19-12-09

5.de weg van sneeuwwater naar klassieke muziek

IMG_0368

5.De weg van sneeuwwater naar klassiek muziek

Het moet nog kouder zijn geweest dan min tien, zoals nu daarbuiten, zo bedacht hij vóór het klieven van de houtblok en schreef hij neer, nadat de vlammen zich van zijn zorgvuldig opgebouwde recept voor een lekker vuurtje van de diverse soorten houtdikte hadden meester gemaakt. De koude toen, bedoelde hij, die van in de tijd van de eerste menselijken die om te drinken het sneeuwwater smolten waarschijnlijk.     Een hele afstand sinds toen was overbrugd, één geworden met zijn nu. Eén met de klassieke muziek en de er bij behorende beelden die door ergens iemand en de techniek van ergens iemand naar de satelliet werd gestuurd waarvan de straal, ondanks alle koude zijn schoteltje bereikte en via de ontvanger, draad en modem, de chalet met charme vulde en mede voor de concentratie zorgde waardoor de boodschap van deze zinnen via toetsen, laptop en meer; dan tot bij U geraakte en de lezer ook in deze eenheid opgenomen werd. De muziek was niet essentieel, het kon ook in stilte en of de bovenstaande woorden dan hetzelfde zouden zijn geweest, daar had je het raden naar. Wat hij wel wist dat het journaal of andere programma’s niet waren aangewezen om dergelijke intensiteit te bereiken. Woorden zouden dan toch alleen botsen met woorden die nog moest worden geboren. Terwijl daarbuiten de overige toneelstukjes van het totaalspektakel van het aardse leven gewoon doorgingen, was het wachten op de ingevingen die de verwekkers van de woorden waren in feite.

Met hem meegereisd, waren de beelden die hij van Germana zag. Indommelend, de pijn in haar bekken en benen had haar waarschijnlijk vermoeid. Haar en haar goed hart. Alle rimpels waren samengetrokken, waardoor het leek of ze alle momenten wel kon gaan stokken en stoppen met leven. Een schouwspel dat plots veel minder aannemelijk leek op momenten dat ze minder pijn had, vrolijker was  en weer meer guitig, spraakvaardiger en communicatiever ingesteld. In haar warme kamertje waar ze beurtelings door de kinderen werd verzorgd, zat ze als een heel oud prinsesje soms warm achter de kranten en TV. Zelden klagend, altijd met haar eenvoudige waarheden die van ‘dit kan en dat kan niet door de beugel’. Schrijvers die het de hele tijd over ‘beffen’ op TV hadden, een woord waarvan ze naar alle waarschijnlijkheid maar kon vermoeden wat het inhield. Mede daardoor vond ze zo een schrijver dan ook zeker ‘hektare’ lelijk, al kon ze er allemaal wel eens mee lachen en het relativeren. Mooie muziekprogramma’s en leuke quizen werden volgens haar altijd ontsierd met al die vuile praat over dingen die je wel best kan doen, maar waarmee je niet op TV moet uitpakken, dat doe je zelfs nog niet tegen je geburen. Via de boekjes wist ze welk van de bekende mensen homo waren, was dat een soort epidemie of zo ? In de oude tijd, waarvan ook telkens een nieuwer versie in de tegenwoordige tijd aanwezig was, bestond dat ook, maar je hoorde daar niet van en in de dorpen toen, ja, ‘scheiden’ was een zeldzaamheid, daar moest je niet mee afkomen, men leefde verbonden met de seizoenen en het veld mee en tegen de winter moest je klaar zijn met het zorgen dat je warm had, zonder dat daar aardolie of gas aan te pas kwam. Over het leven filosoferen kon wel, maar in feite was de praktische kant daarvan helemaal uitbesteed aan de pastoors.   Ze was maar wat blij dat haar kinderen in meerderheid niet waren gescheiden en bij haar had dat ook een praktisch tintje, want scheiden, daar boete je op financieel vlak mee in en zij had er te veel moeten voor doen en voor over hebben om ‘er’ te geraken, zuinig geleefd en hard gewerkt met af en toe een pleziertje waar ze zich helemaal in vond. In de tijd was dat dan een busreis met de boerinnenbond en later met deze van de gepensioneerden. Ze kwam dan thuis met verhalen rond mensen en streken uit haar vaderland alsof ze op cruise geweest was en het ging gewoon over de plaatselijke mensen en uitzonderlijk al eens Lourdes of een dagje Parijs, maar die drukte was niet aan haar besteed. Telkens haar kleinkinderen vlogen vroeg ze zich ergens toch af waar dat dan wel goed voor kon zijn. Als ze de TV openzette, zag ze dat toch ook…en nog veel meer natuurlijk. Van bloot op TV was ze al niet meer ontstemd zoals vroeger haar inwonende schoonmoeder die al bij een bloot been met haar rechterhand traag op en af op de armleuning van de zetel klopte, glimlachend maar toch zogezegd afkeurend. Germana wenste haar kleindochters geen carrière in de muziek of filmwereld toe, want dat leidde onvermijdelijk tot van de ene vent naar de andere fladderen. Haar kleinzoons wenste ze een degelijke vrouw die van aanpakken en werken wist en heel goed in het huishouden natuurlijk, dé eigenschap bij uitstek. De schrijver kon daar natuurlijk allemaal voor een stuk inkomen, maar hij wist ondertussen al meer van vele van de ware drijfveren en wetmatigheden van het leven zoals dat nu zoals altijd door veranderende omstandigheden werd beleefd. Hij kon er inkomen dat ze zich soms pessimistisch uitliet over het op de wereld zetten van kinderen. Haar standpunten dan, waren meer een gevolg van de media die ze op zich liet afkomen en die de schrijver dan voor haar verduidelijkte en bijstuurde; dan haar persoonlijke visies op de relaties van jongeren, die ‘er’ veel te vroeg mee begonnen en veel te vroeg mee stopten en van de ene naar de andere gingen. Voor haar was het simpel, als je ergens niet van hebt geproefd, weet ge niet wat ge mist in feite en ’t is met iedereen wel iets. Ze denken allemaal na een tijd als het nieuwe er van af is, dat ze iets te kort komen in plaats van mekaar te respecteren en niet de duvel aan te doen ! Hij liet ze maar, nuanceerde voortdurend hier en daar en wist dat ze niet bij de diepte geraken kon die hij ervaren had, en waarvan het waarom er van hem ook niet duidelijk was op alle momenten. Grootouders, ouders, vaak gesloten boeken waarvan je veelal te weinig weet om te doorgronden waarom je van uit die invalshoeken, zelf op de wereld was gekomen. Je was een beetje van hen allemaal tegelijk ‘samengestelde’, met een eigen nieuwe ziel er bovenop. Of het zou moeten zijn dat Boedha met zijn achtvoudige pad (de juiste ingesteldheid, houding, handelingen, doen, woorden…) maar vooral met zijn reïncarnatiegedachte, gelijk zou hebben.       De schrijver wist heel goed waarover dat pad ging, maar die klassieke reïncarnatieleer die zag hij wel zitten al alternatief voor de sterfelijkheid, maar dat leek hem te simpel om waar te zijn en de realiteit was volgens hem dan ook weer dat het verhaal van de voorouders, de onafgewerkte stukken ervan, tot op bepaalde momenten gewoon via de vertakkingen van de nakomelingen doorliep.         Hij weigerde te aanvaarden dat de aarde gewoon een plaats om te komen lijden was en dat je daar met zoveel mogelijk totale onthouding van een aantal dingen,op een niet-doorleefde manier kon aan ontsnappen.  Het ervaren en leren zelf,het deel lijden ervan, hoorde bij het leven zelf, een strijd en genieten ook om aan de zinloosheid te ontsnappen. Net hetzelfde principe als dat van de fysica waarbij de benadering van ‘nul’, de ‘leegte’, niet wordt getolereerd, met mini en maxi ‘big bangs’ tot gevolg.  Prachtig achtvoudig pad natuurlijk, maar de praktijk liep dikwijls tussendoor op andere manieren voor de momenten van rust en innerlijk evenwicht hun intrede konden doen. En Germana ? Die begreep niks van al dat schrijven dat de schrijver nog nooit wat had opgebracht.  Een treffender botsing van de oude en de nieuwe wereld zou de schrijver vandaag niet meer tegenkomen waarschijnlijk. En zo bleven hem dagelijks de symboliek en de metaforen achtervolgen. Het schrijven, een middel om beide werelden in evenwicht te houden, de werkelijke en het gedeeltelijk verborgene achter de feiten.

De commentaren zijn gesloten.