er in van zich aan de opeissingen van de bezetter te onttrekken.  Mijn ouders kwamen beide uit een ander dorp. 

Zijn dorp, waar een jaar later, net na de invasie van de gealliëerden in Frankrijk, iemand tegen de raad die m'n grootvader gewoonlijk aan het plaatselijk verzet gaf in, iemand uit de kollaboratie van het leven benam; dit dorp zou het toneel worden van een vooraf geplande dramatische omsingeling.

Het Vlaamse brein achter die omsingeling zou later voor de CIA en nog andere buitenlandse diensten gaan werken.  Zijn uitlevering werd nooit bekomen.  Rechtse milieus zijn vaak zo verstrengeld dat ze onder een bezetting vaak én samenwerken met de bezetter én het verzet proberen orders te geven.   Alhoewel hij  nergens lid van was, leunde hij meer bij het linkse deel van het verzet aan...zoals zijn buurman waar de vergaderingen van de partizanen plaatsvonden.

              Het soort fascisme dat vóór de tweede wereldoorlog ontstond, vertrok van rijke hebzuchtige mensen die een deel middenklasse en een deel armere mensen meesleurden in hun haat die ze in mensonterende houdingen tegenover vreemdelingen en meer bepaald toen 'Joden', propageerden.  Het was voor hun de enige manier om het systeem dat niet zonder superwinsten draaien kan, in stand te houden.  Het soort fascisme dat nu de kop opsteekt in welvarender maatschappijen dan vroeger, is veel gevaarlijker...het kijkt niet afgunstig naar de rijken maar neerbuigend naar diegenen die uit de boot vallen.  Indien we er niet in slagen het blijven in te dijken, riskeren we ingekapseld te blijven in een uitbreiding van het oorlogsdenken van de dag van vandaag...het op voorhand aanvallen van Staten als dat de burgerij van andere Staten goed uitkomt.

            Mensen lijken soms verbonden in het lot te zijn. Diegenen die in de jaren veertig een jaar of vijtig waren en waar de vergaderingen van het verzet plaatsvonden bijvoorbeeld.  Twee van de drie verzetsmensen waarover ik het heb, ( derde ontsnapte), werden opgepakt en respektievelijk in Breendonk en in Leuven weer vrijgelaten, wat na de oorlog leidde tot spekulaties over wat zij onder foltering al of niet hadden losgelaten, terwijl zij zelf het waren die na foltering en loslippigheid  vanwege hun voortrekkersrol aangehouden werden.  De repressailles op het dorp worden soms niet als repressaille voor één bepaalde moord op een collaborateur uitgelegd, maar als een plan dat maanden op voorhand al klaarlag omdat men met de opkomst van de geallieerden in zicht alle sabotageakties van het verzet tegen de mogelijke terugtrekking van de bezettende troepen vóór wou zijn.  In Normandië had dit de bezetters al vele verliezen gekost...gedynamitteerde bruggen waarover men niet meer kon terugtrekken en zo in de val zat enzoverder.  In het boek met de visie al zou de represaille dus in een militaire

                                                                      

strategie tot terugtrekking gepast hebben, dweilt men de vloer aan met de repressaille-theorie...waarom omsingelt men dan één dorp...omdat de verzetsmensen meer en meer uit de steden trokken en zich in de dorpen verborgen, stelt men.  Mensen die hun leven op het spel hebben gezet om het verzet te steunen waaronder de drie waarvan ik sprak, mijn grootvader ook, een mens wiens vrouw van de één of andere fasco-schurk slaag kreeg  en met een kind van haar in een naburig dorp ondergedoken in koetroggen(eetbakken) slapen moest terwijl hun andere kinderen elders ingegraven waren.   Ik speelde als jeugdige gast nog tolk voor één van de twee Engelse piloten die m'n grootvader bij hem thuis en in de buurt verborg.  Ze zijn beiden kunnen ontsnappen.  M'n vaders vader...een mens die voor en na de oorlog bij burenruzies geroepen werd om te bemiddelen, een mens die men bijhaalde om doden af te leggen, iemand die kon zwijgen als een graf en om zijn filosofische zwijgzaamheid bekend stond, iemand die een café met volksspelen had en die in allerhande amoureuse en andere perikkellen om raad gevraagd werd...iemand die het belang van zwijgen kende omdat wit én zwart soms samen in z'n  café zaten, zo iemand staat dan ergens in een boek met het woordje verraad geassocieerd.  Ironisch dat de aanleiding voor het feit dat iemand hem onder foltering aangaf een liefdesaffaire van iemand die hij verstopte was...hij die mensen naar mekaar toebracht als er kinderen werden verwacht...van wie ze ook waren trouwens. 

Als men geweten had dat hij ook piloten verborg dan had men die  zeker gaan zoeken. 

Er waren zoveel versteekplaatsen bij hem, tot onder de prei in de hof...ook voor werkweigeraars...dus heeft hij niets over die piloten gelost...wat zou hij dan meer hebben verteld dan de bezetter al niet maanden van tevoren via zijn infiltranten wist ?  Net als vele anderen heeft hij alleen mensen in nood willen helpen en was hij uiterst sceptisch tegenover ordewoorden van om 't even welke verzetsgroep of hun overkoepelingen.  Omdat de kennis van iemand uit zijn omgeving als hulp bij iemand van de bezetting werkte kwam hij vervroegd vrij, niet omdat hij de pagina's met namen van inwoners uit de gemeente zou ondertekend hebben.  Het zullen bijna alle namen van de gemeentebewoners geweest zijn, vermitst sommige van veertig pagina's spreken. 

Daar krijg je makkellijk duizend namen op...en zovelen waren het er toen niet.  Men vroeg aan alle aangehouden of men die of die kende, natuurlijk kende iedereen iedereen. 

Wie weet zette diegenen die bij Himmler en ga zo de ladder dan maar af, op een goed blaadje wilden komen niet gewoon een geweer tegen iemands hoofd als je dan niet tekende.

Na de oorlog werd hij telkens weer door de dorpsbewoners in de gemeenteraad herverkozen.

Als keizer en keizerin van de volksdansgroep dansten ze nog op de wereldtentoonstelling in Brussel.

Zijn zonen zouden later bewijzen op welke manier vrede hier op aarde mogelijk is.  Ze zouden hun leven lang het in de streek geoogste en in hun frigo's bewaarde en in de streekveilingen verzamelde fruit naar binnen-en buitenland verhandelen en voeren.

 

Analyses van wat er werkelijk gebeurde, mogen er niet toe leiden van al diegenen die aan het verzet deelnamen nu tegen mekaar op te zetten. Het zijn altijd diegenen aan de top die de kleine man gebruiken en doen marcheren...in de tijden van bewapening in de jaren dertig werden de vakbonden zelfs ingeschakeld om de bewapeningswedlopen mogelijk te maken, en niet alleen in Duitsland. Het volk had overal principiëel tegen zo'n dingen moeten zijn.  Net zoals men nu tegen de huidige bewapening zou moeten ageren, maar dan met een aktieplan dat door miljoenen betogers wereldwijd aan alle regeringen kan worden opgelegd.

 

 

 

           

                                                                      

 

 

19:59 Gepost door blogkunstenaar in kortverhaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: oorlogsnovelle |  Facebook |

23-12-09

7.Die van de pomp,de baron en de beervaten

100_2009

Die van de pomp,de baron en de beervaten

Een 150-tal jaar eerder dan vandaag, midden negentiende eeuw, woonde Jozef met zijn pa in een klein huisje aan de dorpspomp in de buurt van het dorp van zijn latere nageslacht. Zijn vader moest weer eens met paard en beerkar naar de nabijgelegen stad om bij de stadsbewoners drek te gaan scheppen. Niet de drek van de beesten van de boerderijen, maar mensendrek. De stadsbewoners werkten in grote getale bij de plaatselijke suikerfabriek en woonden armoedig hun volgens de clerus en burgerij te dragen lot uit in huizen die eigenlijk best gesloopt zouden worden. Terug met paard en kar in het pompdorp van de baron aangekomen, begon hij de drek op een akker uit te gieten. Telkens weer met de emmer één van de vaten in, uitkappen en daarna het paard weer aanporren om een aantal meters verder te sleuren. Mesuur, zo was de bijnaam van de vader van Jef, omdat hij nogal bekend was voor de nauwgezetheid waarmee hij zijn werk en het leven opvatte, was zijn slavenarbeid ten dienste van de elite meer dan beu die dag. Zijn lijfspreuk 'alles met mate' ('mesurer', het Frans voor 'meten') was aan herziening of beter nog, aan 'ijking', bijstelling toe. Na het voorval dat ik zo dadelijk ga beschrijven, zou hij weten dat de aanleiding om dat te doen, hem luttele minuten daarna in de het gezicht zou worden geslingerd. Met dank aan de baron van het kasteel.

Midden de werkzaamheden kwam de baron, handen op de rug, inspekteren. “Mesuur, die mest ligt precies niet erg dik”, zei de man met zijn kasteel in het panorama achter zijn rug. Mesuur was heel dat leven van hem ineens op een zeer besliste manier beu. Geen tijd om van het goed weer te genieten, altijd dat verdomde geld dat moest worden verdiend, nooit voldoende tijd voor de eigen luttele perceeltjes grond en de paar koeibeesten, varkens en de plannen met konijnen en kiekens en fruitbomen. De pachter en loonslaaf van de baron stapte af en schreed in de richting van de baron. “Lig ' t hem niet dik genoeg mijnheer de baron”, vroeg hij op de man af, als ware ze volstrekt gelijken en dat was in feite zo. Vóór dat de baron kon antwoorden had Mesuur hem al bij zijn kruis beet en tilde hem bijna tot borsthoogte en met een krachtstoot waarop menig kogelstoter trots zou zijn, lanceerde hij de landheer richting akker en drek...al waar hij met een smak neerplofte. Dit had de baron niet verwacht van die brave, hardwerkende Mesuur. Hij klauterde rechtop en wist dat hij geen verhaal had tegen de kracht van zijn labeurder. Eén en al paniek probeerde hij de stinkende smurrie van zich af te wrijven, waardoor hij het nog erger maakte, want heel zijn vest werd één grote stinkende smurrie. Mesuur onderdrukte zijn innerlijke plezier en het resultaat van zijn durf en opstand. De baron maakte zich schrijlings uit de voeten en riep Mesuur wanhopig na dat hij dit zich nog zou beklagen. “Loopt schijten en zoekt iemand anders voor die strontjob” !, keelde Mesuur hem achterna.

In gedachten verzonken keerde Messuur met paard en kar terug in de richting van het boerderijtje aan de pomp, gelukkig nog eigen goed van vader op zoon. Hij zou voortaan wel zonder de baron aan zijn geld geraken. Die dag werd ook de toekomst van zijn nageslacht beslist. Voortaan zouden zijn nakomelingen allen hun kost op hun eigen verdienen. Al zouden ze moeten zweten zoals in de bijbel aan Adam en Eva was voorspeld. Wat was er eigenlijk waar aan dat verhaal ? Was die God in dat verhaal niet ook een baron geweest die die mensen gewoon verjaagd had omdat ze eens een appeltje meer wilden van hem ?

Mesuur was niet alleen met zijn verzet. Onder de Tsaren en zijn edelen zwichten miljoenen Russische boeren en de boeren van Napoleon in Frankrijk waren nog maar juist terug thuis of gesneuveld in één of andere oorlog tegen die arme Russische boeren of ander werkmensen uit één of ander Europees land. “Miljaarde, miljaarde, wat een ellende, 't is goed geweest”, was zijn goeiendag toen hij de bijna vermolmde deur van zijn huisje opentrok en het huis met drekwalm vulde”.

“Zoniet eeh manneke, welke wesp heeft 'jouw' gebeten ? ('oech' zegden ze toen) “Normaal gezien ga je je toch altijd eerst wassen in het houten vat onder 't dak buiten”, zei zijn vrouw ietwat zorgelijk.

 

Mesuur vertelde zijn verhaal en voegde er voor vrouw Jeanneke en zoon Jozef aan toe dat nadat de baron tussen de smurrie lag, hij de plaatselijke potentaat nog gevraagd had of “de mest nu wel dik genoeg lag”.

Het gezin zat er na het verhaal over de verzetsdaad van pa en de verbouwereerdheid van de rest van het gezin bij alsof iedereen al in spannig uitkeek naar wat hierop volgen zou. “Het heeft geen zin hier nog veel drukte om te maken”, zei pa Mesuur. Er is nog werk genoeg in de hof en met de beesten. In plaats van met de strond van een ander rond te zeulen ga ik voortaan met onze eigen groenten en fruit en wat gepekeld vlees en kippen en eieren naar 't stad met 't paard”. Jeanneke sloot zich aan bij de plantrekkerij van haar man en tot eenieders verbazing nam ze het woord op een wel heel erg besliste overkomende toon : “dat ze hun was en strijk op 't kasteel voortaan maar zelf doen...ik zal wel zien dat ge om de week op de marktdagen van de omtrek hier tomaten en patatten en bonen genoeg hebt om mee te nemen.” Ook Jozef had plannen : “ Als gij me dat stuk nat grond aan de Bemdbos geeft kan ik daar de klei uithalen om bakstenen te maken, ik heb dat al genoeg zien doen bij Camiel. Een paard om ze te vervoeren heb ik niet nodig, ze zullen van ver komen voor mijn bakstenen, let maar op. En daarbij, de Camiel dat is een plezante grote boer om voor te werken, die leent me zijn beste Brabants paard wel als dat nodig moest zijn. Ik kan op één van de putten die ik daar ga uithalen eenden kweken en kikkers, 't schijnt dat het schoon volk in 't stad die zelfs eet. Gedaan met slaven voor een ander ! Ik zal op tijd een deel stenen voor mijn eigen opzijzetten en me hoger op de Bemdbos een eigen boerderij bouwen. Die patatten dat daar staan die kunt ge op grond van Camiel zetten, hij heeft nog grond braak liggen die je kan pachten...de wurger van 't kasteel zal je pacht toch opzeggen.”

Er werd op de deur geklopt. De veldwachter al van 't kasteel gestuurd om te proberen Messuur schrik aan te jagen, mat zich een geweldige graad van overmoed aan om gewoon te komen zeggen dat de baron klacht indiende. Bij het tweede geneverke dat hij aangeboden kreeg liet hij zijn gestrengheid varen en omdat hij zoals bijna iedereen in 't dorp Mesuur altijd al als een heel behulpzaam en wijs mens had ervaren, verklapte hij de familie onder voorbehoud 'van te kunnen zwijgen' dat hij gestuurd was om die 'rebellen aan de pomp'(zo had de baron hun genoemd) eens goed schrik aan te jagen. “ Ook de adel begint schrik voor ons te krijgen”, zei Arthur de overwegend goedlachse veldwachter. “ De baron, die leest alle dagen gazettenpraat en hetgeen er allemaal in de wereld gebeurt, de dag van vandaag Mesuur jonge, ge zou er van verschieten. Een paar maand terug neep de baron ze nogal. Terwijl hij even buiten ging kijken naar zijn werkvolk en ik bij hem, ook burgemeester zijnde op de facteur moest wachten voor een dringend stuk van de directie van 'binnenlandse zaken', las ik één van zijn gazetten van 1844 begin juni, dat boze Silezische wevers hoger lonen eisten. Hun lonen werden voortdurend verlaagd door de dikke mannen ginder omdat die anders niet genoeg winst meer maakten sinds andere bedrijven met de mechanische weefstoel beginnen werken zijn. Die wevers hebben zich daar geörganiseerd en op één plaats hebben ze het huis en de fabriek van een eigenaar bezet toen die niet op hun eisen wou ingaan. Bij een andere fabrikant kregen ze wel geld en spek, maar ondertussen had die eerste fabrikant zijn contacten in het leger al verwittigd. De één of andere doorgedraaide majoor liet op den duur heelder dorpen omsingelen en het vuur openen, waarbij elf man omkwamen. Er zouden daar meer dan 100 mensen meegenomen zijn. Goed dat het hier in 't dorp veelal klein keuterboeren zijn of ik zou nogal gewetensproblemen krijgen als ik van hogerhand iets tegen mijn goesting moest doen.

 

Jaren vergingen en Jozef kreeg op zijn boerderij ook een zoon, Frans die het dorp van de pomp en de baron verliet om zich in een naburig dorp met zijn ega te gaan vestigen. Als jonge gast maakte hij het mee dat men in Europa ter wille van de centen miljoenen mensen de dood in joeg. Net een paar jaar te jong om te worden opgeroepen, de vlucht naar Nederland meegemaakt. Daar hoorde hij voor het eerst over de arbeidersbeweging die zich vruchteloos tegen die oorlog had verzet, over de tweede internationale en zo. Als boer was je daar allemaal zo niet bij betrokken. Ook hij maakte plannen om zich zelfstandig van een inkomen te voorzien en dat lukte aardig al kwam de recessie in de jaren dertig roet in het eten gooien. Zijn kinderen groeiden vóór de tweede wereldoorlog op in de filosfie van het harde werken om den brode getraind. Als onafhankelijk verzetsman, gewaardeerd door de verschillende strekkingen in het verzet, slaagde hij er in van werkweigeraars en piloten te verbergen en op de duur moest hij zichzelf verbergen nadat hij tijdelijk opgepakt was en zijn vrouw Lin in koeienvoederbakken sliep nadat ze van lieden van het uiterst rechtse misantropendom der mensheid slaag gekregen had. Ook dat deel der geschiedenis overwonnen de afstammelingen van Mesuur. De oorlog ging voorbij. De zonen van Frans en Lin begonnen fruit te kweken en nationaal en interantionaal verhandelen en ook hun kinderen leerden werken en zich een toekomst maken. De zoon die op de ouderlijke boerderij bleef had weer ondermeer een zoon, de eerste die uit werken zou gaan, afhankelijk zijn van een inkomen. Hij stelde zich vragen over de zin van de geschiedenis en nam de draad van Frans in Nederland weer op om de gang van de wereld leren te interpreteren. Ook de geschiedenis van de filosofie moest hij daarvoor na zijn klassieke werkuren bestuderen. Het verband tussen praktijk en theorie leren doorgronden, op elk mogelijk terrein van het leven van mensen. Mensenkennis opdoen, gegevens leren verbinden, 'relier', religie...ging veel verder dan gewoon wat de godsdienst voor waar hield buiten wat de evangelisten vertelden.

De kleinzoon van Frans begon met schrijven over alles wat hem en de wereld bezig hield, met begrijpen ook waarom de meerderheid van de medemensen aan de diepten des levens op collectief en persoonlijk vlak,totaal of weinig boodschap had.

21:56 Gepost door blogkunstenaar in kortverhaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: terug naar de 19de eeuw |  Facebook |

22-12-09

6.Schrijvers in tijden zonder electriciteit

DSCN0156

lezer C.O.,zelf een blogartiest,stuurde een foto door, van een reactie gesproken ! Interactie tussen schrijver en lezer 

Schrijvers in tijden zonder electriciteit

Het moet een hele speciale inspanning gevergd hebben voor al die schrijvers van de religieuze en andere teksten, geschreven voor de uitvinding van het elektrische licht. Of juist niet, misschien dat, indien ze in het donker wilden schrijven er juist meer ‘sfeer’ vrijkwam om bij het gene van je zelf of zo te raken dat bepaalde dimensies vertalen kan. Zoals nu in het donker en de witte koude die de schrijver omgaf. Toen hij buiten met zijn zaklamp ging kijken of de verre buren nog licht hadden, vlogen de al of niet slapende vogels op, verschrikt van de lamp in combinatie met de witte sneeuw vlogen er her en der tientallen in de richting van andere bomen wel zeker. Als er geen sneeuw lag, was dat hier en daar maar een dikke bosduif, die je dan alleen maar hoorde.       Het geluid daarvan, daar kon je ook van zeggen dat het om een bosduif of twee of drie ging. Maar we leven in het NU, nog meer dan toen hebben we dingen nodig om ons veilig te voelen. Ook mensen natuurlijk. 

Zo heeft iedereen zijn reflexen als het om veiligheid gaat. Kinderen die niet in een gevoel van veiligheid en geborgenheid zijn opgegroeid hebben het soms hun verdere leven in bepaalde perioden knap lastig om hun evenwicht te blijven volgen. Het moet niet makkelijk zijn om juist daardoor het soort sterkte leren te verwerven waarmee je van veel leed blijft bespaard.

Jongen, meisje, vrouw, man…die dingen gelden voor beiden en de leeftijd waar je toe behoort geeft nog extra tinten aan die dingen in het samenspel van het leven.  Jongeren leren hoe met mekaar om te gaan, ouderen zijn er nog altijd mee bezig en leren zich ook aan te passen aan de beginnende slijtageslag, waardoor ze misschien wel op een andere manier naar de dingen gaan kijken als jongeren die nog met een bepaalde gehaastheid door het leven gaan, ook jagen soms. Ze zoeken nog meer de passie dan de vriend of vriendin, of het wezenlijke in de mens zelf. Al hebben ze veel voor op net die ouderen die hun levensverwondering al verloren zijn.

Het hangt ook allemaal een beetje van het karakter af. Zo was er vandaag een reportage over een buurt in een Nederlandse stad waarvan bepaalde wijkbewoners een origineel initiatief hadden genomen. Vermits ze de voorgevels van hun huizen maar monotoon vonden, was er een fotograaf die foto’s in de bos ging trekken en er posters van maakte die hij in samenwerking met andere beroepsmensen op de deuren aanbracht van wie maar wilde. Opzet was een soort verbinding te maken met de vaak paradijsachtige tuintjes die die mensen achter hun woning hadden en het straatbeeld om te toveren in een meer levendig iets. Er waren natuurlijk ook mensen die die voordeuren met bomen niet zagen zitten en die het maar een chaos vonden. De reporter die hen ging vragen wat ze er van vonden kreeg mensen voor zich waarvan je wist wat zij er gingen over zeggen. Soms zat er al eens een verrassend antwoord tussen : aanvankelijk was de vrouw des huizes er voorstander van en mijnheer tegen en nadat de duur omgetoverd werd vond mevrouw het dan weer niks en mijnheer vond het geweldig. Mensen, dezelfde en toch enorm verscheiden.

 

16:53 Gepost door blogkunstenaar in kortverhaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: veiligheid, concentratie, karakterverschillen |  Facebook |

19-12-09

5.de weg van sneeuwwater naar klassieke muziek

IMG_0368

5.De weg van sneeuwwater naar klassiek muziek

Het moet nog kouder zijn geweest dan min tien, zoals nu daarbuiten, zo bedacht hij vóór het klieven van de houtblok en schreef hij neer, nadat de vlammen zich van zijn zorgvuldig opgebouwde recept voor een lekker vuurtje van de diverse soorten houtdikte hadden meester gemaakt. De koude toen, bedoelde hij, die van in de tijd van de eerste menselijken die om te drinken het sneeuwwater smolten waarschijnlijk.     Een hele afstand sinds toen was overbrugd, één geworden met zijn nu. Eén met de klassieke muziek en de er bij behorende beelden die door ergens iemand en de techniek van ergens iemand naar de satelliet werd gestuurd waarvan de straal, ondanks alle koude zijn schoteltje bereikte en via de ontvanger, draad en modem, de chalet met charme vulde en mede voor de concentratie zorgde waardoor de boodschap van deze zinnen via toetsen, laptop en meer; dan tot bij U geraakte en de lezer ook in deze eenheid opgenomen werd. De muziek was niet essentieel, het kon ook in stilte en of de bovenstaande woorden dan hetzelfde zouden zijn geweest, daar had je het raden naar. Wat hij wel wist dat het journaal of andere programma’s niet waren aangewezen om dergelijke intensiteit te bereiken. Woorden zouden dan toch alleen botsen met woorden die nog moest worden geboren. Terwijl daarbuiten de overige toneelstukjes van het totaalspektakel van het aardse leven gewoon doorgingen, was het wachten op de ingevingen die de verwekkers van de woorden waren in feite.

Met hem meegereisd, waren de beelden die hij van Germana zag. Indommelend, de pijn in haar bekken en benen had haar waarschijnlijk vermoeid. Haar en haar goed hart. Alle rimpels waren samengetrokken, waardoor het leek of ze alle momenten wel kon gaan stokken en stoppen met leven. Een schouwspel dat plots veel minder aannemelijk leek op momenten dat ze minder pijn had, vrolijker was  en weer meer guitig, spraakvaardiger en communicatiever ingesteld. In haar warme kamertje waar ze beurtelings door de kinderen werd verzorgd, zat ze als een heel oud prinsesje soms warm achter de kranten en TV. Zelden klagend, altijd met haar eenvoudige waarheden die van ‘dit kan en dat kan niet door de beugel’. Schrijvers die het de hele tijd over ‘beffen’ op TV hadden, een woord waarvan ze naar alle waarschijnlijkheid maar kon vermoeden wat het inhield. Mede daardoor vond ze zo een schrijver dan ook zeker ‘hektare’ lelijk, al kon ze er allemaal wel eens mee lachen en het relativeren. Mooie muziekprogramma’s en leuke quizen werden volgens haar altijd ontsierd met al die vuile praat over dingen die je wel best kan doen, maar waarmee je niet op TV moet uitpakken, dat doe je zelfs nog niet tegen je geburen. Via de boekjes wist ze welk van de bekende mensen homo waren, was dat een soort epidemie of zo ? In de oude tijd, waarvan ook telkens een nieuwer versie in de tegenwoordige tijd aanwezig was, bestond dat ook, maar je hoorde daar niet van en in de dorpen toen, ja, ‘scheiden’ was een zeldzaamheid, daar moest je niet mee afkomen, men leefde verbonden met de seizoenen en het veld mee en tegen de winter moest je klaar zijn met het zorgen dat je warm had, zonder dat daar aardolie of gas aan te pas kwam. Over het leven filosoferen kon wel, maar in feite was de praktische kant daarvan helemaal uitbesteed aan de pastoors.   Ze was maar wat blij dat haar kinderen in meerderheid niet waren gescheiden en bij haar had dat ook een praktisch tintje, want scheiden, daar boete je op financieel vlak mee in en zij had er te veel moeten voor doen en voor over hebben om ‘er’ te geraken, zuinig geleefd en hard gewerkt met af en toe een pleziertje waar ze zich helemaal in vond. In de tijd was dat dan een busreis met de boerinnenbond en later met deze van de gepensioneerden. Ze kwam dan thuis met verhalen rond mensen en streken uit haar vaderland alsof ze op cruise geweest was en het ging gewoon over de plaatselijke mensen en uitzonderlijk al eens Lourdes of een dagje Parijs, maar die drukte was niet aan haar besteed. Telkens haar kleinkinderen vlogen vroeg ze zich ergens toch af waar dat dan wel goed voor kon zijn. Als ze de TV openzette, zag ze dat toch ook…en nog veel meer natuurlijk. Van bloot op TV was ze al niet meer ontstemd zoals vroeger haar inwonende schoonmoeder die al bij een bloot been met haar rechterhand traag op en af op de armleuning van de zetel klopte, glimlachend maar toch zogezegd afkeurend. Germana wenste haar kleindochters geen carrière in de muziek of filmwereld toe, want dat leidde onvermijdelijk tot van de ene vent naar de andere fladderen. Haar kleinzoons wenste ze een degelijke vrouw die van aanpakken en werken wist en heel goed in het huishouden natuurlijk, dé eigenschap bij uitstek. De schrijver kon daar natuurlijk allemaal voor een stuk inkomen, maar hij wist ondertussen al meer van vele van de ware drijfveren en wetmatigheden van het leven zoals dat nu zoals altijd door veranderende omstandigheden werd beleefd. Hij kon er inkomen dat ze zich soms pessimistisch uitliet over het op de wereld zetten van kinderen. Haar standpunten dan, waren meer een gevolg van de media die ze op zich liet afkomen en die de schrijver dan voor haar verduidelijkte en bijstuurde; dan haar persoonlijke visies op de relaties van jongeren, die ‘er’ veel te vroeg mee begonnen en veel te vroeg mee stopten en van de ene naar de andere gingen. Voor haar was het simpel, als je ergens niet van hebt geproefd, weet ge niet wat ge mist in feite en ’t is met iedereen wel iets. Ze denken allemaal na een tijd als het nieuwe er van af is, dat ze iets te kort komen in plaats van mekaar te respecteren en niet de duvel aan te doen ! Hij liet ze maar, nuanceerde voortdurend hier en daar en wist dat ze niet bij de diepte geraken kon die hij ervaren had, en waarvan het waarom er van hem ook niet duidelijk was op alle momenten. Grootouders, ouders, vaak gesloten boeken waarvan je veelal te weinig weet om te doorgronden waarom je van uit die invalshoeken, zelf op de wereld was gekomen. Je was een beetje van hen allemaal tegelijk ‘samengestelde’, met een eigen nieuwe ziel er bovenop. Of het zou moeten zijn dat Boedha met zijn achtvoudige pad (de juiste ingesteldheid, houding, handelingen, doen, woorden…) maar vooral met zijn reïncarnatiegedachte, gelijk zou hebben.       De schrijver wist heel goed waarover dat pad ging, maar die klassieke reïncarnatieleer die zag hij wel zitten al alternatief voor de sterfelijkheid, maar dat leek hem te simpel om waar te zijn en de realiteit was volgens hem dan ook weer dat het verhaal van de voorouders, de onafgewerkte stukken ervan, tot op bepaalde momenten gewoon via de vertakkingen van de nakomelingen doorliep.         Hij weigerde te aanvaarden dat de aarde gewoon een plaats om te komen lijden was en dat je daar met zoveel mogelijk totale onthouding van een aantal dingen,op een niet-doorleefde manier kon aan ontsnappen.  Het ervaren en leren zelf,het deel lijden ervan, hoorde bij het leven zelf, een strijd en genieten ook om aan de zinloosheid te ontsnappen. Net hetzelfde principe als dat van de fysica waarbij de benadering van ‘nul’, de ‘leegte’, niet wordt getolereerd, met mini en maxi ‘big bangs’ tot gevolg.  Prachtig achtvoudig pad natuurlijk, maar de praktijk liep dikwijls tussendoor op andere manieren voor de momenten van rust en innerlijk evenwicht hun intrede konden doen. En Germana ? Die begreep niks van al dat schrijven dat de schrijver nog nooit wat had opgebracht.  Een treffender botsing van de oude en de nieuwe wereld zou de schrijver vandaag niet meer tegenkomen waarschijnlijk. En zo bleven hem dagelijks de symboliek en de metaforen achtervolgen. Het schrijven, een middel om beide werelden in evenwicht te houden, de werkelijke en het gedeeltelijk verborgene achter de feiten.

18-12-09

4.Vanuit de diepte van jaren afwezigheid.

DSCN0494

Zo ontmoette hij in de wereld van het glazen vezelweb ,dat afscheidingen overbruggen en muren slopen moet, haar; in jaren niet gezien vanwege haar frigopolitiek die soms, al of niet best, de onafgewerkte ervaringen afsloot...al is dit quasi onmogelijk waarschijnlijk.  Hij had haar naar aanleiding van een vaag intuïtief vermoeden opgespoord met de vraag of er niet over het nakomelingschap moest worden bijgemaild. Ze reageerde na enkele dagen optimistisch, met vooral een vraag naar de leuke berichten.

“Eerlijk gezegd, het doet goed je respons, begon al te denken dat ik nog een graad erger dan oorlogsmisdadiger was.

Leuke berichten, inderdaad, hoe ouder men wordt, des te meer positieve dingen je van de levensloop onthoudt.

De rest, na verwerking en bij de pijn van het zijn van mensen geweest te zijn, is te ‘deleten’ (sorry dikke Vandaele).

De dagelijkse update van het bestaande dat zijn groei zoekt, kan je hier en daar nog wel koppelen aan wederzijds begrip. Moet lukken.

Hoe meer kennis, wijsheid, inzicht en de rest van het onaantastbare, soms een beetje zoek geraakte optimisme, hoe duidelijker de zin wordt.

Ook iets dat met de ouderdom komt zeker. Alhoewel, ik ontwaar het ook hier en daar bij de nakomelingen.

Enorm veel meegemaakt met hen, in de schooltijd en daarna toen ik met de frigo vullen en zo stopte.

In tegenstelling tot de uiterst uiterst schaarse dingen die ik via de kinderen over jou bestaan verneem, vertellen andere kinderen soms te veel aan hun moeder, merk ik al eens in mijn omgeving. Vele mensen lijken in veel saga's van anderen betrokken te worden in deze modern times...om met andere mensen een deel dezelfde en andere wijsheden op te doen waarschijnlijk, als het met de oorspronkelijke personages niet meer kon. Zo leert een mens wel enorm veel bij, al blijft het zoeken naar steeds andere conclusies. Toch, heb je soms ook niet het gevoel dat je op een pad zit, waarvan je je op momenten afvraagd of het het jouwe wel is ? Meestal zijn dat wel vluchtige momenten, want als alles zich weer uitklaart, weet je ineens weer welke rol je in het samenspel van mensen speelt. En, je zal dat ook wel kennen, het eerste kleinkind aldaar bijvoorbeeld, peuters hebben nog niet de complexiteit van de volgende dimensies van zijn. Een mens trekt zich aan van alles op, zelfs in hoe iemand haar laatste jaren beleeft, hoe mooi, soms pijnlijk ook. Ach ouders, men heeft ze ons geleerd van te idealiseren, maar het zijn en blijven mensen met alle goede en minder goede kanten.  Je moet gaan zoals je bent, niet ?   Ook ik zie onze kroost al enkele jaren heel weinig  daar ik elders alleen woon. Misschien weet je via de kinderen al een deel van hoe ik die opvoeding van ze vroeger alleen aanpakte, na je vertrek. Onderling communiceerden wij mannen ondereen weinig over je nieuwe leven ginderachter want telkens ze terugkwamen; in 't begin vroeg ik nog hoe het met je was, en of ze het goed hadden gehad om de zoveel weekends; veel wijzer werd ik niet van het stereoptype antwoord 'goed'.

Zal ik beginnen met de jongste ? Op hem ben ik fier omdat hij er altijd in slaagt van een job te vinden en al bergen ervaring heeft opgedaan. Omdat hij, als hij wil tenminste, toch op tijd zijn handen uit zijn mouw kan steken, met kuisen bijvoorbeeld. Gewoonlijk wachtte men tijdens hun schoolperioden bij te grote kuisachterstand, om een eufemisme te gebruiken, op mij om de zaak recht te trekken.  Van zodra ze  gingen werken was ik niet langer zo bereid van dit op mij te nemen. Mijn mededogen en toegeeflijkheid benaderden de ideale proporties meer en meer. Nu ze alleen wonen, staan ze zelf voor hun zaken in, weten ze dat het toch allemaal niet zo makkelijk is. Al bergen goeie raad heb ik gegeven, gewoonlijk over dingen die jeugdigen en ouderen dan jeugdigen doen. Ook daar in leer je bij, vooral als het overgestelde uit de bus komt.Ik moet wel zeggen, achteraf, krijg ik vaak gelijk. Meestal nadat er bijvoorbeeld met  judo, jihu-ik weet niet wat, een blessure werd opgelopen. Ook onze jongste zou nu een gevechtssport willen gaan doen. Ons ma en ik raden het hem op de wekelijkse alternatieve gezinsbijeenkomst zondags af. Zijn argument : ‘je moet je toch leren verdedigen’, het mijne ‘jij hebt zoveel kracht in je dat dat wel eens mislopen kan, als je kwaad bent’. Opvoeden is altijd kunnen afwachten en dat geldt ook voor volwassenen onder mekaar, al zijn ze 86. Waar hij nu voorstaat ?  Waar hij voor staat, weten we, er zit een heel goed mens in hem, zoals in alle drie trouwens. Hij is vroeg met ervaren wat een relatie is begonnen. 15, drie jaar lang en daarna na pauze weer drie jaar. Aan de tijdsgeest aangepast natuurlijk, aimer et coucher des le début. Mijn raad, ‘als je er zo vroeg mee begint, ga je ook vroeg door de pijn moeten misschien’. Ach, in bepaalde omstandigheden is altijd maar juist dit en dat mogelijk en eenieder heeft zijn eigen weg. Op tijd zeg ik al eens dat hij de lat voor een mogelijke partner te hoog legt en probeer hem uit zijn bij wijlen pessimisme te krijgen. Door te suggereren dat hij met al zijn familiale plannen voor later beter een blinkende keuken kan laten zien. Ik heb niet de energie meer om me over dergelijke dingen op te winden en iets in een ander zijn plaats te doen. Ik ga hem wel voorstellen om indien hij volgend jaar niet direct werk vindt één en ander bij hem op orde moet stellen.  Zie, ik ben weer bezig, kan het precies niet laten. Er valt natuurlijk nog veel meer te vertellen, maar ik zal het hierbij voorlopig laten”.

“Hopelijk nemen ze me dit schrijven niet kwalijk, want het zijn soms echte macho’s, wat natuurlijk, als je vele mannen en  vrouwen mag geloven daarom niet slechter is. Het is een makkelijkere houding en voorkomt verscheurdheid in sommige gevallen. Kwestie van verduidelijking van de macho-houding ‘…het is altijd wit ofwel zwart’, weet je wel en bij relatieproblemen moet er altijd iemand ‘de schuldige’ zijn. Nu al een heel stuk van mijn leven probeer ik ook de keerzijde van die houding een plaats te geven. Ik had mijzelf een heleboel verwikkelingen kunnen besparen door ook in alles of niets te redeneren. Misschien had ik hen dan een beter voorbeeld gesteld in de jaren dat je er niet meer was…huisje,ander vrouwtje,mannetje,tuintje…en vooral strikt te volgen regels. Wat zal ik zeggen, je kan de verantwoordelijkheden van anderen niet dragen en in het leven doe je niet wat je wil eigenlijk, het is een samenspel, een gevolg van en steeds maar reageren op wijzigende omstandigheden ook. Nogmaals, je moet gaan zoals je bent en ik hou meer van mijn wilde bos, alhoewel ik ook van een verzorgde tuin kan genieten.

Ik haal dit tussen het relaas over onze nazaten door aan omdat daar denk ik het enige probleem zit tussen jou en de kids .Ergens ben je ook een stuk macho, ook vrouwen kunnen dat hebben…eens knopen doorgesneden, wijk je niet meer van je lijn af. Met twee ouders die dat ook sterk hebben, kan dat soms niet anders waarschijnlijk, en ik herhaal, dit moet  niet pejoratief begrepen worden.Probleem is wel, dat ‘het water bij de wijn doen’, de kerk in het midden houden moeilijker, zo niet onmogelijk wordt. In tegenstelling tot de mij die ik nu ben, reageren onze kids anders (wie weet een verbetering?), in de liefde bijvoorbeeld… . Ze stellen of stelden (weet ik soms veel) aanvankelijk duidelijk dat  bij een breuk om welke reden dan ook het volledig AF was, no second try. Je weet met de jaren veranderen mensen en ze zullen dat allemaal zelf wel ondervinden. Je zou het ze soms niet nageven, maar ze zijn slimmer dan je denkt op dit vlak. De weg naar zelfkennis en zelfbehoud en wijsheid kent wonderlijke wegen. Ik begrijp ze alle drie beter dan ze zelf kunnen vermoeden.

Onzen tweede dan.

Zeer te bewonderen om zijn werklust (buitenshuis vooral dan), we kunnen het hem niet kwalijk nemen, om zijn vakkennis en sociale vaardigheden met mensen ook.De weinige ruimte die hij nodig heeft, onderhoudt hij goed. Een beminnelijke mens naar mij toe, hij verstaat de kunst om me geen kwetsende dingen te zeggen. Misschien is er in zijn leven een lichte verschuiving naar andere projecten bezig.Kan er niet over uitweiden, ik weet dat hij dat niet zou pikken vanwege zijn frigopolitiek in die dingen, waar zijn mamaatje ook voor kiest. Heb geleerd van dat te respecteren denk ik toch, geen letter over jou, weet ik van hem. In zijn woelige adolescententijd hadden we soms diepere gesprekken over die dingen waar ook moeders in zijn geïnteresseerd, was ook wel nodig Ondertussen, ook deze man heeft wat gepresteerd qua gunstige evolutie,  Chapeau. Goed dat het allemaal geen schrijvers worden.Je hoeft dat niet altijd te veel uit te leggen als je goed met mekaar overeen leren komen hebt. Zal je zoals gevraagd op de hoogte houden van de positieve nieuwtjes, en niet teveel zeuren over de onderliggende drijfveren van het zijn en het handelen.

And last, but not least, the eldest. Naar zijn eigen mening de schoonste, de sterkste, enz… , je kent hem wel en we houden beiden ook van zijn manier van zijn. Waar is de tijd dat ik van ellende voor de humaniora-examenperiodes zijn puinhoopkamer opruimde om een ander sfeer te scheppen ! na die vakantiejob die ik hem deed doen, wist hij eindelijk dat hij moest verder studeren ! Nadat hij de keuze maakte om op kot te gaan wonen en hogere studies te doen  (geen TV)meer, ontdekte hij pas de capaciteit die in hem zat. Hopelijk is het huis verlaten ook jou  goed bekomen (grapje). Hij koos om mij een plezier te doen in alle eerlijkheid voor het minst dure studentenkot, waar hij heel gelukkig is geweest denk ik. Hij combineerde die studie dan nog met de jeugbeweging leiden en de zijn vriendin, diegene die zijn levensmaat wel lijkt te zijn. Het moet gezegd, deze man overtreft mij standvastigheid in bepaalde dingen des levens. Rechtschapen als hij is, kan hij ook heel hard voor mensen overkomen, gelukkig voor hen geeft hij dat dan al eens een draai.Ben ook blij dat zijn broers veel van hem houden en dat ze goed overeenkomen, heel belangrijk. Heeft ook veel goedheid in hem, maar veel gereserveerder op dit vlak dan ik, en wellicht heeft ook hij hierin gelijk, zoals we dat alle vijf wel hebben op bepaalde vlakken.Ik weet dat hij om je geeft. Ik weet ook dat je bij hem, WIE JE OOK BENT ,(pa,ma,vriend,collega…) met bepaalde dingen niet moet afkomen, als je daar rekening mee houdt, kunnen we met zijn allen door de beugel voor hem. Je kab misschien zelf eens afkomen, want hij heeft een druk leven. Dit is maar een gedachte, ik heb geleerd dat dat niet altijd nodig blijkt, anderen korter bij mekaar willen brengen, het komt best uit hun eigen of hoeft eigenlijk niet. Maar ja, ‘loslaten’, je moet het maar kunnen niet ? Teveel loslaten zal ook wel niet de bedoeling zijn op alle momenten.”

"Denk niet dat je onbemind bent als kinderen niet reageren op dit of dat, ze kunnen er wat van. Eén keer per week stuur ik hen al eens iets dat hun interesseert of een vakantiefoto of zo, maar die mannen sturen zelden iets terug natuurlijk. Wij zijn gewoon de ouwe zagen geworden, laat ons zeggen. Ik vind dat we nochtans dat schitterend bezig geweest zijn en bezig zijn, wij vijf en de mensen rond ons, in onze verenigde opdracht, het doorleven van het leven dat we erfden en veel meer. Indien we tot der dood wél bij mekaar hadden moeten blijven, zal me dat nog wel een dag duidelijk worden zeker ? Dan zou ik dan toch nog gelijk hebben gehad, die keren dat ik je vroeg van niet te vertrekken, dat het op 'een ander' ook wel 'iets' zou zijn.  Waar ik wel bijna zeker van ben, is dat die die vaak zeggen dit of dat absoluut niet te zullen doen, er korter en korter bij  komen te staan. Maar dat is voor als je eventueel op dit schrijven terugpennen zou. 't Beste. Genegen groeten."

 

20:19 Gepost door blogkunstenaar in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: afwezigheid |  Facebook |

16-12-09

3.Kachelkrikken en Sterrenvorming

IMG_0384

Hoofdstuk 3. Kachelkrikken en sterrenvorming

Er werden vandaag beelden vrijgegeven van sterrenstelsels, geleidelijk stervende en zij die in een fase van de geboorte zitten. Heerlijk toch, dat kunnen aanvoelen van verbanden met de symboliek van ook ons leven, dat niet buiten dat andere zou zijn kunnen ontstaan, als om aan te geven dat we in het hele proces van groei tussen leven en dood in feite ook met een deel van de ziel van aantrekking en afstoting van het ‘al’ bezig zijn.

De schrijver opende zijn kacheldeur en herkende ook in de gloeiende krikken iets van de beelden van de Hubble-telescoop. Ook de warmte van die gedachte hield hem in de winterkoude weg van de temperatuur van de ijsvlakte naast zijn casa. Het dode hout dat zich tussendoor niet altijd naar believen klieven liet, was geurig gezelschap in zijn handen. Geen enkele slag van boven zijn hoofd, was dezelfde, geen enkele kloof in het hout gelijk. De bomen wiens sappen al of niet bevroren waren, hij wist het niet; waren bijna stille getuigen van hoe het hen na hun dood zou vergaan. Het zwarte kattenjong van de in de tijd nog wilde kat, kwam voor de eerste keer voorzichtig kijken of er niet ook nog wat etensresten voor haar of hem waren. De wilde eenden hadden het gevecht om het water open te houden opgegeven en zwommen wat in de door die mens achter zijn lichtmachines opengehouden stukjes water. De tamme grote eenden, hun vliegkunsten door een verkoper weggesneden, waren razend op de eenden die een kruising tussen wild en tam waren en die de schrijver al vliegend naar de voederplaats volgden, terwijl zijzelf ter plaatste op het ijs trappelend er maar niet korter bij raakten. Leuke afwisseling voor de halfwilde eenden die eens niet op hun kop werden gezeten door de anderen terwijl ze zich de granen lieten smaken. De zon was enorm gloeiend van de partij, op die eerste paar vriesdagen al weer voorbij. Een wandeling in het bos deed de grond kraken en de nestkastjes vielen nu meer op in de winterse naaktheid van het bos.

Nodeloos te zeggen dat al die gewone heerlijkheden van het bestaan, de nodige rust brachten in de dagelijks benodigde hoeveelheid relativeringsvermogen en interpreteringsdrang van de man die het digits op een scherm liet regenen. De razernij van de snelweg ’s morgens bereikte als de wind tegenzat zijn oord van bezinning en de zon, die lachte daarmee, gewoon die bepaalde dag in het zoveelste van haar seizoenen volgend. Welke mediamisleidingen over het lopen in rondjes, zo eigen aan ons sterrenstelsel, zou de krant, het net, de radio weer brengen. Had hij ze al eens niet gerapporteerd via de één of andere analyse die in hen opkwam ? Welk een ontwikkelingen waren er op dit eigenste moment bezig tussen al de hem op één of andere manier bekenden en in hen zelve ?  Waar lag er daar bij het verlaten van zijn nederige oord een opdracht waarvan hij iets opsteken kon…daar kwam het na decennialange ervaringen toch op neer, dat was toch één van de voornaamste aspecten van al die soorten uitwisseling tussen mensen, naast het interpreteren en het genieten van de beleving ervan zelf ? Mensen helpen, het kon op duizenden manieren, maar het loslaten van de drang om overal willen in te grijpen, zo leek het hem…hielp vaak nog het meest. (wordt vervolgd)   

18:18 Gepost door blogkunstenaar in schetsen schilderen, sfeer | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kachelkrikken, sterrenvorming |  Facebook |

14-12-09

2.Overwinteren,een aanvang.

100_0394

Hij herinnerde zich die dag in een winter met veel sneeuw. De cabine van de Magirus-kamion, stond er afgedankt bij en hij kreeg dus pakweg 45 jaar terug het idee van vogels te vangen onder een appelkist. Touw van 'bottenkoord' gespannen aan een stokje dat de kist droeg, broodresten onder de fruitbak. Lekker in de ijzige koude zitten wachten tot de merels en aanverwante soorten met enige reserve aan het smullen waren. Roef, en soms had hij er wel één, die hij nadat hij ze in zijn handen had kunnen houden, weer vrijliet. Zalige contacten, zo de vrijheidsdrang van de koningen der lucht te kunnen voelen.

Het onthouden van sommige herinneringen aan vroeger, vergezelde hem nu ook in dit concreet geval op deze eerste vriesdag op het einde van de tweede week van december. Het hout van de kachel brandde zoals lekker eten in de buik dat kan en verspreidde een aangename brandlucht in het chalet bij de vijver. Nog altijd voederde hij de vogels uit de lucht en nu ook sinds enkele jaren die van het water. Teruggetrokken uit de woel van het leven, het deed soms goed en was een waar bevruchtingsproces voor het schrijven. Alsof een mens eigenlijk dat soort rust nodig had om bij de wortels van het zijn te kunnen en dan naar de kruinen van het wezenlijke te kunnen reizen en terug. Een soort Zen in feite. Volharden in het willen ervaren van wezenlijke gevoelens en ze op één of andere manier willen delen met een al of niet toevallige passant op het internet.   In de hoop ook dat deze vorm van meditatie, de energie die hij vandaag als 'innerlijke stilte' zou kunnen omschrijven een pak goeie energie in de ether van het totaalbestaan zou kunnen brengen.

'Verleden, heden en het aanvoelen van een stuk toekomst, laat de winter, één van de aspekten uit het bestaan in deze contreien, maar komen' dacht de schrijver, 'we zullen dag na dag wel zien waarheen de inspiratie ons leidt. Een verhaal op zich dat hij tussen zijn andere blogprojecten door op die momenten van echt diepe rust zou proberen vertellen. Hij kon zich tot één post per dag beperken en deze aanvullen telkens hij weer een andere 'woordenvogel' had gevangen in zijn hoofd'...hem onder digitale vorm even vasthouden en laten vliegen in de ruimte van het zijn van die mensen die er op een bepaald moment vandaag of later zin in zouden hebben. Meer om het genot van het lezen, de aanraking; dan het uitleggen van het hoe en waarom van zo veel, soms veel te veel. Een verhalende roman schrijven met personages ? Het echte leven was al roman genoeg, met meer inhoud dan uit te drukken valt.

Hij zette zich weer aan ’t filosoferen. Allerlei mensen waren in het vroeger en het nu op hun manier ook met kleinere en grotere stukjes wereld bezig, of bezig geweest, het ene was in het andere overgelopen.

Een deel ervan, waren gewoon niet lijfelijk meer aanwezig, sommigen stonden duidelijk met één been in het graf en anderen, altijd hun afstammelingen waren druk in de weer met in het dagelijkse leven hun vervolg op hun hoofdstukken te schrijven, al wilden ze dat soms vooral niet, het leek een ‘must’, zelfs al ‘schreven’ ze niet, ze schreven dus wel, op hun manier, werkend aan hun muziek, meestal met handelingen en overpeinzingen, gevoelens en de woorden die ze tot mekaar spraken en in zichzelf, met het totaal aan cultuur ook, zoals zij die in meer of mindere mate interpreteerden.

Het was soms of het geheel der personages je via een droom en aan de hand van de gebeurtenissen van voorbije uren,dagen,maanden…bezochten. Via een surrealistische collage werd je dan tijdens de nacht vooral bij het ontwaken en interpreteren duidelijk wat de boodschap van het ‘filmpje’ in je hoofd was.

René en zijn ook al overleden zakenpartner en broer Mauro en Germana, de vrouw van René, die soms wel geen 100 meer leek te worden en soms wel, waren de vedetten in het droomfilmpje van vannacht. In de stad Tienen ging een oude wijk tegen de vlakte om plaats te maken voor een immens natuurpark. Niet zo maar een park. Er werd een enorme hoeveelheid aarde aangevoerd en met gigantische machines die in werkelijkheid niet bestonden werd de aarde tot hele hoge bergen opgestuwd, afgewerkt met groen en rotsen, alleen aan het water en een kunstmatige stroom was men nog bezig. Midden het plantsoen ontmoette ik het drietal. Ze hadden hun leven keihard gewerkt en van wat men nu in onze moderniteit onder het stoffelijke deel van ‘genieten van het leven’ verstaat, daar hadden ze weinig tijd voor gehad en toen ’t pensioen aanbrak, begonnen zij of hun partners teveel te sukkelen met de gezondheid. Dus, de schrijver zou hen nu eens trakteren in een nog bestaande andere oude wijk van Tienen, dat wel op weg leek het ideale moderne stadje te worden zoals Oviedo tussen de bergen in Spanje.

Ondertussen zaten we nog wel met de oubollig ogende, doch schattig ogende architecturale erfenissen van het verleden, dat in de droom via het vervolg van het filmpje duidelijk werd. De gelegenheidheid waarin we voor de gelegenheid iets gingen drinken en een pannenkoek eten, was precies tegelijk ook een crèche, een speeltuin en horecazaak. Niet zonder moeilijkheden raakten we geïnstalleerd en hadden we iets besteld. Hoe groot ook de vreugde van de oudjes, de schrijver moest één van hen over enkele hindernissen helpen om aan die gezellige tafel te raken, niet gewoon van te genieten als je een leven lang keihard werken als credo had. Dat hard werken was hun opdracht geweest, ze speelden immers hun deel van het epos om van de oude in de nieuwe tijden te raken, van schaarste en oorlog voeren naar vrede en meer overvloed. De generatie van de schrijver had dan weer meer een andere opdracht, naast het te getuigen van die overgang, de nog bestaande uitbuiting en mistoestanden aanklagen en het belang van een meer filosofische levensbenadering aan de andere generatie door te geven. Hij zei het zijn gasten trouwens “Men leeft toch niet om te werken alleen, je moet toch ook de tijd nemen om door ’t leven zelf, door die andere kunsten ook, tot verwondering te komen. Beschouwen, niet alleen eten en kopen en alles waarmee je je leven kan vullen”.

Dra werd de aandacht van de schrijver getrokken door een kind van een jaar of drie,dat ergens in een hoek zat te spelen. Het stond in via een gsm-verbinding en een oortje in verbinding met zijn grootvader, die in het rijkere deel van het resto zat te tafelen. De schrijver ging naar het kind toe en vroeg waarom het niet met de andere kinderen speelde. De jongen antwoordde dat hij dat niet mocht van zijn opa de oud-minister, omdat die hem bijna gedurig, ook door het gsm-oortje influisterde dat hij ziek zou zijn. De schrijver nam het oortje uit het oor en nam de kleine bij de hand en stelde hem voor aan de andere kinderen die hem maar al te graag in hun groepje opnamen. Niet naar de zin van de oud-minister natuurlijk, die kwam vragen wat dat dan wel allemaal te betekenen had. “Uw kleinzoon is helemaal niet ziek mijnheer”, kreeg hij als antwoord, de toekomst moet af van het elitaire denken van vroeger, trek er je handen af”. De oud-minister had de boodschap duidelijk niet begrepen. Hij trok zijn kleinzoontje weer uit het groepje weg en in zijn haast werd hij door het kefhondje van de vriendin van één of andere speculant in de kuiten gebeten. Woest verliet hij daarop de zaak met zijn kleinkind, dat duidelijk een boeiend maar zwaar leven van ‘onthechten van’ en het zoeken naar een eigen mening en een eigen leven te wachten stond. “Tu vas me payer ça tres chère mon vieux” ! Wat de schrijver zou worden betaald zetten en hoe, was gissen voor hem, maar de bedreiging was het hem allemaal waard geweest : de pret van zijn invitees kon niet op, de vorige generatie had het begrepen. René, Mauro en Germana ze leken wel weer helemaal gezond geworden. ‘Ach die dromen soms toch’, dacht de schrijver ‘en dan dat allemaal altijd willen analyseren’.

 

15:11 Gepost door blogkunstenaar in kortverhaal | Permalink | Commentaren (2) | Tags: winterimpressiedroom |  Facebook |

11-12-09

1.het naar beneden gedwarrelde kaartje

100_1430

net als de schrijver observeert een fotograaf en drukt af,de inhoud is voor een stuk het andere, de andere,het samenspel van die personages is het geheel dat elk moment oplost en de nawerkingen leiden in het geval van de schrijver uiteindelijk tot schrijven...het vluchtige proberen te verstillen om het te begijpen...en via kunst in inzicht te vertalen...als het schrijver en lezer meezit kunnen ze er beiden van genieten...dat is al héél wat !

1.Het naar beneden gevallen kaartje

Observeren en schrijven had dag laat doen opschuiven naar nacht.’Zetel’ is een te hard woord voor de fauteuil waar hij dan, zoals gewoonlijk soms in sliep; ook insliep dus.  Boven die ligzetel, hing tussen een kader met een paar verticale latten, een reuze wereldkaart met een aparte voorgeschiedenis. Hij had ze gekregen van een man die hij beter kon omschrijven met een gedicht dan met een verwantschap van welke soort dan ook, of met een voornaam of familienaam. Alleen met een naam, met woorden zelfs, raak je niet dichter bij de ziel. Gebeurtenissen,Ervaringen op vele ‘toonhoogten’, Inzichten,Goedheid; brengen je een stuk dichter bij.

 afscheid van een wijs en goed man

afscheid van een verzoener van mensen

afscheid van een werker, een doener

afscheid van een vredebrenger, geen oorlog maar FRUIT uitvoeren

afscheid van een hagelander die ontelbare bomen bloeien liet

afscheid van een mens die geloofde in vrouw en familie

afscheid van een medemens die mensen doorgronden kon

afscheid van een iemand die het goede in iedereen beloonde

afscheid van een ondernemer die werk schiep

afscheid van een gelovig man in vele vormen

afscheid ...en toch geen afscheid, maar een  her-verwelkomen

verwachting hem in onze geest nog dikwijls te ontmoeten

verwachting hem in gedachten sterkte te vragen

verwachting hem nog dikwijls te citeren

verwachting om van zijn gepast leren zwijgen te leren

verwachting zijn heilzame invloed verder te zetten

verwachting zijn lessen aan het moderne leven door te geven

verwachting van zijn goed doen verder te willen geven

verwachting van ons aan zijn daadkracht op te trekken

verwachting van een steeds betere wereld

verwachting van hem in ons altijd voorlopig eindstation weer te zien

Deze man, die in de dagelijkse omgang met het van de Franse taal geleende ‘Herboren’ ‘René’ aangesproken werd, had de kaart gekregen van iemand van een expeditiebedrijf met de naam Frans Maas, stroom die in Frankrijk ontspringt en na honderden kilometers ons prachtige meertalige landje binnenslingert.   Vele landen op de kaart, waren intussen van naam verandert, de USSR,Rhodesië en het Congo waar René als jongeman omwille van de vorige vóóroorlogse crisis naartoe had gewild, zelfs twee maal.

De wereldkaart werd omzoomd met tekeningetjes van de meeste vruchten die er op aarde te vinden zijn. Inclusief noten, raar, want ze komen op de meeste mensen waarschijnlijk niet als vrucht over.         De wereldkaart was in elke streek ‘beplant’ met het overeenkomend icoontje van het soort vrucht dat er het meest geteeld werd. Appels hier, appelsienen ginder. Geen militaire basissen, maar noodzakelijke, niet van het wezenlijke zijn vervreemde menselijke activiteit, dat fruit telen. Achter de kaderlatten van het met natuurlijke en kunstmatige grenzen doortrokken meesterwerk, had de schrijver foto’s van dieren, mensen en dingen gestoken, die ,voor hem althans, een speciale betekenis hadden, of het ticket van een bezoek aan het museum van Midden-Afrika in Tervuren bijvoorbeeld.

Hij lag dus op zijn rug op de fauteuil en probeerde de levende versie van inslapen uit.                Met een ongelofelijke zachtheid, in complete stilte en zijn werkkamer slechts verlicht door de schemering en het spel van het kachellicht met de daardoor bijna dansende stoel en tafel, voelde hij iets op het donsdeken op zijn been vallen. Kort, maar snel.    Een foto ? Welke ? ‘Zat er een boodschap achter’ ?, fantaseerde hij. Hij zou er zich morgenvroeg door laten verrassen.

De morgen kwam, de onvoldoende doorleefde dingen van de vorige dag werden begrepen, nog vóór hij op de rand van de, zeg maar ‘zetel’ ’s morgens, zat.     Hoe zou de dag zich weer ontrollen ? Een dubbel paar kousen aandoen, altijd een goed idee met die koude vloer en de nattige koude buiten; alhoewel de oude warmte van de kachel nog een beetje binnenhing.     Zoals gewoonlijk ging er door hem heen ‘deze droom onthouden’, een surrealistisch mengsel van delen uit periodes van zijn leven, met  personages van wie hij eerst de samenhang van vannacht niet begreep.       De symbolische achtergrond werd hem duidelijk en de zielstoestanden van de personages in hun onderlinge relaties ook wel. Dat was voldoende, hij hoefde er niet over te schrijven…dit had een ander doel en een andere betekenis. Diende ook het dromen misschien op de één of andere manier als een wezenlijke soort uitwisseling tussen mensen die met mekaar bezig, ‘verbonden’ waren. Was het wellicht een middel van zijn geest, van dé geest in ’t algemeen of zijn eigen ziel of diee van anderen, een andere; om hem iets duidelijker te maken bij wijze van een soort update ook. Wat ook kon, was dat hij later op de dag gewoon één van die personages uit zijn droom op de één of andere manier in de echte feiten tegenkomen zou.    Op straat, via mail…maakte niet echt uit, als dit soort voorspelling vandaag zou uitkomen; dat zou weer zo een originele paranormaalachtige voorspelling zijn, want de betrokken personages waren er allen die hij in maanden niet gezien had.       

De schrijver had zelfs een hele lijst met afkortingen voor dergelijke fenomenen, dit soort fenomeen klasseerde hij onder ‘VSP’, wat voor voorspelling stond. Het had geen zin nog een onderverdeling te maken van de verschillende soorten vsp’s. Het waren gewoon ofwel magische fantasietjes die hem boeiden en hem soms op één of ander pad van zijn filosofische zoektocht zette ofwie weet wat. Lang geleden dat hij nog eens een politieke droom had gehad, maar ja, zijn rechteroog leek in de spiegel aan rust toe, signaleerde de  linkerhersenhelft, de verstandspartner van intuïtie.

Ineens dacht hij aan die gevallen foto van gisteren. Een kaartje van het Fonds voor Ontwikkelingssamenwerking, waarvoor hij eergisteren op zijn blog met sociale analyses nog reclame had gemaakt. De politieke zuil daarvan had geen belang, alle nobele initiatieven van om het even welke kleur en onderkleur passeerden afwisselend de revue tussen de analyses en commentaren op gebeurtenissen door.    Dat alles met voornamelijk eigen foto’s,filosofische fotocommentaren en filmpjes van in merendeel anderen door. Hij leek wel een soort blogkunstenaar, natuurlijk weer een woord dat nog niet officieel  bestond, zei hij via de computer als vervangend en verbeterend leraar Nederlands tegen zichzelf, toen hij het later neerpende. Een blogkunstenaar.      Knap woord eigenlijk. Een definitie van het nieuwe woord drong zich op. “Een blogkunstenaar is iemand die één of meerdere domeinen van het menselijke kunnen en weten via één of meer literaire en andere expressiemogelijkheden en via alle moderne telecomtechnieken weet te benutten”, dacht hij.     In zijn geval alle literaire circuits, bijna alle technieken en naast de eigen linken ook linken naar anderen die nog met dezelfde en andere dingen bezig waren, muziek bijvoorbeeld. Niet alleen had hij een blog om het filosofische verzet in hemzelf levend te houden en anderen op het belang van geschiedenis, analyse van de actualiteit, alternatieven en met solidariteit verwante waarden te wijzen; hij had het ook in zijn schrijven regelmatig over zijn zoektocht naar het wezenlijke in de mens, datgene dat het dichtst de ziel raakte. Dat ging dan over een soort geloven, moderne versie; niet in de zin van kerkelijke rituelen, maar gekoppeld aan die dingen die met positieve en negatieve emoties en hun wisselwerking te maken hebben. Emoties, ze waren er en kwamen ergens van en het negatieve leek in de meeste gevallen aardig op weg om zich in het positieve om te polen. Niet zozeer de gebeurtenissen tussen mensen interesseerde hem, maar meer de wetmatigheden die er leken achter te zitten.

Hij opende het kaartje en las : “Iedere relatie is een ander soort taal. Woorden zijn er zowel voor vreugde als verdriet. Hou jullie ‘zinnen’ levend. Buiten de honderden pagina’s die hij reeds schreef, afdrukte, kopieerde,back-upte,…, overviel hem naast zijn gewoonte om moeilijk bijblijvende impressies kort en slordig te noteren, al eens de behoefte om met de pen ergens op een papiertje, maar liefst op een agenda of kartonpapier, al eens echt iets gebalder op te schrijven. Soms kwam daar dan ook nog een gedicht uit voort, sommige zeldzame dagen in bepaalde perioden soms meerdere, als er een door hem goed gekend iemand stierf, bijna immer een ode aan. Alles samen de totaalroman die hij eigenlijk altijd had willen schrijven. Heel de geschiedenis van de mensheid zat er in verwerkt…en al die andere meer persoonlijke dingen van mensen,die die geschiedenis al altijd; in welke mate (?), dat was de vraag, hadden beïnvloed. En nu maar weer hopen op meer. Welke aanleidingen zouden er morgen(?) de inspiratie weer langs andere wegen leiden ? Een feit was dat veel waarover te pennen viel hem dagelijks ontsnapte en toch tegelijk weer een uitweg zocht een andere keer. Alle afleidingen, omleidingen, alle teveel aan ‘bezorgdheid’ om, leken op die momenten overwonnen en ook voor een deel hun nut te hebben gehad. Telkenmale een gunstige evolutie voor de binnen-en buitenwereld in feite. Al leek dat niet altijd zo.

17:39 Gepost door blogkunstenaar in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: droomverwerking |  Facebook |